Cultuurtips

Jonge documentairemakers, Thomas Bernhard en de ‘eerste comedy zombie buddy movie van Nederlandse makelij’

Onze critici verzorgen wekelijks een selectie uit het kunstaanbod. Deze week Loek Zonneveld over Thomas Bernhard in Haarlem, Walter van der Kooi over Teledoc Campus en Gawie Keyser over Beste vrienden van de jonge filmmaker Ruwan Suresh Heggelman.

FILM – GAWIE KEYSER
Op de website van het Corporate Bodies Film Festival wordt de korte film Beste vrienden van de jonge filmmaker Ruwan Suresh Heggelman omschreven als de ‘eerste comedy zombie buddy movie van Nederlandse makelij’. Dat dekt de lading: het is een hilarische, slimme parodie waarin de vriendschap tussen twee jonge mannen, beiden werkzaam op hetzelfde kantoor, ernstig op de proef wordt gesteld wanneer een van hen zomaar zombie-achtige verschijnselen vertoont.

Beste vrienden maakt deel uit van een serie films over de relatie tussen mens en organisatie. Met het festival, georganiseerd door De Haagse Hogeschool en Filmhuis Den Haag, proberen de initiatiefnemers een link te leggen tussen wetenschap en filosofie en cinema. Een blik op de films die vertoond zullen worden laat de mogelijkheden van deze benadering zien. Bijvoorbeeld: The Hudsucker Proxy (1994) van de gebroeders Coen (de relatie tussen emotie en rationaliteit in het zakenleven), Deux jours, une nuit (2014) van de gebroeders Dardenne (een vrouw die ontslagen wordt probeert in een weekend haar collega’s ervan te overtuigen dat ze wél de baan verdient) en High and Low (1964) van Akira Kurosawa (het individu versus de organisatie in een Japans bedrijf).

Dat laatste – hoe je als enkeling overleeft in een bureaucratische omgeving waarin conformeren de norm is – is een rode draad in veel films die op het festival te zien zijn. Ook in Beste vrienden. Ik zag de film onlangs tijdens het Nederlands Film Festival waar hij meedeed in de studentencompetitie. Wat hem zo goed maakt is dat regisseur Heggelman erin slaagt de gevaren van overdaad en meligheid, waar dit soort genre-persiflages vaak last van heeft, te vermijden. Hij vindt een fijne balans tussen de conventies en subtiel maatschappijcommentaar – een behoorlijke prestatie voor een nieuwkomer.

De film begint in een soort The Office-stijl waarin het saaie, alledaagse overheerst. Ferry (Huub Smit) en Robert (Martijn Crins) praten over dit en dat terwijl ze zich kennelijk voorbereiden op al weer een vergadering. Ze hebben allebei hetzelfde shirt aan, met op de borst het logo van het bedrijf. Opeens wordt een van hen onwel. Zo begint de chaos. Wat er vervolgens gebeurt – veel bloed wordt vergoten – is te leuk om uitgebreid te beschrijven. Hint: op de muur op de achtergrond is er een poster van de exploitatiefilm Sharknado (iets met haaien, ja haaien, die een verwoestende tornado vormen).

Al met al heeft het festival iets actueels, wat vooral blijkt uit twee recente films waarin moraliteit in de financiële wereld onder de loep wordt genomen: het briljante Margin Call (2011) van J.C. Chandor en The Wolf of Wall Street (2013) van Martin Scorsese. De clash tussen de persoonlijke moraal, beroepsethiek en de mysterieuze organisatorische krachten in de banken- en financieringssector is zelden zo angstwekkend in beeld gebracht als in deze werken.

-

Corporate Bodies Film Festival, van 11 tot 13 februari in Filmhuis Den Haag. Voor het volledige programma en het bestellen van kaarten zie de website van het festival.


TONEEL – LOEK ZONNEVELD

Toneelschuur Producties speelt De wereldverbeteraar

‘Het ei zacht

de saus zoet

zoet de saus’

Dat zijn de eerste teksten van De wereldverbeteraar (1979/1980) van Thomas Bernhard. Een 68-jarige filosoof/publicist bereidt zich vanaf vijf uur in de ochtend voor op de komst van een universitaire delegatie die hem zes uur later, om elf uur in de morgen, thuis een eredoctoraat zal overhandigen, uit dank voor een wetenschappelijk traktaat, over de verbetering van de wereld door hem af te schaffen. Hij wordt in zijn voorbereidingen geassisteerd door zijn vrouw: ‘Mijn levensgezellin/ mijn noodzakelijk kwaad/ mijn helle-engel’.

Dat is de handeling van het stuk. Geen handeling dus. De man praat van zich af, hij praat zich vast, hij speelt simultaan schaak tegen de rest van de wereld, tegen de complete mensheid, het verdwaalde land Zwitserland, zijn vrouw, de liefde, de pretenties (met name die in de kunsten) en uiteindelijk tegen zichzelf. Hij is een zieke oude man die de dood in de ogen ziet en die nog niet klaar is met de vleesgeworden contramine die hij is geworden. Hij is ten diepste tragisch, en zoals alle figuren van Thomas Bernhard is hij dat op een ten diepste geestige, ja zelfs komische wijze. In een prachtig boek over zijn verhouding tot het theater in de Duitstalige landen wordt Thomas Bernhard ‘een conservatieve anarchist’ genoemd, een vrolijke maar eenzame ploeteraar. De schrijver zou deze week dinsdag (9 februari) 85 zijn geworden. Hij werd maar 58 en stierf aan hart- en longfalen, deze week vrijdag (12 februari) 27 jaar geleden. Hij hoort nog altijd wereldwijd tot de meest gespeelde Duitse schrijvers uit de twintigste eeuw.

