14 maart 1918 - 3 februari 2010

John Neil McCallum

John McCallum verwierf roem met de kinderserie Skippy. Had Nederland net als Israël en Zweden de serie maar geweigerd. Dat had een hoop misplaatste dierenliefde gescheeld.

HET HAD WEINIG GESCHEELD of kinderkoor De Schellebellen had in 1967 ‘Hoppy de boskangoeroe’ gezongen. Die naam had aanvankelijk de voorkeur van John Neil McCallum, de bedenker van de kinderserie over de avonturen van een snaakse macropus giganteus en haar mensenvriendje Sonny Hammond in het reservaat Waratah Park in de buurt van Sidney. Op aandringen van een co-producer werd het 'Skippy’.
De serie liep vanaf 1966 op de Australische televisie en was onmiddellijk een internationaal succes. Ze werd door Amerikaanse en Europese tv-stations, waaronder de nationale zenders van de Benelux-landen, overgenomen en eindeloos herhaald. Skippy vond in de jaren tachtig opnieuw een publiek in communistisch Tsjechoslowakije en wordt, naar wordt gefluisterd, dezer dagen zelfs op de Iraanse televisie vertoond. De serie bezorgde John McCallum niet meer roem dan hij als leading man in Australische films van de jaren veertig en vijftig had geoogst, maar maakte hem wel slapende rijk.
Hoewel de van oorsprong Schotse McCallums in de crisisjaren naar Australië waren verhuisd, reisde zoon John, een aankomend acteur, geregeld op en neer naar het oude vaderland. Hij speelde Shakespeare-rollen in The Old Vic en leerde er zijn vrouw, actrice Googie Withers, kennen. Ondanks zijn latere filmcarrière zou McCallum levenslang een toneelman blijven, zowel acteur als regisseur, en zich onvermoeibaar toeleggen op het begeleiden van Australisch theatertalent. Een tv-acteur is hij nooit geworden en Skippy was voor hem niet meer dan een vluggertje; nadat McCallum persoonlijk de pilots aan de man had gebracht, schreef en verkocht de serie zichzelf.
Het verhaal gaat dat Israël de serie weigerde omdat joodse jongens de indruk konden krijgen dat gojse jongens meer kunnen dan in werkelijkheid het geval is. De Zweden weigerden de serie omdat ze vonden dat je kinderen niet moet wijsmaken dat dieren iets kunnen wat ze in werkelijkheid niet kunnen. Waren alle zendbazen maar zo wijs geweest, dat had vandaag de dag een hoop onnozel antropomorfisme en misplaatste dierenliefde gescheeld. Dankzij Skippy en soortelijke tv-dieren groeide de babyboomgeneratie op met animale rolmodellen die steevast de moraal van het verhaal droegen, als waren ze in staat tot zelfstandig oordelen en handelen. Dieren als minimensjes die niet kunnen praten maar wel bij brand de juiste knop indrukken, gewonde mededieren naar de dierenarts brengen of inbrekers aanwijzen onder het uitbrengen van een veelbetekenend 'Iep iep!’
Net iets intelligenter dan Lassie of Flipper was de serie Daktari, waarin de dierenarts Marsh Tracy en zijn overrijpe dochter Paula in een Keniaans reservaat constant bezig waren vechtende dieren te scheiden, gewonde exemplaren te verbinden en stropers in de gedaante van ongunstig ogende natives af te weren, daarbij gesteund door de chimpansee Judy en de schele leeuw Clarence.
Gelukkig mochten de andere dieren gewoon dier zijn; Daktari was gebaseerd op het leven van de destijds bekende bioloog en dierenrechtenactivist Tony Harthoorn, die in Nairobi een dierenasiel dreef. En in een tijd dat raciale vooroordelen in de amusementswereld dagelijkse kost waren, bevatte Daktari een competente zwarte in de persoon van opzichter Mike Makula, die in een van de afleveringen zelfs een relatie met een blanke vrouw aangaat.
Het kinderuniversum was toen nog volkomen gescheiden van de volwassen wereld. Pas wanneer de kleintjes met natte haren in bed lagen, vertoonde de nationale omroep het natuurprogramma Untamed World waarin de neefjes en nichtjes van Clarence zich van hun andere kant lieten zien door kreupele gnoes en panisch rondspringende impala’s aan stukken te scheuren, waarbij ze werden begeleid door het fascistoïde commentaar ('Eten of gegeten worden, dat is de wet van alle leven’) van Lorne Greene alias 'Pa’ uit de cowboyserie Bonanza. En dan was het inzicht dat Flipper en zijn vriendjes in het echt geraffineerde groepsverkrachters waren nog niet eens tot de biologen doorgedrongen.
Ethologisch gezien klopt er van Skippy ook geen moer. De Australische Grijze Kangoeroe is oliedom. Hij is geen mensenvriend en stelt zich bij de minste humane provocatie te weer met zijn voorpoten, waarbij het momentum van zijn gespierde achterpoten hem in staat stelt snoeiharde hoeken te plaatsen. De tv-Skippy was officieel een vrouwtje, maar in werkelijkheid versleet de serie negen kangoeroes van beiderlei kunne. Sterren als Jo-Jo, Wildy of Stumpy deden het zware werk terwijl B-kangoeroes als Mindy en Jugg de stuntloze momenten mochten vullen door schrander dan wel oergrappig te kijken. Ook het tjirpende geluid dat Skippy in de serie maakte, was niet des kangoeroes; het was een verzinsel om het diertje 'ook wat dialoog te geven’.
Tot McCallums schande heeft hij nooit naar de dieren uit zijn serie omgekeken, ook niet toen hij een man in bonis was. In 2003 deed de dierenbescherming een inval in Waratah Park omdat de inwoners volkomen verwaarloosd waren. Een uitgemergelde koala kon van de dood worden gered, maar een van de nazaten van Jo-Jo was er zo slecht aan toe dat hij moest worden afgemaakt. Ook in de showbusiness is het eten of gegeten worden.