Nederlandse waterschappen gaan internationaal

‘Jongens, ga je governance eens goed regelen’

De waterschappen, tot voor kort de saaiste bestuurslaag van Nederland, zijn op buitenlands avontuur. Onder het motto ‘van hulp naar handel’ treden ze op als vooruitgeschoven post voor het Nederlandse bedrijfsleven.

Medium hh 20712312

Het water van de Cauca-rivier stort met luid geraas van de plateaus van de Andes in de Colombiaanse savanne. Hier ligt Cali, de tweede stad van het land. Ondanks de hitte is het druk op straat. Straatventers verkopen water en plakken ananas, jongetjes wassen de voorruiten van taxi’s. Een junk slaapt zijn roes uit in de middenberm.

De meeste inwoners van Cali komen oorspronkelijk uit kleine dorpjes op het platteland. Die dorpjes hebben nu plaatsgemaakt voor uitgestrekte suikerrietplantages langs de oevers van de Cauca. Boerenfamilies zijn van hun land verdreven door paramilitairen en andere gewapende groepen. In bijna dertig jaar tijd hebben in het departement honderd massamoorden plaatsgevonden en er zijn tweehonderdduizend mensen van hun land verdreven. Veel vluchtelingen kwamen terecht in geïmproviseerde sloppenwijken op de dijk tussen de stad en de rivier. Nu moeten ze opnieuw weg, omdat het stadsbestuur de dijk wil verstevigen.

Harold Angel Murillo’s huis werd in oktober vernietigd. ‘’s Ochtends stonden er vierhonderd politieagenten voor m’n deur en braken ze mijn huis af’, vertelt ze. ‘Nu leef ik op straat, ik heb geen enkele compensatie gekregen.’ De afgelopen weken werden tientallen huizen vernietigd of platgebrand. Tegen bewoners die zich verzetten gebruikte de politie wapenstokken, traangas en rubberen kogels. Sommige bewoners belandden tijdelijk in de gevangenis.

In een kantoor aan een van de drukke straten van Cali zit María Sandoval van de lokale milieuautoriteit cvc. Ze zucht als ze denkt aan de situatie op de dijk. Het is nog maar de vraag of in de chaos werkelijk iedereen vertrekt. ‘Of dat ze iets hebben aan de flats die voor sommigen van hen gebouwd zijn’, zegt Sandoval. ‘Het zijn extreem arme mensen die voornamelijk leven van de groenten die ze op de dijk verbouwen en de kippen die er rondscharrelen.’ In de vensterbank van Sandovals kamertje staan, naast een Christusbeeld en een kerststalletje, een Delfts blauw molentje en een oranje knuffel in de vorm van een vuursalamander – het logo van het Nederlandse adviesbureau Arcadis. ‘Gekregen van onze Nederlandse collega’s.’

Sinds 2011 werkt zij onder meer samen met de Brabantse waterschappen De Dommel en Aa en Maas die met respectievelijk de ingenieursbureaus Arcadis en Royal HaskoningDHV twee onderzoeksrapporten en adviezen hebben geschreven over de situatie in Cali, onder meer over het versterken van de dijk. ‘Wij brengen een stukje governance in’, zegt Louis Bijlmakers van waterschap De Dommel. ‘Arcadis doet de techniek en wij leren de Colombianen hoe ze een project moeten organiseren en belanghebbenden kunnen betrekken.’ Dat zou een typisch Nederlands poldermodel moeten opleveren. De Colombiaanse autoriteiten schrijven dat ze in navolging van de Nederlanders ‘stakeholderbijeenkomsten’ hielden en een online platform opzetten waar mensen hun mening over het project kwijt konden.

Maar de mensen op de dijk hebben nog nooit van die stakeholderbijeenkomsten of het platform gehoord, zeggen ze. ‘Ons is niets verteld. We wisten niet eens dat we moesten verhuizen. Dat bleek pas toen ze onze huizen kwamen vernietigen’, zegt Jakeline Ariza, officieuze woordvoerder van de wijk.

