Schrijver

Jong talent: Martijn Simons (26 jaar)

Debuteerde met de roman Zomerslaap (De Bezige Bij, 2010).

Medium rc20111207martijnsimons04

Welke wijsheid heb je van je ouders meegekregen?
‘Dat je het voor jezelf moet regelen, dat anderen het niet voor je doen.’
Wat zou je graag anders doen dan je ouders?
'Je kinderen verplichten een muziekinstrument te spelen. Muziek maken is het mooiste wat er is, immers.’
Wat is je grootste angst?
'Vals beschuldigd te worden, maar jezelf niet vrij kunnen pleiten. Dat niemand dan meer iets met me te maken wil hebben, en ik alleen achterblijf.’
Wat is je devies?
'Laat wat je doet voor zichzelf spreken, en ga er verder niet stoer over lopen doen.’
Wat is je dierbaarste bezit?
'Toen ik tien was kreeg ik van mijn oma tijdens vakantie in Oostenrijk een opgezette piranha. Die kijkt me sindsdien aan vanuit mijn boekenkast. Hij is inmiddels een beetje raar en kapot, maar ik zou het heel erg vinden als hij er niet meer zou zijn.’
Wie zijn je helden?
'Sonny Rollins, de 81-jarige tenorsaxofonist. Hij heeft een mooie witte baard en doet nog steeds waar hij goed in is, en straalt daarbij zo veel plezier uit.’
Van wie heb je het meest geleerd?
'Van mijn ouders. In levenshouding, maar ook in praktische dingen.’
Wat is je media-, tv-, internetgebruik?
'Ik lees NRC Handelsblad en de Volkskrant, en bij mijn broertje De Groene. Met internet doe ik niet zo veel. Ik luister heel veel radio, ook tijdens het schrijven. Vooral Radio 1, die praatprogramma’s zorgen voor een lekker gezoem op de achtergrond.’
In welk land wil je later wonen?
'Ik wil in Nederland blijven wonen, ik ben niet zo'n reiziger.’
Wie zou je ooit eens willen ontmoeten?
'Mijn grootvader die ik nooit gekend heb. Ik ken mijn oma best wel goed, zij is een heel bijzondere vrouw, dan moet hij dat ook wel zijn geweest.’
Wanneer wist je dat je ging schrijven?
'Toen ik in de postkamer van De Bezige Bij werkte en al die boeken de hele tijd zag. Toen dacht ik: volgens mij wil ik het wel en zou ’t ook zomaar kunnen lukken. Maar eigenlijk wist ik al op de middelbare school dat ik het wilde. Ik maakte toen tijdschriftjes en dat soort dingen.’
Met welke schrijver identificeer je je het meest?
'Op de middelbare school met A.F.Th. van der Heijden. Ik dacht: dit is de prototypische schrijver. Zo moet je zijn. Ik dweepte met “leven in de breedte”.’
Welke karaktereigenschap komt je het meest van pas bij het schrijven?
'Dat ik rustig ben en lange tijd kan blijven zitten.’
Wat is je favoriete boek?
'Ik heb er een paar: De tandeloze tijd van AFTh, Het bureau van Voskuil, alles van John Fante. The Bonfire of the Vanities van Tom Wolfe, alles van Philip Roth, The Catcher in the Rye van Salinger, Kees de jongen van Theo Thijssen.’
Wat is de beste plek om te werken?
'Thuis.’
Wat is je ideale baan?
'Schrijven. Ik zou niet goed weten wat ik ernaast zou moeten doen. Als ik kinderen zou hebben, zou ik wel voor ze willen zorgen, zodat ik thuis kan blijven om te schrijven.’
Wat wordt je grootste prestatie?
'Dat ik iets schrijf wat ik over twintig jaar nog goed vind. Als ik mijn eerste boek opensla, zie ik nu al dingen die ik anders zou doen.’
Hoe zie je de toekomst?
'De komende jaren wil ik kijken of ik dit de rest van mijn leven kan blijven doen.’
Wat moet er veranderen in de wereld?
'Ik kan nu wel iets zeggen over de grote problemen in de wereld, maar a) het maakt niet uit en b) wie interesseert het wat ik daarover opmerk.’