30 mei 1956 - 21 januari 2012

Jonathan Keith Idema

‘Commando’ Jonathan Keith Idema voerde zijn eigen oorlog in Afghanistan. Tot afgrijzen van de Amerikanen. Zijn misplaatste faam toont de achilleshiel van de journalistiek.

‘HIJ IS EEN zeer gevaarlijk persoon door zijn onverschilligheid en stupiditeit. Voordat hij iemands dood op zijn geweten heeft moet hij uit het gebied verwijderd worden.’ Zelfs Ed Artis, directeur van de Amerikaanse hulporganisatie Knightsbridge International, had het in december 2001 helemaal gehad met Jonathan Keith Idema. 'Keith’ liet hij zich doorgaans noemen.
Idema was sinds november 2001 in Afghanistan. Hij kwam Ed Artis zo de strot uit dat hij het Amerikaanse Special Forces Command te hulp riep. Twee maanden eerder had al-Qaeda zijn spectaculaire aanslagen in de VS gepleegd. Dat was voor Idema het teken om in actie te komen. In kranten, op de radio en op Amerikaanse tv-zenders presenteerde hij zich als voormalig commando, een 'Groene Baret’, met twaalf jaar actieve dienst en ruime gevechtservaring, al mocht hij natuurlijk niet zeggen waar hij die had opgedaan. Zijn verhalen gingen er bij journalisten in als koek. Eindelijk een ervaringsdeskundige die bereid was te spreken over de geheime wereld van de special forces. Jaren later doken Idema’s militaire gegevens op. De special forces bleken hem liever kwijt dan rijk. Idema was 'zonder twijfel de meest ongemotiveerde, onprofessionele, onvolwassen militair die ik ooit heb gekend’, aldus een officiële beoordeling.
In Afghanistan gaf hij zich al snel uit als speciale agent op een geheime missie. Keith Idema ging zich Jack noemen en adviseur van de Noordelijke Alliantie, de groep dubieuze krijgsheren met wie de Amerikanen samenwerkten, een verzonnen functie. De networks meldden het zonder omhaal als ze hem interviewden.
Idema behoort tot het type avonturiers dat opduikt in elke oorlog. In de chaotische eerste jaren van de Afghaanse strijd resideerden ze in het Mustafa Hotel en het Intercontinental in Kaboel. Amerikaanse cowboys in Afghaanse kledij, sommigen in rag tag uniformen, maar steevast met volle baard, zonnebril en losjes gehanteerd wapen. Ik ontmoette er eens een die meteen na 9/11 zijn creditcards had leeggetrokken en naar Afghanistan was gegaan om het tuig mores te leren. Toen zijn geld op was probeerde hij aan de kost te komen door in gebieden waar geen journalist zich waagde de wegen te filmen. De opnamen verkocht hij aan buitenlandse troepen, die zo konden uitvogelen waar ze hinderlagen konden verwachten. De man was vereenzaamd en een beetje zielig, maar ongevaarlijk. Dat gold niet voor 'Jack’ Idema.
In januari 2002 beleefde Idema zijn finest hour. Hij beweerde maar liefst zeven uur aan video-opnamen te hebben gevonden van al-Qaeda-trainingen. De beelden gingen de hele wereld over. Gemaskerde mannen die klunzig fysieke trainingen uitvoeren en rommelige oefenaanvallen met automatische wapens werden het symbool van al-Qaeda. 'Ik zat zeven uur lang te kijken naar iets wat al-Qeada niet doet. Al-Qaeda legt bommen’, zei een inlichtingenexpert jaren later. Inmiddels heeft de CIA vastgesteld dat de opnamen vals zijn. Maar destijds stelde niemand vragen bij de primeur van 60 Minutes, dat met de tapes pronkte.
En toch, Idema’s verleden sprak boekdelen. Hij was veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens 58-voudige oplichting en vervolgd voor heling en geweldpleging. Wie het te berde bracht kreeg van Idema te horen dat hij erin was geluisd door de FBI, omdat hij in 1993 in Litouwen had ontdekt hoe de maffia kofferatoombommen achterover drukte om te verpatsen aan de hoogste bieder. Hij meldde het aan de Amerikaanse autoriteiten, maar weigerde de FBI zijn bronnen te geven omdat hij vreesde voor hun veiligheid. Dus nam de FBI wraak.
Dat verhaal gebruikte Idema opnieuw ter rechtvaardiging van wat waarschijnlijk zijn grofste actie was. Hij liep inmiddels zwaar bewapend in Afghanistan rond en had een privé-legertje, compleet met eigen uniformen en insignes. In 2004 werd hij gearresteerd nadat in zijn woning Afghaanse mannen waren gevonden, geblinddoekt en geboeid. Sommigen waren aan hun voeten opgehangen en vertoonden sporen van marteling. Een Afghaanse rechtbank veroordeelde Idema tot tien jaar cel. Hij zei samen te werken met de Amerikaanse militaire autoriteiten, maar die ontkenden dat. Om zijn uitlevering werd niet gevraagd. Al-Qaeda maakte dankbaar gebruik van Idema’s YouTube-filmpjes waarop hij geblinddoekte mannen in zijn privé-gevangenis ondervraagt.
Idema’s misplaatste faam toont de achilleshiel van de journalistiek. Een geslepen confidence artist zoals Idema maakt misbruik van de nieuwshonger. In de roerige war on terror was maar weinig nodig om het vertrouwen van verslaggevers te winnen. Amerikaanse media stonden in de rij voor zijn 'counter-terrorisme-adviezen’, zoals hij zijn oeverloze gezwets zelf noemde. Zo babbelde hij zonder schroom over niet-bestaande Iraakse en Iraanse documenten die al-Qaeda zouden verbinden met Bagdad en Teheran. Het Pentagon maakte er dankbaar gebruik van bij het creëren van de smoking gun die nodig was om de fatale aanval op Irak in 2003 in gang te zetten. En het onwaarschijnlijke verhaal over de koffer-nukes en de FBI-wraak? Een National Geographic-producent was al bezig met een documentaire. Marteling in een privé-gevangenis? Het weerhield CBS er volgens Idema’s advocaat niet van te pogen een deal te sluiten over exclusieve toegang tot de informatie die Idema uit zijn zogenaamde 'terroristen-gevangenen’ wist te wringen. Journalisten doen het graag anders voorkomen, maar over het algemeen is er weinig verhevens aan hun vak.
Jonathan Keith 'Jack’ Idema stierf geheel in stijl. Na zijn vrijlating trok hij zich terug in Mexico waar hij wilde feesten hield. Hij bezweek aan de gevolgen van aids. Toen hij had ontdekt dat hij de ziekte had, misbruikte hij opnieuw het vertrouwen van zijn naasten. Hij besmette moedwillig mensen in zijn omgeving, onder wie zijn vriendin.