De gemeenteraad sprak sinds eind oktober over de mensenrechtenschendingen op de dijk. De gemeentesecretaris voor noodgevallen en rampen verdedigde zijn keuze om met harde hand de dijk te ontruimen met een beroep op de studies van de Nederlandse ingenieursbedrijven en waterschappen. ‘Volgens de studie van los Holandeses moeten we de dijk ontruimen, anders loopt de hele stad gevaar’, zei Rodrigo Zamorano Sanclemente. Raadslid Patricia Molina betwijfelt of dit het echte motief is: ‘Slechts een deel van de dijk wordt nu ontruimd, precies het stuk waar de burgemeester met z’n eigen bedrijf een grote haven wil bouwen.’

Bijlmakers gaat de komende jaren door in Cali. De Unie van Waterschappen heeft beloofd om Sandoval en haar collega’s de komende vier jaar te helpen met governance voor de dijk. ‘Zo blijft Nederland in beeld bij deze overheden en dienen wij als vooruitgeschoven post voor de Nederlandse watersector’, zegt Bijlmakers.

Het Colombiaanse project is lang niet het enige buitenlandse avontuur van de waterschappen, blijkt uit onderzoek van platform voor onderzoeksjournalistiek Investico. De oer-Hollandse besturen, traditioneel verantwoordelijk voor waterveiligheid, dijken en polderpeil in ons land, reizen de wereld rond om een voet tussen de deur te krijgen bij buitenlandse overheden. En dat doen ze niet voor zichzelf. De dijkgraven en hun ambtenaren spelen een steeds belangrijkere rol in het nieuwe buitenlandbeleid van dit kabinet dat onder het motto ‘van hulp naar handel’ wil stoppen met ouderwetse ontwikkelingshulp en landen vooral wil helpen door Nederlandse bedrijven een stevig aandeel te geven in opkomende economieën. Met dat doel voor ogen zijn de waterschappen inmiddels ingericht als een prestigieuze etalage: vooruitgeschoven post en luistervink voor Hollandse advies-, ingenieurs- en baggerbedrijven.

‘Aan het begin hing het van toeval aan elkaar’, zegt Peter Glas, de Brabantse watergraaf (volgens een oude wet mag hij zichzelf geen dijkgraaf noemen, want er liggen geen dijken in zijn ‘beheersgebied’) van waterschap De Dommel. De buitenlandse projecten waren niet meer dan goed bedoelde, ietwat vrijblijvende adviezen van waterschappers aan hun buitenlandse evenknieën die ze incidenteel, bijvoorbeeld op congressen, hadden ontmoet.

De joviale, boomlange Glas is de katalysator van een ‘buitenlandbeleid voor waterschappen’. Bij zijn aantreden in 2003 begon hij verschillende internationale _water governance-_projecten te stroomlijnen. ‘Het was niet meer dan twee A4’tjes beleid, hoor.’

Achterover gezeten op zijn werkkamer vertelt hij over de praktijk van water governance. Glas moest de meanderende Dommel door Boxtel weer aan het stromen krijgen. ‘In de loop van de jaren was het riviertje verslibd, verzand en vermodderd. Het stonk’, vertelt hij. ‘Wij hadden een mooi plan opgesteld, maar bewoners in een nieuwe woonwijk verderop in Boxtel zagen dat niet zitten. Toen heb ik ze direct op de koffie gevraagd en gezegd dat ze een paar maanden de tijd kregen om aan de tekentafel zelf een beter plan te verzinnen.’ Tien jaar later was het eindelijk zo ver. ‘En het heeft ook nog eens twee keer zo veel gekost’, voegt hij er sardonisch aan toe. ‘Maar dat is hoe het gaat. Water governance is een kunst. Of het nu een Dommeltje of een stuwdam in de Nijl betreft.’