Medium thomas bernhard

‘Montaigne heb ik gezegd

maar ze begrepen niet

wat ik bedoelde

Voltaire heb ik gezegd

Schleiermacher

Er lachte er een

er lachte er nog een

toen lachten ze allemaal

de hele zaal heeft gelachen

Toen heb ik er een eind aan gemaakt

Nooit meer Trier

nooit meer naar de Moezel

Een man als ik pleegt maar één keer

zo’n verraad’

Veel Duitstalige toneelspelers die met hem in zijn toneelteksten hebben gewerkt, komen nog altijd in zijn naam bij elkaar, om over hem te spreken, hem te citeren, kleine geïmproviseerde jamsessions te houden met zijn teksten. ‘Bernhard bevleugelt ons nog altijd, iedere dag’, tekende de Süddeutsche Zeitung vijf jaar geleden uit hun monden op, in een reportage ter gelegenheid van de viering van zijn tachtigste geboortedag. ‘Zijn duistere zinnen zijn ons een licht en een troost. “Het is wat het is en het is verschrikkelijk.” Heeft men zo’n typische Bernhard-zin eenmaal gezegd, in al zijn boerse eenvoud, dan is het al niet meer wat het is, niet meer zo verschrikkelijk vooral.’

Bij Toneelschuur Producties regisseert Erik Whien De wereldverbeteraar in een voorstelling met Sanne den Hartogh (35), een van de sterke acteurs van zijn toneelspelersgeneratie, in de rol van de monologiserende titelheld. Hij is de helft jonger dan de leeftijd die de wereldverbeteraar zegt te hebben. Suzan Boogaerdt speelt zijn vrouw. De voorstelling gaat van start in het producerende toneelhuis Toneelschuur, try-outs vanaf 20 februari, première is op 25 februari, er wordt gespeeld tot en met 15 april.

‘Ze komen binnen als in het huis van een dode

nieuwsgierig als ze zijn

Hier is nog niemand opgebaard

Ik zie ze al binnenkomen

als ik hier ben opgebaard

hoe ze er bij staan

en hoe ze niet weten

wat ze moeten doen’

-

toneelschuurproducties.nl


TELEVISIE – WALTER VAN DER KOOI

Medium vvkroketvleugel 730

Teledoc Campus is een reeks korte documentaires van jonge filmers en dito producenten, die met financiële steun en inhoudelijke begeleiding van de publieke omroep, CoBo, Filmfonds en Mediafonds ervaring kunnen opdoen. Bij begin heb ik hier de eerste drie aangeraden, maar de reeks loopt nog steeds. Deze zomer is van mij van Marinka de Jongh (over jongeren met licht verstandelijke handicap die voor het eerst zonder ouders op vakantie gaan) en Paul’s Last Waltz van Lieza Röben (terugblik met familieleden op het overlijden van de vader van de maakster) zijn nog op Uitzending gemist te zien. Er volgen er nog vier, te beginnen met Vogel vrij van Edward Cook. Een mooie, tragische en soms komische beeldvertelling over de strijd tussen mens en vogel om het luchtruim rond Schiphol. Omdat er stromen gelukszoekers de grazige weiden bezoeken, en verjagen een lastige zaak is, mondt het vaak uit in een strijd op leven en dood tussen de agressief zelfverdedigende mens en de vogel die niets of weinig van vermeend menselijk eigendomsrecht, gevaar van vliegtuigmotor en menselijke jachtmethoden begrijpt. Stomme beesten. Alle methoden, van regelmatig patrouilleren en met handgeklap verjagen (mission almost impossible) tot grootschalige gansvergassing passeren de revue. Maar ook luide angstkreten uit luidsprekers, de slechtvalk, het jachtgeweer en steeds effectiever robots in de vorm van roofvogels komen voorbij. Een Amerikaanse investeerder stak recent 1,6 miljoen euro in ontwikkeling van die laatsten (Robirds), van vaderlandse makelij. Trouwens, de grond op landingsterreinen schraler maken is ook een methode. Tussendoor hoor je uiteenlopende opvattingen voorbijkomen, van de mens als heerser der schepping die het recht heeft natuur, luchtruim en dieren naar zijn hand te zetten, tot verontwaardiging over zoveel arrogantie en dierenleed. Wie vrolijk fluitend een citytripje maakt beseft niet hoeveel oorlogvoering daaraan voorafgaat.

-

Edward Cook, Vogel vrij, zondag 14 februari, NPO 3, 23.40 uur.

Volgen nog:

Ingrid Kamerling, Na de zomer (over reformatorische jongeren die lessen krijgen over hoe zich te handhaven buiten de bible belt die ze voor studie of werk verlaten), 21 februari.

Janetta Ubbels, Koffie en cake (over twee jonge vrouwen die zich in de uitvaartbranche begeven), 28 februari.

Eline Helena Schellekens, Wie wij zijn (over twee vluchtelingen die als zeventienjarigen alleen in Nederland kwamen, inmiddels een verblijfstitel hebben en zich afvragen wie ze zijn, wat ze willen en wat te doen), 6 maart.

Overigens heet Teledoc Campus in de omroepgidsen opeens 3Lab. Tja.