John Bingham (18 december 1934 - 8 november 1974)

Nadat hij een bloedbad had aangericht in de woning van zijn ex-geliefde verdween de Britse Lord Lucan van de aardbodem. 42 jaar later is eindelijk een overlijdensakte uitgegeven, maar over zijn lot bestaan nog altijd twijfels.

Terugblikkend op zijn rijke carrière in de Engelse tabloidjournalistiek noemde Garth Gibbs het niet-vinden van Lord Lucan als een van zijn grote successen. Deze Daily Mirror-journalist was een van de vele broodschrijvers van Fleet Street die door de jaren heen naar exotische oorden waren gereisd om de in november 1974 met de noorderzon vertrokken edelman, die kort daarvoor zijn kinderoppas per ongeluk had gedood, te vinden. Dat de tips niet altijd even betrouwbaar bleken te zijn, drukte de pret niet. Integendeel.

‘Tijdens het niet-vinden bracht ik drie heerlijke weken door in Kaapstad, magische dagen en nachten beleefde ik terwijl ik hem niet vond in de Black Mountains van Wales’, schreef Gibbs op een Monty Python-achtige toon. ‘Succesvol en prachtig was het niet-vinden in Macau, of in Hongkong of zelfs in de Green Turtle Bay op de Bahama’s waar je iedereen kunt vinden.’ Niet alleen journalisten maar ook privé-detectives en rechercheurs hebben de afgelopen veertig jaar lange reizen gemaakt om dit Engelse monster van Loch Ness te vinden.

De werkelijkheid is waarschijnlijk een stuk prozaïscher. In de nacht van 7 op 8 november zou de 39-jarige Lucan vanuit Londen, waar hij een bloedbad had aangericht in de woning van zijn ex-geliefde, naar de kustplaats Newhaven zijn gereden op daar de ferry naar Frankrijk te pakken. Daar zou hij zich van boord hebben geworpen. Dit is althans de lezing van zijn zoon George, die sinds vorige week officieel de Achtste Graaf Lucan is, nadat er na 42 jaar eindelijk een overlijdensakte is uitgegeven.

Lange tijd ging het verhaal dat zijn lichaam was gevoerd aan een tijger

Buiten het Londense gerechtshof sprak de 48-jarige George, die zeven was toen zijn pa verdween, de hoop uit dat de zaak hiermee voorbij is. Die hoop is ijdel. Zolang er geen lijk is gevonden, zullen er vermoedens blijven bestaan dat Lucan elders een nieuw leven heeft opgebouwd. Dat is het vermoeden van de zoon van de vermoorde nanny Sandra Rivett die eveneens bij het gerechtshof aanwezig was. Hij weigert vooralsnog te geloven dat Lucan zichzelf heeft verdronken. Scotland Yard heeft het dossier over de moord nooit gesloten.

De fascinatie voor Lucan zegt het een en ander over de Engelse psyche. Allereerst is daar het verlangen naar een sappig moordverhaal. In zijn essay Decline of the English Murder (1946) omschreef George Orwell eens een zondagmiddagtafereel waarin vrouwlief is weggedommeld, de kinderen buiten zijn zodat de man des huizes bij het haardvuur rustig de News of the World kan lezen. Hij gaat op de sofa zitten, zet zijn bril recht en stopt zijn pijp. Waar hij over wil lezen? ‘Naturally, about a murder.’

In Orwells geval gaat het om een levensdelict in suburbia, gepleegd door een tandarts of boekhouder. De zaak-Lucan is extra pikant door de aristocratische afkomst van de hoofdrolspeler. Richard John Bingham kwam uit een Anglo-Iers geslacht dat onder meer de commandant van de Charge van de Lichte Brigade tijdens de Krimoorlog van 1854 had voortgebracht. Zelf sloot de jonge John, na kostschool Eton te hebben bezocht, zich aan bij de Coldstream Guards, een eliteregiment waar hij leerde pokeren.

Kaarten zouden het leven bepalen van deze knappe liefhebber van wodka-martini’s, snelle auto’s en nog snellere boten. Het arbeidzame bestaan van Lucan bleef beperkt tot een blauwe maandag bij een handelsbank. Toen hij op een avond 26.000 pond won tijdens het pokeren, besloot bij professioneel pokerspeler te worden bij de besloten Clermont Club, geleid door de dierentuineigenaar en sociaal darwinist John Aspinall. Maar Lucky Lucan verspeelde daar het familiezilver. Bovendien was hij ongelukkig getrouwd met Veronica, die door haar wispelturige en bezitterige gedrag impopulair was bij Lucans pokervrienden. De onvermijdelijke scheiding liep uit op een bitter gevecht over de voogdij van de drie kinderen. Lucan slaagde er zelfs in om zijn vrouw op te laten nemen in een gesticht, maar uiteindelijk wees de rechter de kinderen aan haar toe. Met bankroet en verlies van zijn vaderschap in het vooruitzicht besloot Lucan zijn eega te vermoorden.

Hij vertelde dit zelfs tegen vriendin Lady Osborne, de oma van de huidige minister van Financiën. ‘Zorg je er wel voor dat je het lichaam goed verbergt’, reageerde de confidante, mogelijk niet beseffend dat hij serieus was. Op die bewuste novemberavond sloop hij het huis in Belgravia binnen om Veronica in de keuken met een loden pijp dood te slaan, en ontdekte te laat dat het de nanny was. Even later viel hij zijn vrouw aan, maar zij wist met verwondingen te ontkomen en vluchtte naar de Plumbers Arms, een buurtkroeg.

In een geleende Ford reed hij naar een vriendin, waar hij enkele brieven schreef. Daags later werd de auto, met bloed op de bekleding, aangetroffen in Newhaven. Een jaar later bepaalde de gerechtelijk patholoog dat Lucan de dader was. De verdwijning was het begin van een moderne mythe. Lange tijd ging zelfs het verhaal dat zijn lichaam was gevoerd aan een tijger van Aspinall. De dierentuineigenaar ontkende dat stellig: ‘Mijn dieren krijgen alleen het beste voedsel. Denk je echt dat ze genoegen nemen met die pezige, oude Lucky?’

Aspinall en nabestaanden van Lucan stellen dat hij als een heer de eer aan zichzelf heeft gehouden. Noblesse oblige. De nabestaanden van Sandra Rivett zien dat iets anders en vermoeden dat zijn adellijke vrienden Lucan hebben geholpen om een veilig heenkomen te vinden. ‘Er is zo veel geld in omloop in die kringen’, zei de moeder van de omgekomen nanny indertijd. De aanhoudende fascinatie voor de dood van het burgermeisje en de verdwijning van de graaf is exemplarisch voor de Engelse haat-liefdeverhouding met class.