Film: Kon-Tiki

Jongens-eigen

Kon-Tiki vertelt het verhaal van de beroemde ontdekkingsreis per balsahoutvlot waarop de Noorse antropoloog Thor Heyerdahl in 1947 samen met een groepje andere jonge mannen de Stille Zuidzee overstak om te bewijzen dat Peruvianen uit de Inca-tijd in werkelijkheid de eerste bewoners van Polynesië waren.

Medium kon tiki bilde 6

De film van het regisseursduo Joachim Rønning en Espen Sandberg is een oogstrelend, in sneltreinvaart verteld avontuur dat nog het meest weg heeft van een ‘boy’s own’, zoals dit soort verhalen in het Engels heten. En wat een verleiding biedt dát wel niet: het leven als een aaneenschakeling van zorgeloze, spannende momenten waarin je uitgedaagd wordt je eigen grenzen te onderzoeken.

Populaire tijdschriften specifiek gericht op jongens vonden vooral tussen 1850 en 1920 een massapubliek. Volgens de Britse historicus John Tosh, auteur van onder meer A Man’s Place: Masculinity and the Middle-Class Home in Victorian England (1999), speelden deze bladen een kernrol in het vormen van opvattingen over mannelijkheid onder jongens. Tosh concludeert dat het denken uit de Victoriaanse en Edwardiaanse literatuur in deze bladen terugkeerde, namelijk dat mannelijkheid vooral een morele eigenschap was, onderdeel van een strenge ethische code waarin vindingrijkheid, onafhankelijkheid, nuchterheid, kuisheid en het belang van het gezin voorop stonden.

Tosh’ paradigma sluit naadloos aan bij dat van de opvarenden van de Kon-Tiki, zoals ­Heyerdahl het gammele vlot noemde waarmee hij en zijn makkers de oceaan aandurfden. Wanneer de mannen zich in een Peruviaans dorpje gereedmaken voor de lange reis hebben ze alleen maar oog voor zichzelf. Als een mooie jonge vrouw in een restaurantje verleidelijk naar Heyerdahl lacht, reageert hij daar niet eens op. Het is niet dat hij trouw wil blijven aan zijn echtgenote, die tegen het avontuur is en met de kinderen in Noorwegen achterblijft, maar eerder dat flirten botst met het beeld dat hij heeft van zichzelf als man, en al helemaal met het avontuur dat hij de volgende dag tegemoet zal treden.

Dan de zee op. In het bootje. En dán begint deze film pas echt. Op het vlot blijkt Heyerdahl een blauwdruk voor een _boy’s own-_held: een gentleman die geen moment zijn doel uit het oog verliest, ook al twijfelen zijn vrienden sterk aan de haalbaarheid van de expeditie. Een van hen strijdt om zijn eigen angst te boven te komen. Deze man, die anders dan de anderen een beetje dik is en daardoor kwetsbaar overkomt, vindt het bijvoorbeeld doodeng dat Heyer­dahl erop staat dat ze gewoon touw in plaats van ijzerdraad gebruiken om de balken van het vlot bij elkaar te houden. Want dat was nu eenmaal de manier waarop de Inca’s hun vlotten hadden gebouwd, en wat goed genoeg voor de Inca’s was, moet nu goed genoeg voor de Kon-Tiki zijn. Demonstratief gooit Heyerdahl het draad overboord, tot afgrijzen van de bangerik.

Dan komen de haaien. De mannen vangen er een met blote hand. Ze verkeren in levensgevaar als ze in het water belanden, tussen de om hen heen draaiende mens-etende monsters. Het is allemaal schitterend om te zien, duidelijk gefilmd met liefde voor de ideologie van het jongensavontuur. Hierbij is de volledige afwezigheid van ironie bijna vanzelfsprekend, en zijn enkele dromerige scènes erg mooi en gepast. Bijvoorbeeld die waarin Heyerdahl spiritueel naar het uitspansel tuurt terwijl de camera naar boven beweegt, zelfs tot in de stratosfeer, om een goddelijk perspectief te bieden op deze mannen die in de maritieme wildernis ontdekken dat je pas man kunt zijn als je de broze jongen in je weet te koesteren.


Te zien vanaf 4 april