In 2010 stonden de eeuwenoude waterschappen opeens ter discussie. Een adviescommissie van het kabinet-Rutte I stelde voor om de taken van de waterschappen onder te brengen bij provincies en de waterschappen vervolgens op te doeken. In het kader van de ‘kleinere overheid’ moest het maar eens klaar zijn met al die losse waterambtenaren.

Onder dat politieke gesternte was Glas inmiddels voorzitter van de Unie van Waterschappen geworden. Hij dronk in Den Haag talloze kopjes koffie in de hoop bondgenoten te vinden bij bijvoorbeeld Rijkswaterstaat en het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Op de ‘Waterschapsdag’ van dat jaar hield hij zijn publiek voor dat de waterschappen weliswaar ‘alle stormen van staatsvorming en staatshervorming steeds overleefden’, maar dat nu hun bestaansrecht toch echt werd betwist. ‘Wij zijn pas geslaagd als anderen de meerwaarde van ons werk voor hun doelen zien.’

‘Water governance is een kunst. Of het nu een Dommeltje of een stuwdam in de Nijl betreft’

Concreet hield dat volgens hem het volgende in: de waterschappen zullen ‘een bijdrage leveren aan wereldwijde uitdagingen op het gebied van de millennium development goals en de exportbevordering’. Als voorbeeld noemde Glas een handelsmissie naar Turkije, geleid door hemzelf en oud-minister Laurens Jan Brinkhorst: ‘De noodzakelijke investeringen op het gebied van milieu en water zijn daar becijferd op een duizelingwekkende zeventig miljard euro. Er liggen in Turkije, maar ook elders, enorme kansen als we durven kiezen.’

Als extra geste werd ook de rijksbegroting ontlast. Doordat de waterschappen per 2011 een gedeelte van het Hoogwater Beschermingsprogramma en de bestrijding van muskusratten op zich namen, bespaarde het rijk jaarlijks honderd miljoen. Dat was overigens noch een bezuiniging noch een lastenverlichting voor de burger, want de honderd miljoen wordt sindsdien niet als rijksbelasting opgehaald maar als waterschapsbelasting.

Een jaar later werd de nieuwe relatie tussen kabinet en waterbestuurders beklonken in het ‘bestuursakkoord 2011’. Glas’ voorgestelde bijdrage aan de exportbevordering kreeg in 2012 een officieel label opgeplakt toen de waterschappen toetraden tot de ‘topsector water’. Dat is een door het ministerie van Economische Zaken gefaciliteerd samenwerkingsverband waarbij allerhande overheden proberen om het Nederlandse bedrijfsleven een handje te helpen in het buitenland. Waterschappen namen de nieuwe titel Dutch Water Authorities aan: etalage, proeftuin, boegbeeld, pleitbezorger en luistervink in het buitenland voor bedrijven als Van Oord en Boskalis. Sindsdien zijn ze officieel steunpilaar van het nieuwe ‘van hulp naar handel’-beleid van minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Lilianne Ploumen.

Medium dsc 0150

Het kantoor van waterschap Hollandse Delta in Ridderkerk heeft een meterslange vitrinewand met kristallen bokalen. De oudste stamt uit 1723. Elke nieuwe dijkgraaf toost, al sinds de Middeleeuwen, met deze bekers op de toekomst van het waterschap. Pronkstukken zijn de ‘hensglazen’, grote kelken met een deksel. Het woord ‘hens’ is afgeleid van hanse, dat zoiets betekent als bondgenootschap. De bokalen zijn vaak versierd met wapens, gravures en spreuken als ‘Het leven is als eb en vloed’ en ‘Niets is bestendig’. Op een van de glazen is te zien hoe met paardenkoetsen hard aan een nieuwe dijk wordt gewerkt en hoe de werkers daarna uitrusten in de lokale herberg.

