Portret van de Theatertroep

Jonge toneelhonden

Ze doen alles samen en laten zich door de kunst- bezuinigingen niet uit het veld slaan. Plannen heeft de Theatertroep genoeg en die gaan allemaal door, want toneelspelen is van alle tijden.

BANG UITGEVALLEN lijken ze in ieder geval niet. Toen onlangs een minder bekende Shakespeare op hun weg kwam - Measure for Measure (1604) - lagen er binnen de kortste keren drie bestaande vertalingen naast het origineel en begonnen ze na raadpleging aan het hertalen van een eigen versie. Het stuk beviel ze, zowel in de tanige taligheid als in de thematiek: een heerser die tijdelijk de macht aan zijn broer overdraagt om de plaatsvervanger vervolgens in vermomming te bespioneren en vast te stellen dat zijn steile regeerstijl in schrille tegenstelling staat met het type geil machtsmisbruik waarin hij blijkt te excelleren.
Voor de bizarre en hilarische voorstellingen, in twee kleine Amsterdamse theaters en in de Snijzaal van ’t Barre Land te Utrecht, leenden ze decorstukken bij toneelspelersgroepen die door hen bewonderd worden. De toeloop aan publiek van leeftijdgenoten was deze keer zo groot dat de acteurs zichzelf voorafgaande aan de voorstellingen op een maaltijd konden trakteren. Zichzelf uitbetalen kunnen ze echter nog niet, ze moeten erbij blijven werken en mogen ernaast blijven studeren, in die zin zijn ze amateurs in de betekenis van dilettanten, echte liefhebbers.
Ze zijn bepaald niet zuinig met kritiek op elkaar. Een van de niet meespelende leden van de troep zei na de eerste voorstelling van Maat voor Maat in het Amsterdamse Van Ostadetheater: ‘Dit is de meest kuise uitvoering van het meest ranzige stuk dat William Shakespeare ooit heeft geschreven.’ En dat was als compliment bedoeld aan het adres van Shakespeare, niet aan de uitvoerders van die avond. Welkom in de anarchistische wereld van de Theatertroep, Amsterdams jongste toneelgezelschap.
Ze waren overigens gewaarschuwd voor die rafelige Shakespeare die ze gingen spelen: kijk uit dat het geen moralistische voorstelling wordt. Dus moest er na die première nog flink aan getrokken worden. Op de volgende speelplek, twee weken later in theater Perdu aan de Kloveniersburgwal, ging het al een stuk beter en de Utrechtse voorstellingen, weer een paar weken verderop, zaten op het goede niveau van vunzigheid zonder plat te worden. Ze houden hun werk graag scherp door er eindeloos over te blijven praten en elkaar te verrassen, door niet precies zo te reageren als de vorige avond, door zich te blijven verbazen over waarom die ene grap het altijd doet (terwijl-ie toch zo flauw is), terwijl die andere tekst het níet doet (terwijl die toch zo mooi scherp is). Ze blijven op elkaars tenen staan en grappen van elkaar jatten om te zien hoe de ander zich er dan uit redt.
Onder de naam Theatertroep en met de door henzelf ontworpen website www.theatertroep.nl bestaan ze nu een kleine twee jaar. Daarvoor kwamen ze samen in lessen aan de Amsterdamse Jeugdtheaterschool van Vivian Lampe en anderen en in producties die ze daar bedachten en maakten, vaak met hun docent van het eerste uur, regisseur, toneelentrepreneur en filosoof Jaïr Stranders. Hij gaf hun een soort motto mee, je kunt ook zeggen: dramaturgisch manifest, in de vorm van een gedicht van Judith Herzberg, uit haar bundel Het vrolijkt (2008). Dat gedicht heet Trilogie en gaat als volgt:

Deel één; plaats, tijd, handeling
compact. Klassiek. Te vatten.
Deel twee loopt uit de hand.
Personen worden personages en
raken uit elkaar, tijd
uit de voegen. Rages vervangen
onstuitbaar, eigen onstuimigheid.
Drie zou weer ingetogen
moeten zijn. Vanwege
symmetrie. Maar die
laat zich niet temmen;
drie waaiert venijniger
en pijnlijker en verder uit
zoals echt in het echt.
Is dit het eind
of is het pauze?
Applaus. Gefluit. Applaus.

