Jongensboek

ERNESTO CHE GUEVARA
DE ARGENTIJN: HERINNERINGEN AAN DE CUBAANSE REVOLUTIONAIRE OORLOG
Uit het Spaans (Pasajes de la Guerra Revolucionaria) vertaald door Tineke Hillegers-Zijlmans, Frieda Kleinjan-van Braam , De Geus, 349 blz., € 19,90

Net nu in Nederland de ‘linkse kerk’ ter verantwoording wordt geroepen voor zijn actieverleden verschijnt er een boek van de bekendste revolutionair van de afgelopen eeuw: Ernesto ‘Che’ Guevara. Weliswaar had hij nobele idealen, maar de manier waarop hij die wilde verwerkelijken moet voor eenieder die met een inbraak in een ministerie al moeite heeft ronduit verwerpelijk zijn. Toch is zijn markante kop in de loop van de tijd verworden tot een lucratief commercieel logo op tassen en T-shirts.
De meeste eigenaren van een Che-item lijken overigens weinig van de barbudo –geuzennaam van de bebaarde revolutionairen in de Cubaanse Sierra Maestra – te weten. Behalve dan dat er iets anti-autoritairs van uitgaat. Wellicht brengt de film van Steven Soberbergh daar binnenkort verandering in. Die bestaat uit twee delen, waarvan het eerste is gebaseerd op dit boek. Eigenlijk zou dit ‘Cubaans dagboek’ moeten heten, als tegenhanger van zijn veel bekendere broertje Boliviaans dagboek. Het verschil is dat Che al een internationale held was toen hij het tweede schreef. Bovendien legt hij aan het eind daarvan het loodje en maakt zich daarmee onsterfelijk bij de westerse jongeren die een jaar later ‘1968’ zouden laten plaatsvinden.
Boliviaans dagboek werd zo een historisch relikwie en verplicht item op linkse boekenplanken. En dat terwijl de leesbaarheid ver achter blijft bij dit verslag van de Cubaanse revolutie. El comandante himself bewerkte zijn dagboekaantekeningen namelijk tot een lekker lezend jongensboek. Wel neigt hij erg naar zwaar aangezette, soms zelfs poëtische oorlogsretoriek: ‘Opnieuw heeft het bloed van jonge mensen de velden van Latijns-Amerika bevrucht om de vrijheid mogelijk te maken.’ Maar dat is hem vergeven: je kunt van een revolutionair moeilijk zelfspot verwachten.
Terwijl de steun aan Stalin, Mao en zelfs Fidel door de meeste linkse rakkers achteraf werd ingetrokken, bleef Che altijd van kritiek verschoond. Zelfs in het huidige tijdsgewricht lijkt hij veilig op een voetstuk te staan. Dat blijkt al uit het feit dat men veertig jaar na zijn overlijden nog een nieuwe vertaling van zijn werk uitbrengt. Een betere timing had er niet kunnen zijn: alle milieuactivisten, krakers, hippies en provo’s die nu hun zonden overdenken, kunnen hier de tijd mee doden. Al is het maar om hun eigen daden wat te relativeren door ze af te zetten tegen die van een echte guerrillero.