Nieuwe raadsleden moesten het hele hensglas leegdrinken om toegelaten te worden tot het gezelschap van bestuurders. Daarna schreven ze een spreuk in het bijbehorende drinkboek. Het nieuwste glas in de collectie is van dijkgraaf Jan Geluk. Het weerspiegelt de kleurenpracht van de natuur, het water dat door het waterschap wordt beheerd en de transparantie die de organisatie nastreeft. ‘We zijn trots op onze geschiedenis’, zegt Hans Waals, coördinator buitenlandse activiteiten bij het waterschap.

Maar in Ridderkerk kijken ze ook vooruit. De verschuiving van hulp naar handel komt de bestuurders van waterschap Hollandse Delta goed uit. Zij doen slechts mondjesmaat aan internationale projecten. ‘Alleen projecten die ook iets opleveren voor Nederland’, zegt dijkgraaf Geluk, een voormalige boer die landbouwprojecten opzette in Oost-Europa. Hij ging onder meer met FrieslandCampina op handelsmissie naar Pakistan, ‘om waterbeheer te matchen met landbouw’. ‘Als wij als waterschap tegen die overheid zeggen dat ze iets aan hun waterbeleid moeten doen, worden wij eerder geloofd dan een of ander groot bedrijf dat daar wil verdienen.’ De situatie daar in Pakistan is buitengewoon zorgelijk, vertelt Geluk: ‘Arm, zeer corrupt, onveilig. Die rivieren treden elke keer buiten hun oevers, dus de Pakistanen vroegen mij hoe ze dat kunnen oplossen. Ik heb gezegd: “Jongens, ga nou je governance eens goed regelen.”’

Ook voor Keimpe Sinnema van waterschap Drents Overijsselse Delta is het handig dat het handelsbeleid in de ontwikkelingsprojecten is geschoven. ‘Sommige partijen in onze raad vinden het belangrijk om aan ontwikkelingswerk te doen. Andere partijen vragen: wat levert het ons op? Als we kunnen aantonen dat het wat oplevert, dan kunnen we gaan. Dan hebben we een meerderheid en dat lukt over het algemeen goed.’

‘Ik ben erg trots op onze waterschappen’, vertelt Global Director for Water Products Innovation René Noppeney op het hoofdkantoor van Royal HaskoningDHV in de bossen van Amersfoort. ‘Ze staan onze buitenlandse potentiële klanten altijd enthousiast te woord.’ Hij kan zijn geestdrift nauwelijks bedwingen: ‘Ik overdrijf niet als ik zeg dat ze bij waterschap Vallei en Veluwe iedere week delegaties ontvangen die naar de zuiveringsinstallatie komen kijken.’

Royal HaskoningDHV is als eerste bedrijf een nog innigere band aangegaan met de waterschappen. ‘Wat is er nou leuker dan dat mijn buitenlandse klanten met een Nederlandse operator gaan werken?’ Daarom krijgen Noppeney’s klanten bij hun installatie ook een waterschapper meegeleverd. ‘Een medewerker die wij voor commercieel tarief inhuren helpt dan bij de opstart. Dat is niet alleen goed voor mijn reputatie, maar het werkt ook beter, want die Nederlander heeft al een keer met onze installatie gewerkt. Daar ben ik echt superenthousiast over.’

Met de wind in de rug waaien de waterschappen uit over de wereld. Wetterskip Fryslân bouwt wc’s in Mozambique. In Roemenië zet waterschap Roer en Overmaas een lokaal belastingsysteem op. In Egypte werkt waterschap Aa en Maas aan ‘integraal waterbeheer’, al is het project wat vertraagd door de ‘fragiele politieke situatie in Egypte’.

Waterschap Zuiderzeeland, uit Flevoland, adviseert in Ethiopië over rivieren. Het waterschap zet daar ook een decentrale sanitatieketen op. Handig, legt de projectleider uit, want ‘hier in Flevoland komt een wijk die organisch gaat groeien en waarbij geen centrale voorzieningen worden aangelegd. Dat worden allemaal decentrale systemen, dat lijkt op wat we in Ethiopië doen. We gaan niet alleen om kennis te brengen, ook om kennis te halen.’

