Jolly belt haar moeder

Hallo?
Hai mam, met Jolly. Hoe is-ie? LE:

Ik wist niet of het nou de telefoon was, hij klonk zo vast. Vals.
Hoe gaat het?
Nou, ik zit televisie te lezen. Het is een vreemde tentoonstelling. Je ziet nooit meer iets gewoons.
Op tv?
Ja, het is allemaal van die aparte dingen. De chrysanten staan helemaal onder water.
Ja, wat een weer hè. Maar jij zit lekker binnen.
Ik lig binnen! En de kat ligt in de vensterbank de hele dag. Op de schaap. Op de deken. Naar buiten te kijken waarschijnlijk. Onafgebroken. Met z'n pootjes, nou ja, heel vreemd.
Vreemd?
Ja, heel vreemd. Hij ligt wijd. Wijdbeens. Uit te spreiden. Weet je waar ik die spiegel heb tussen de ramen?
Ja.
Nou daar ligt-ie, languit, op z'n ei. Op z'n, nou ja. Op z'n laars!
Op z'n heup bedoel je?
Ja, hij ligt gewoon te, hoe moet ik het zeggen? Te spannen!
Ligt-ie te spinnen?
Nou nee, dat niet. Hij slaapt.
Hoe is het met z'n bak?
Netjes. Ja, als het rotzooi is, maak ik het schoon.
Als die brokjes zijn opgelost, en het eruit gaat zien als een soort zaagsel, dan moet je het wel weggooien, mam, want dan absorbeert het niet meer.
Dat doe ik ook. Maar. Dat doe ik wel.
Want de laatste keer zat die bak helemaal vol.
Ja, ik gooi het wel leeg, eruit. Maar het hout blijft altijd kleven.
Is Ans geweest vanochtend?
Hè?
Ans, is ze geweest vandaag?
Ans? Nee, het is vandaag maandag.
O ja, ze komt op dinsdag. Maar soms komt ze op maandag.
Nee, dat was maar één keer, normaal komt ze op dinsdag. Want dat mens maakt overal zo'n drukte van. Dat mens van thuis…
…van de thuiszorg.
Ja. Van je moet dit, je moet dat. Ik zeg tegen d'r: misschien moet ik niks, moet jij je er niet zo mee bemoeien. Want die andere, die eerst kwam, die was geschift en die laat ik helemaal niet meer komen. Ik kan heus voor mezelf zorgen. Dan duurt het maar tien minuten langer.
Ja, dat is niet erg.
Welnee.
Hè, lieverd.
Ja, ik heb een vreemde dag vandaag.
Ja?
En nu lig ik dinges te kijken. Een Engelse, echt Engelse…
…film?
Detective! Met van die Engelse huizen, en mensen die rijk genoeg zijn om die huizen te bewonen, en vaste mensen die erbij horen. Zeg, waarom laten ze nou in Engeland de vliegtuigprijzen zakken? Er was een Griekse jongen en die wou ook met vliegtuigen spelen en die kwam helemaal niet uit met zijn geld. Maar jij kijkt nooit televisie hè?
Niet zo veel nee.
Ik vind alles zo raar worden op de wereld. Het is allemaal zo, hoe heet het? Verfrommeld… gewrongen.
Is er nog een juffrouw gekomen om je oog te druppelen vandaag?
Ja, een leuk wijfje. We hadden zo'n lol. Ik zeg: ik maak koffie en laten we dan een beetje kletsen, voor de gezelligheid. Maar ze kon niet. Zo jammer.
Ze had geen tijd.
Ze had zo een mooi gaatje aan haar hals. Schaartje. Een gouden schaartje. Een schat van een klein schaartje. Zo schattig.
Als bedeltje bedoel je?
Ja. Met een klein diamantje ernaast!
En waarom had ze dat dan?
Nou, zij was naaister en ze kreeg het van een klant geloof ik. Het was een mooi schaartje, precies zoals die ene lange van mij, die voor de radio ligt, op de plank.
Dus zij had ook kleding gemaakt vroeger?
Ja, geen eigen atelier als wij hadden hoor, dat niet. Maar zo'n leuk mens. En ze maakt zich helemaal niet op, want daar werd ze zo moe van, zei ze. Want dat moest er dan ook weer af allemaal. Make-up afhalen kost zoveel tijd. Maar ja, als je het liet zitten, had je nog meer werk ’s morgens.
