H.J.A. Hofland

Jokkebrokken of wereldleiders (of beide)

Het begint een beetje sneu te worden, dat desperaat zoeken naar massavernietigingswapens in Irak. Bijvoorbeeld door The Economist, het weekblad dat onvoorwaardelijk voor de oorlog was. Saddam Hoessein moest zo snel mogelijk verdwijnen; niet omdat hij zomaar een wrede dictator was, maar een bijzondere. In Irak lagen arsenalen die een bedreiging voor de hele wereld vormden. Hij moest worden ontwapend voor het te laat was. Dat was de onontkoombare casus belli. Daarin werden Bush en Blair op hun woord geloofd.

In het nummer van 31 mei komt The Economist in een Sherlock Holmes-achtig artikel tot deze nu even onontkoombare vraag: zijn Bush en Blair de oorlog onder valse voorwendsels begonnen? Hebben ze alleen maar overdreven, of hebben ze gelogen? Er zijn vier mogelijkheden, schreef ik vier weken geleden. Of de Amerikaanse en Britse geheime diensten hebben zich zwaar vergist; of ze hebben hun bazen zo bekwaam voorgelogen dat die zich gerechtigd voelden om het bevel tot de oorlog te geven; of de bazen hebben zelf gelogen; of Saddam is de Houdini van het verstoppen.

The Economist houdt ze nog alle vier open, maar sluit liegen niet meer uit. «Alleen als beide regeringen openbaar maken wat ze wisten, of dachten te weten, uit welke bronnen en wanneer, kan de wereld beoordelen waar in dit geval de grens ligt tussen slordigheid en schandaal.» Het is nog genuanceerd uitgedrukt. Ik geloof dat het weekblad een vrome wens koestert als het vrijwillige bekentenissen van de twee wereldleiders verwacht — aangenomen dat er iets te bekennen valt, natuurlijk.

Laten we een paar zaken goed uit elkaar houden. Iedereen vindt het fijn dat de wereld van Saddam is verlost. Ook Jacques Chirac, Domenique de Villepin en Gerhard Schröder, die er van werden beschuldigd hem «in bescherming» te willen nemen. Maar zouden we daarom de machtigste oorlogsleiders dankbaar moeten zijn als zou blijken dat ze hun eigen volk en de rest van de wereld een rad voor ogen hebben gedraaid — per ongeluk of systematisch?

Het is geen bagatel, onder valse voorwendsels een expeditionaire macht zonder weerga naar de andere kant van de wereld te sturen en tegen de regels van het internationaal recht een preventieve oorlog te beginnen. Dankzij de oorlog wordt dan het onderdrukte volk bevrijd — een mooi «bijproduct». Maar zoals te verwachten viel, raakt daarbij de infrastructuur ernstig in het ongerede. Ook ontstaat er een politieke chaos waarop de bevrijders niet zijn voorbereid.

Intussen is wat eens het machtigste bondgenootschap was, veranderd in een club onvolwassen ruziezoekers die voor de kinderachtigste argumenten niet terugschrikken. Voor het eerst na de grote transatlantische scheldpartij komen de sterkste jongens weer bij elkaar. De wereldmedia concentreren zich op de eerste seconden van de ontmoeting. Wat zal het worden? Een ferme handdruk of regelrecht matten? Het loopt goed af. De volkeren slaken een zucht van verlichting. Het moeilijkste onderwerp — heeft de sterkste jongen gejokt? — wordt zorgvuldig vermeden. Het minste wat je ervan kunt zeggen, is dat het geen niveau heeft.

Was ik Michael Moore dan zou ik wel weten waarover mijn volgende film zou gaan. In de televisiejournaals van het afgelopen jaar ligt het materiaal voor het oprapen. President Bush, minister Rumsfeld en kleinere wereldleiders te horen bezweren dat Saddam ontwapend moest worden, en wel nu. Anders dreigde een «München». Premier Blair met zijn plechtige verklaring dat de dictator in staat was binnen drie kwartier zijn MVW’s operationeel te maken. Met de zwaarste historische parallellen werd duidelijk gemaakt dat de Hitler van Bagdad niet de kans mocht krijgen, de beschaving in de afgrond te storten. Met een beetje knip- en plakwerk valt hieruit een historische documentaire te maken: Apocalypse Nowhere of Bowling for Bagdad.

Dat is het hoofdstuk leedvermaak. De wereldpolitiek is er langzamerhand van verzadigd. Eerst was er het leedvermaak van de oorlogspartij, geput uit de taferelen van overwinning en bevrijding. Nu het leedvermaak van de antioorlogspartij, die zijn hart ophaalt aan het vergeefse zoeken. Maar uit leedvermaak wordt geen politiek gebrouwen; eerder antipolitiek.

De oorlog heeft een absurd dilemma veroorzaakt. Na het verdwijnen van Saddam zijn de verhoudingen in het Midden-Oosten volstrekt veranderd. Voor het eerst lijkt een oplossing van het Israëlisch-Palestijns conflict binnen bereik, door het reële vooruitzicht op een Palestijnse staat en het terugtrekken van Israëlische kolonisten uit de nederzettingen. Ariel Sharon zelf lijkt zich te kunnen verenigen met een plan dat vrijwel het tegendeel behelst van wat hij altijd heeft gewild. Hij riskeert er zijn politieke leven voor. Maar als iemand in staat is de route volgens de aangegeven lijnen af te leggen, is hij het. Hij doet denken aan Charles de Gaulle, die de hopeloosheid van het Algérie française zag, en als consequentie de Fransen met het onafhankelijke Algerije confronteerde. Daartoe was in die tijd alleen hij in staat.

Het absurde dilemma ligt in het feit dat wat een historische oplossing kan zijn, het gevolg is van een oorlog die misschien is gerechtvaardigd met een leugen. En dan niet zomaar een leugen, maar een bewuste en systematisch volgehouden strategische verdraaiing van de waarheid door de «machtigste man ter wereld». Een «staatsleugen», mensonge d’Etat, zoals Le Monde het noemt, «een van de grootste van de laatste tijd». Een onverwachte aanval van de president op zijn eigen geloofwaardigheid. En dus zou het een opluchting van wereldbelang zijn als nu in Irak een paar vaten miltvuur werden opgegraven.

George W. Bush is een vrome man. Hij weet dat God alles ziet. Het probleem is dat de wereld met God wil meekijken.