Begin dit jaar nog tekende Nederland een samenwerkingsovereenkomst met het Turkse ministerie van Bosbeheer en Water. De waterschappen gaan met Turkije in ontwikkelingslanden werken aan waterbeheer en sanitatie.

In Zuid-Afrika hielpen negen Nederlandse waterschappen samen met de gemeenten Zwolle en Dalfsen om lokale waterautoriteiten op te zetten. Waterschap Peel en Maasvallei ging mee op handelsmissie naar Azerbeidzjan, de dijkgraaf van waterschap Hollandse Delta vertegenwoordigde de Nederlandse handelsbelangen tijdens een missie naar Myanmar. Zijn collega van waterschap Brabantse Delta leidde een handelsmissie naar China en de Unie van Waterschappen organiseerde netwerksessies voor de Nederlandse handelsdelegatie in Zuid-Afrika.

‘Wij hebben de planningscapaciteit, consultancy, wij kunnen baggerwerkzaamheden doen’

Om de buitenlandactiviteiten te bekostigen tuigde de Nederlandse Waterschapsbank (nwb) in 2006 een apart buitenlandfonds op. De Waterschapsbank, opgericht in 1954 om een nieuwe watersnoodramp te voorkomen, is gewoonlijk een saaie investeerder in infrastructuurprojecten. De waterschappen, gezamenlijk voor meer dan tachtig procent aandeelhouder, lieten de bank 20,5 miljoen euro storten in het zogenoemde NWB Fonds. Dit fonds leent vervolgens dat kapitaal weer terug aan de bank. Van de rente over deze leningen, aanvankelijk berekend op vier procent en dus ongeveer acht ton per jaar, betalen de waterschappen hun internationale inspanningen.

Acht ton per jaar, op de miljoenenbegrotingen van de waterschappen is het niet veel, maar er kleeft een ander probleem aan: het NWB Fonds is juridisch gesproken geen onderdeel van de bank of de waterschappen en de taken die ermee vergoed worden zijn geen wettelijke taken van de waterschappen. ‘Ze zouden een openbare en democratische discussie moeten voeren over of ze wel in het buitenland moeten werken’, zegt Corine Hoeben, die aan de Rijksuniversiteit Groningen onderzoek doet naar de financiën van waterschappen. ‘Dit klinkt als een manier om die politieke discussie te omzeilen.’

Onlangs kwamen de inkomsten uit het fonds onder druk te staan toen de rentestand maar bleef dalen. Daarop besloten de waterschappen dit voorjaar om de normale lening tussen fonds en bank om te zetten naar een zogenoemde hybride lening. Die is riskant. De Autoriteit Financiële Markten waarschuwde onlangs nadrukkelijk dat vanwege de grote risico’s alleen professionele investeerders er gebruik van zouden moeten maken. Maar precies dankzij het grotere risico kan het fonds een hogere rente overeenkomen met de bank. En zo komen de waterschappers toch nog aan hun acht ton per jaar die buiten de individuele waterschapsbegrotingen blijft.

De militairen van de Myanmarese junta hadden hun hielen nog niet gelicht of de dijkgraaf van het Hoogheemraadschap van Delfland bracht al een bezoek aan de delta van het Zuidoost-Aziatische land. In 2012 leidt hij een missie om te onderzoeken hoe Nederland kan helpen nu het land weer open gaat en de internationale boycotten worden opgeheven. Een jaar later is hij er weer, samen met minister van Infrastructuur Melanie Schultz van Haegen. Ze sluiten een memorandum of understanding af met de overheid van Myanmar. Volgens de dijkgraaf is Nederland ‘de preferente partner van Myanmar op watergebied’.