Jij had ook altijd een streepje boven je ogen vroeger.
Ja, en rouge natuurlijk, en poeder, ik was helemaal compleet.
Dat doe je niet meer hè?
Ik denk er geen eens aan. Ik was me nog maar twee keer in de week. Zonder zeep. Want dat is niet lekker, zeep op je gezicht. Zeg, kun jij makkelijk haren uit. Eruit. Uitwringen?
Wil je dat ik dat voor je doe?
Ik zit helemaal vol. Mijn kin en zo. Ik voel ze de hele tijd. Als je dan komt, dan ga ik voor het raam staan met een vergrotingsspiegel in mijn handen en bij dat licht, aan de straatkant, dan zie ik goed. Als het dan verveelt roep ik jou erbij, als je het niet erg vindt.
Nee, dat is goed. Slaap je nou ’s nachts wat beter?
Nee, maar ik verbeeld me dat ik me heb verbeeld dat ik slaap. En dat is ook lekker. Maar Ans zegt, het is je eigen schuld want je slikt die dingen niet meer. Die kalmeringspilletjes voor als ik de zenuwen heb ergens voor. Maar die vergeet ik.
Je kan ze ook in je medicijndoos doen, dan neem je ze automatisch elke dag.
Dat ding met al die vakjes? Dat is me te ingewikkeld.
Maar letten ze daar dan niet op, dat je elke dag je pillen neemt?
Ze zijn al weken niet op het idee gekomen om dat bijbeltje te openen.
De map, bedoel je?
Map? Het lijkt op een bijbelboekje. Maar dat schijnen ze niet te kunnen. Zoals dat varken, die varkenskop, Miss Piggy bedoel ik, met dat varkensgezicht. Die is zo bazig. Dirigent. Maar vandaag heb ik rijst gegeten, zo lekker, ik bestel het elke week.
Rijst? En hoe eet je dat dan?
Gewoon uit een lepel, uit een bakje.
Bakje? Je bedoelt rijstevla.
Wat zei ik dan?
Rijst. En dan denk ik aan witte rijst, gekookte rijst.
Nee, uit een bakje. Dat zet ik dan eerst op het dekseltje, het roostertje om lauw te laten worden. Heerlijk! Nu ligt de kat te snuffen, te spinnen.
Het is leuk dat je zo aan hem gehecht bent geraakt.
’s Ochtends maakt-ie me wakker. Dan gaat-ie lekker tegen me aan kurtelen.
Hij wordt ook een dagje ouder, dan ga je van elkaar houden.
Ja dat zal dan wel. Zeg schat, bel je me nu omdat je morgen komt?
Ja, ik kom morgen.
En je gaat dan koken en zo?
Nee, daar heb ik geen tijd voor, want ik kom van mijn werk. Maar dan haal ik eerst wel wat.
Je moet eerst naar je werk? Ga je niet naar tangoles?
Tango is op zondag, door de week werk ik. Dus ik kom pas om een uur of zes.
Maar dan is de bank toch al dicht?
We gaan toch niet naar de bank, mam. Ik kom gewoon voor de gezelligheid.
O, nou, als je dat nou erbij zegt, nou ja, maakt niets uit. Dan weet ik het nu. Dus je komt gewoon zomaar voor de lekkerigheid.
Voor de gezelligheid, ja.
Neem dan een harinkje mee. Met zo'n lang smal broodje.
Wil je een haring? Ik dacht meer aan avondeten.
Haring is toch ook lekker? Mooi smal gesneden. O heerlijk. Als ik eraan denk! Ja, want ik eet ook wel ’s helemaal niet. Dan weet ik de volgende ochtend pas dat ik niet heb gegeten. Vrijdag komt Ans. Dan krijg ik lekker brood met brokken. Blauwe kaas en dikke plakken boter. Heerlijk.
Goed, dan kom ik morgen met een harinkje voor je. Heb je verder nog boodschappen nodig?
Nou dat overvalt me nu een beetje. Dat komt op een heel andere plek terecht nu. Weet ik niet.
Geeft niet hoor.
Dan gaan we niet naar de bank. Gelukkig, ik maakte me al ongerust over het rotweer.
Nee, we blijven lekker binnen.
Buiten is het behoorlijk lauw.
Welterusten, mam.
Lig maar lekker lieverd.