Modeontwerpster

Jong talent: Marije de Haan (26 jaar)

Won in 2010 tijdens de Amsterdam Fashion week de Lichting 2010 voor het beste modetalent. Met het geld van deze prijs en een starterstipendium realiseerde ze een nieuwe collectie die ze toont tijdens de Amsterdam Fashion Week in januari 2012.

Medium rc20111206marijedehaan02

Welke wijsheid heb je van je ouders meegekregen?
‘Ik kom uit een nuchter Fries gezin en ben opgevoed met het motto dat je vooral moet doen wat je gelukkig maakt.’
Wat zou je graag anders doen dan je ouders?
'Eigenlijk heb ik niets negatiefs op te merken - ze hebben me altijd gestimuleerd om mijn eigen keuzes te maken. Ik conformeer me nergens aan en dat is denk ik ook de enige manier om succesvol te worden.’
Wat is je grootste angst?
'Levend begraven worden! En op professioneel vlak lijkt het me vreselijk om in de vergetelheid te raken. Ik wil dat mijn werk gezien wordt.’
Wat is je dierbaarste bezit?
'Dat zijn mijn eigen hersenspinsels. Ik ben continu bezig met het creatieve spel dat zich in mijn brein afspeelt en “hang” de uitwerking daarvan aan de muren van mijn atelier.
Ook kan ik niet zonder mijn oude knuffelbeest: Rups Rudie.’
Wie zijn je helden?
'In de mode is mijn held Elsa Schiaparelli, ontwerpster uit de jaren dertig. Zij liet zich inspireren door de surrealisten. Je zou kunnen zeggen dat Salvador Dalí haar muze was, omdat veel van haar ontwerpen zijn geïnspireerd op een schilderij of kunstwerk van Dalí, zoals de jurk met laden. Mijn inspiratie haal ik ook vaak uit de beeldende kunst. De kleuren en de sfeer van kunstwerken van René Magritte komen overeen met de tinten die ik gebruik: grijs en zwart, basic en ouderwets.’
Van wie heb je het meest geleerd?
'Van mezelf. Het tweede jaar van de kunstacademie heb ik drie keer over moeten doen. Alles wat ik heb bereikt, is door vallen en opstaan tot stand gekomen.’
Wat is je media-, tv-, internetgebruik?
'Via Uitzendinggemist kijk ik van de grootst mogelijke onzin tot verheffende documentaires. Ik doe nooit inspiratie op voor mijn werk via de televisie. Wel op internet, zoals op sites als de theSartorialist.com en Butdoesitfloat.com. Iedere dag check ik deze twee websites. Facebook en Twitter gebruik ik vooral voor mijn eigen werk. Ik laat op deze manier weten dat er weer wat nieuws aan komt.’
In welk land wil je (later) wonen, en waarom?
'Het liefst zou ik in New York wonen, maar voor de mode is wellicht Parijs beter. Omdat ik me nu concentreer op mannenmode is Nederland eigenlijk te klein, en om verder te komen zal ik ooit de stap naar het buitenland moeten maken.’
Wie zou je ooit eens willen ontmoeten, en wat zou je die persoon vragen?
'Mijn grootste inspiratiebronnen zijn echte outlaws, de bandieten uit de negentiende eeuw, zoals Jesse James en Billy the Kid. Ik zou ze vooral willen observeren. Hoe ze tegen de muur hangen en voor zich uit kijken.’
Welke karaktereigenschap komt je het meest van pas bij het ontwerpen?
'Mijn overromantische inborst is niet altijd handig, maar ik kan daarom wel goed de vertaalslag maken naar een bepaalde sfeer en me helemaal laten meeslepen. In de toekomst is het handiger als ik zo nu en dan iets commerciëler leer denken.’
Wat is je ideale baan?
'Ik word nu iedere dag wakker met een grijns op mijn gezicht omdat ik het heerlijk vind om eigen baas te zijn. Maar als ik ooit als hoofdontwerper word gevraagd om bijvoorbeeld een oud label nieuw leven in te blazen, dan sla ik dat aanbod niet af.’
Hoe zie je de toekomst?
'Mijn kleine antikraakstudio omruilen voor een ruim atelier waar ik mensen om me heen heb verzameld die voor me werken en begrijpen waar ik mee bezig ben. Wie weet maak ik dan ook vrouwenmode, of ontwerp ik kleding voor een geit. Er zijn wat dat betreft geen grenzen.’