De liefde is wederzijds. Myanmar is hot, het land is rijp voor buitenlandse investeringen. Op een zonnige middag in juni is het daarom druk in het zaaltje van het Haagse New Babylon Hotel, pal naast het ministerie van Buitenlandse Zaken. Heel de Nederlandse watersector, ook Louis Bijlmakers van waterschap De Dommel, is aanwezig tijdens een netwerkbijeenkomst georganiseerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Op een slide van de powerpointpresentatie is Myanmar opgedeeld in zones. ‘We hebben de grens van de deltazone nog een paar kilometer naar het noorden kunnen opschuiven omdat we daar nog brak water aantroffen’, vertelt de presenterende ambtenaar met een grote glimlach. Op de volgende kaart is Myanmar al verdeeld over economische aandachtsgebieden van diverse westerse landen en ontwikkelingsbanken.

De netwerkbijeenkomst vormt het startschot van een aanbestedingsprocedure voor een masterplan voor de Ayeyarwady Delta. Het voorwerk is al gedaan: een consortium van onder meer waterschap De Dommel, Royal HaskoningDHV en Arcadis schreef in 2014 een strategische studie voor waterveiligheid, het bevaarbaar maken van rivieren, watervoorziening voor landbouw en waterkrachtcentrales in Myanmar.

De aanbesteding betreft een klein bedrag, voor het advies is maximaal 950.000 euro begroot en de Rijksdienst spoort partijen aan om zich vooral als consortium in te schrijven. ‘We hebben niet de zak met dollars, maar wel de kennis. Die twee moeten we een beetje koppelen’, zegt Armand Evers, de nieuwe Nederlandse delegate representative in Yangoon. Het doel is om met dit masterplan de geldstromen van grote partijen als de Wereldbank en de Asian Development Bank te beïnvloeden. ‘De Wereldbank zegt bij wijze van spreken tegen ons: als jullie dat Deltaplan maken, dan is er een structuur om ons honderden-miljoenenprogramma uit te rollen’, aldus Dennis van Peppen van de Rijksdienst. ‘En dan hopen we natuurlijk dat ze voor het uitvoeren van die projecten bij Nederlandse bedrijven terechtkomen. Want wij hebben de planningscapaciteit, consultancy, wij kunnen baggerwerkzaamheden doen’, zegt Van Peppen. ‘Het is niet altijd altruïsme, het is ook een beetje egoïsme’, stelt een van de ambtenaren op het evenement.

Inspirerend en boordevol kansen, zo’n Myanmar-middag in een Haags hotel, maar is het ook waartoe de waterschappen op aarde zijn? Hebben de waterschappen daadwerkelijk een toegevoegde waarde bij de buitenlandse projecten? Kunnen ze zoals ze zelf zeggen hun unieke governance-model inzetten om waterproblemen in ontwikkelingslanden structureel te verhelpen? Het Colombiaanse project laat zien dat de lokale realiteit wel eens anders kan uitpakken dan waar een advies van een waterschap in voorziet. En meer projecten kampen met problemen.

Bij een irrigatieproject in Sri Lanka liep het voor Louis Bijlmakers van De Dommel anders dan gedacht. De Rabobank Foundation zou leningen geven aan boeren, zodat zij een irrigatiesysteem konden kopen. Het project liep spaak toen bleek dat de Sri Lankaanse centrale overheid het project niet wilde. Die had al een eigen irrigatieproject en zag het leenmodel van de Rabobank niet zitten.

Het Flevose waterschap Zuiderzeeland strandde in Bangladesh, omdat de lokale organisaties niet wilden meewerken. In Nicaragua zijn in verschillende projecten de doelen niet gehaald. Waterschap Rijn en IJssel wilde collega’s daar leren strategisch te denken, maar was in de praktijk alleen maar bezig om ad hoc problemen op te lossen. In Mozambique, Egypte en Zuid-Afrika zijn projecten vertraagd. Zeven Nederlandse waterschappen helpen in Zuid-Afrika om een waterschapsbestuur op te zetten. Dat loopt niet soepel, omdat de Zuid-Afrikaanse autoriteiten ‘geen prioriteit geven aan internationale contacten’. Desondanks is het project volgens het NWB Fonds succesvol, want ‘het project heeft een goede exposure en draagt sterk bij aan de positionering van de Dutch Water Authorities’.

