Jong-uns visitekaartje

DAT NOORD-KOREA beschikte over een effectief atoomwapen, dat wil zeggen een atoombom plus een systeem om die naar een doel op middellange afstand te brengen, wisten we officieel al sinds 9 oktober 2006. Op die dag maakte Pyongyang bekend dat het een ondergrondse nucleaire kernproef, die zes dagen eerder was aangekondigd, met succes had uitgevoerd.

Dat was geen grootspraak. Amerikaanse en Japanse seismologen registreerden een schok van 4,2 op de schaal van Richter in de bergen ten zuidwesten van de noordelijke havenstad Chongjin. Brave zielen in het Westen hoopten nog dat het een ordinaire aardbeving was geweest, maar dat viel niet vol te houden. De uitzonderlijke vermogens van de ‘Grootste der Grote Leiders die de Hemel heeft voortgebracht’ reiken in Noord-Koreaanse ogen misschien ver, maar ze laten vast niet toe dat hij aardbevingen voorspelt of op een afgesproken tijdstip opwekt. Noord-Korea beschikte rond die tijd ook al over bommenwerpers en verscheidene zelfgeknutselde ballistische raketsystemen waarmee een atoombom boven Zuid-Korea en zelfs boven Japan tot ontploffing kon worden gebracht.
Tientallen jaren van internationale onderhandelingen, demarches van het Internationaal Atoomagentschap, sancties en resoluties van de Veiligheidsraad hebben Noord-Korea niet doen afzien van een eigen atoomwapen. Waarom niet? Het antwoord ligt voor de hand: juist omdat Noord-Korea zo zwaar onder druk stond. De bom maakte deel uit van een strategie die voor een geïsoleerd, autocratisch regime rationeel is. Door afwisselend te dreigen en te onderhandelen, door zijn nucleaire faciliteiten nu eens te sluiten in ruil voor economische en technische hulp, dan weer te heropenen als vergelding voor buitenlandse inmenging, wist het de internationale gemeenschap aan het lijntje te houden totdat het onomstotelijk over die bom beschikte.
Dankzij de geslotenheid van het regime weten we weinig over de rol en de persoonlijkheid van de leiders. Des te gemakkelijker neemt de buitenwereld de roddels over die de Zuid-Koreaanse geheime dienst verspreidt. Daarin wordt Kim Jong-il afgeschilderd als een pseudo-communistische Willy Wonka, een giechelende heremiet die de wereld dreigt met chocoladeraketten en Zuid-Korea met een invasie van geüniformeerde Oompa-Loompa’s. Niets is minder waar, maar de leiders in Pyongyang buiten hun imago van onberekenbaarheid dankbaar uit.
De ondergrondse kernproef van afgelopen maandag, vergezeld van twee proeflanceringen van ballistische raketten, is waarschijnlijk een visitekaartje van de gedoodverfde opvolger Kim Jong-un, die net als zijn vader onze onverdeelde aandacht wil. Die krijgt hij in de vorm van een inderhaast bijeengeroepen Veiligheidsraad, die in keurige bewoordingen moord en brand zal schreeuwen. Waarna Pyongyang zich ‘verrassend’ bereid zal tonen tot nieuwe onderhandelingen in ruil voor economische en technische hulp van het Westen die Kim Jong-un steviger in het leiderszadel zullen brengen.