Het gedicht viel goed, zoals het spreekwoordelijke muntje kan vallen, de glimlach van (h)erkenning over een gave tekst, het vrolijke advies om radicaal de eigen impulsen te volgen, in plaats van iets braafs op het toneel neer te zetten. De naam Theatertroep kozen ze ook in de stijl van de schrijver waar ze veel mee hebben, Molière, en een stijl die ze omarmen, de slapstick, de clownsact van de potsenmaker in de Russische avant-garde aan het begin van de twintigste eeuw, de balagan, jiddisch voor 'troep’, 'rotzooi’, het 'zooitje ongeregeld’, bedoeld als geuzennaam.

'ZE’, DAT IS EEN GROEP jonge toneelhonden, waarvan de harde & zachte kern op dit moment en in willekeurige volgorde bestaat uit: Rosa Asbreuk (21), geboren en getogen Amsterdammer, nu tweedejaars student Theaterschool; Kyrian Esser (19), na zijn middelbare school in de troep 'gerold’; Jasmijn Vriethoff (21) uit Aalsmeer, speelt ook in de televisieserie Spangas; Luc Verhaegh (21), uit Limburg, studeert filosofie, als kaartjesscheurder in Frascati in contact gekomen met de troep; Patrick Duijtshoff (22), via een Hoofddorpse amateurvereniging liefhebber geworden, noemt zichzelf nu 'toneelverslaafd’; Roos Visser (20), door opa aan toneel verslingerd geraakt, studeert aan 'de Rietveld’; Jochum Veenstra en Vincent van Outersterp, allebei 20, troepers van het eerste uur, de een op dit moment student in het eerste jaar Toneelschool, de ander studeert media & cultuur aan de universiteit; Calle De Hoog (22), derdejaars scenografie aan de Theaterschool, doet op dit moment een stage bij Johan Simons in München. Zet ze bij elkaar en je hebt een zelden saaie, elkaar corrigerende en vliegen afvangende kakofonie die vrijwel altijd over iets-met-toneel gaat, over teksten, ideeën en verlanglijsten. Ze doen alles samen, omdat ze elkaars mening graag aan elkaar scherpen en ontfutselen. Dat is geen collectieve mantra maar een overtuiging: 'Iedereen is verantwoordelijk voor alles, vanaf het moment dat het publiek binnenkomt en als het goed gaat merk je dat ook vanaf de eerste seconde. Alles wat je ziet tot en met waar je óp zit hebben wij samen gebouwd. Ook alle missers in de voorstelling zijn ons collectief aan te rekenen, niemand is ergens individueel schuld aan, als er iets mis gaat kun je nooit zeggen: ja die-en-die heeft mij verteld dat ik dat-en-dat moest doen. Wij zijn geen spelers die de passie van een regisseur verbeelden. Iets wordt pas gedaan als iedereen het ermee eens is. Mensen met wie we graag willen samenwerken als begeleiders, dat zijn toneelmakers die we als kunstenaar nader willen leren kennen.’
Zo kozen ze acteur Martijn de Rijk (onder meer van het Noord-Nederlands Toneel onder Koos Terpstra, en onlangs in mightysociety 9 te zien) omdat hij aan de Maastrichtse Toneelschool is opgeleid, gedegen tekstbehandeling wilden ze onder meer van hem leren. En met Vincent van den Berg, toneelspeler bij ’t Barre Land, gingen ze in de slag vanwege zijn lastige en indringende vragen en zijn bekendheid met de collectieve wijze van werken.
Met deze twee ervaren toneelrotten dook de Theatertroep in het vorige seizoen in en boven op Molière. Uiteindelijk verbouwden ze een rijdend podium, een 'Thespis’-kar die ’t Barre Land had aangeschaft maar zelf nog nooit had gebruikt. De gedenkwaardige toneelavond die daar boven op en daar omheen ontstond, werd een ode aan het kermistoneel en de vaudeville, of, zoals ze het zelf omschreven, aan de 'potsenmakers, domme parvenu’s, pedante en bigotte dames, flapdrollen, hypocrieten, kwakzalvers, konkelaars en ingebeelde zieken’. De toneelzaal was leeggeruimd (tribune weg, stoelen aanvankelijk zoek), op het twee-plankieren-en-één-hartstocht-podium met enkele spookachtige valluiken werd een tekstuele anarchie gepresenteerd waarin veel Molière voorbij kwam, naast een arsenaal aan zorgvuldig voorbereide dan wel ter plekke geïmproviseerde staan-, val-, hijs- en hanggrappen. De jonge toneleurs noemden hun avond Zjuh Treebuusj, fonetisch Frans voor 'ik struikel’.