Op basis van het jaarverslag van het NWB Fonds ontstaat de indruk dat het alleen bij een project in Indonesië en Zuid-Afrika soepel loopt. In Indonesië helpt het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard met het opzetten van een polder. Tien jaar na de start van het project is dit doel nu binnen handbereik. In Zuid-Afrika werkt een aantal waterschappen samen met een Nederlands bedrijf dat satellietbeelden verkoopt. Met hulp van de waterschappen kreeg dit bedrijf voet aan de grond in Zuid-Afrika en kon het de beelden verkopen aan Zuid-Afrikaanse waterschappen. Nu is het product verder ontwikkeld en kan het bedrijf, zonder de hulp van Nederlandse waterschappen, de data verkopen aan verzekeringsbedrijven, boeren en mijnbouwbedrijven. Volgens het NWB Fonds is dit een mooi voorbeeld van de bijdrage van de Dutch Water Authorities aan de transitie van hulp naar handel.

Volgens Hein Pieper, dijkgraaf van Rijn en IJssel, portefeuillehouder internationale zaken van de Unie van Waterschappen én bestuursvoorzitter van het NWB Fonds, is er vandaag ‘nog geen strategie’. Hij stelt dat het buitenlandbeleid ‘steeds verder in ontwikkeling is’ en hij noemt de Unie van Waterschappen ‘een lerende organisatie’.

In hun optimisme lijken de bestuurders zich niet te realiseren dat er geen weg meer terug is. Ze zitten in een fuik. Langzamerhand spelen de waterbestuurders zo’n nadrukkelijke rol in de ‘van hulp naar handel’-karavaan dat ze er niet makkelijk meer uit kunnen stappen. Al helemaal niet nu ze een omstreden en ingewikkelde financiële constructie zijn aangegaan om hun activiteiten in den vreemde op poten te houden. Het risico is dat de Colombiaanse dijk geen incident blijft en de Dutch Water Authorities steeds vaker verzeild raken tussen hulpeloze burgers en autoritaire regimes die af en toe gewelddadig optreden.

Watergraaf Glas weigert cynisch te zijn. Een project in Oekraïne staat hem nog helder voor de geest. ‘Daar had je een rijkswaterstaat van de Krim. Ooit de graanschuur van Europa en met een hele infrastructuur in de sovjettijd ontwikkeld, met rivieren, kanalen, irrigatiesystemen, dat zat goed in elkaar. Maar met de val van het IJzeren Gordijn viel ook die governance-structuur in elkaar. Wie was er de baas? Waar zou het geld vandaan moeten komen? Wij hebben ze geholpen met het opzetten van geautomatiseerde meetsystemen en monitoring. Het feit dat wij daar op bezoek gingen was ook mental support: jullie doen ertoe. En het feit dat we daar regelmatig kwamen, bracht dat instituut op een hoger plan. Want als de watergraaf meekwam had je toegang tot het ministerie en de vice-premier, die kwam voor dat instituut alleen niet naar kantoor.’

Achter z’n bureau liggen nog stapels folders voor Oekraïne, met een in het Russisch uitgewerkt diagram over goed waterbeheer. ‘De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik niet weet hoe het er nu mee staat’, zegt Glas. ‘Want er zijn natuurlijk weer een paar veranderingen daar.’


Beeld: (1) Myanmar, langs de Ayeyarwady-rivier. Kansen voor Nederlandse bedrijven (Alessandro Grassani / Luzphoto /HH); (2) Colombia. Sloppenwijken op de dijk tussen de stad Cali en de Cauca-rivier. De bewoners moeten plaatsmaken voor ‘ruimte voor de rivier’, het concept dat geadviseerd is door Nederlandse waterschappen en ingenieursbureaus (Karlijn Kuijpers)