HET 'CONCEPT’ van de Theatertroep (dat klinkt overigens een stuk pedanter dan ze het bedoelen) is in zoverre slim dat er ook altijd over een verbinding met het (potentiële) publiek is nagedacht. De 'troepers’ maken niet alleen voorstellingen, ze zorgen ervoor (door een netwerk van contacten en via de sociale media) dat op die producties veel publiek uit middelbare scholen af komt en dat jonge volk wordt ná de vertoning direct gemobiliseerd en aangesproken over ideeën die er onder hen leven om actief met de Theatertroep samen te werken. Die samenwerking krijgt concreet gestalte in werk op middelbare scholen en vooral tijdens de zogeheten 'troep-avonden’, een prettig gestoorde variant van de formule 'open bak’, waarin een actieve redactie allerlei jonge performers selecteert die willen komen optreden, met danssolo’s, voorlezingen uit eigen werk, monologen en scènes, terwijl de Theatertroep die avonden ook gebruikt om nieuw eigen werk uit te proberen. De troep-avonden vormen een effectieve manier van klantenbinding en publiekswerving.
Ideeën en plannen hebben ze nog in overvloed. Kafka bewerken, De Revisor van Gogol spelen, een voorstelling over het duel Charlie Chaplin-Buster Keaton, een avond met bode-verhalen, Lermontovs De held van onze tijd bewerken, iets doen met de act 'bijpraten’ van Johnny & Rijk, er is net een bundel uit met drama van Poesjkin, zijn toneelstuk Boris Godoenov, kunnen we daar niet iets mee? En de kunstbezuinigingen? 'We gaan hardnekkig door, wat er ook gebeurt, we zijn selfsupporting, alles gaat in de pot, in het beste geval spelen we quitte. De toneelspelersgroepen waarmee we ons verwant voelen en ook de theaters en speelplekken waar we welkom zijn, die krijgen het in de komende jaren zwaar, daar zijn we niet blind voor. Maar wij zijn niet anders gewend, we zijn niet verwend, we vinden altijd wel een oplossing voor elk probleem, als we willen spelen gaan we spelen en we zullen hoe dan ook blijven maken wat we willen maken.’ Waar staan ze over vijf jaar? 'Dan is iedereen in ieder geval klaar met school, met diverse beroepsopleidingen, dan kunnen we eindelijk met z'n allen een voorstelling maken.’ En waar? Ook al niet van dat benauwde: 'Een eigen zaal waar we kunnen koken voor ons publiek.’
Hun engagement is onloochenbaar, kijk naar hun versie van Maat voor Maat, maar als je die voorstelling 'maatschappelijk geëngageerd’ noemt breekt de pleuris uit en wordt het geheid ruzie in de tent. Ze houden van de taal van dat stuk maar het kan ook een stuk kaler, het vroege toneel van Judith Herzberg wordt nu herlezen en misschien kunnen ze haar vragen om een nieuw stuk, speciaal voor de Theatertroep te schrijven. Nieuwe voorstellingen zijn in de maak en voor juni 2012 staat een vlootschouw van hun repertoire gepland. Voorlopige werktitel: Beau Coup De Troupe!

Inlichtingen, historie, repertoire, nieuwe voorstellingen, speellijsten, troep-avonden, foto’s en filmpjes: www.theatertroep.nl.