PHILIP ROTH

Jongleren met lust en nuchter leven

tekening: PJ Roggeband
PHILIP ROTH
EXIT GHOST
Jonathan Cape, 292 blz., € 25,75

Medium pj 20opening4

In de laatste week van oktober 2004, vlak voor de herverkiezing van George Bush, keert Nathan Zuckerman, op de eerste bladzijde van Philip Roths Exit Ghost, terug naar New York. Maar Zuckerman – voor de trouwe Roth-lezer een oude bekende uit The Human Stain en zeven oudere romans – heeft elf jaar als een kluizenaar geleefd in de Berkshires, New England en weet amper dat er verkiezingen zijn. Het wereldnieuws is voor hem achtergrond geworden, de politiek en 9/11 houdt hij op afstand. Naast het schrijven van zijn boeken wekken alleen sport (honkbal) en muziek zijn belangstelling op. De rest is ruis. Hij, genezen van prostaatkanker, is waarnemer en buitenstaander op Manhattan en verbaast zich over de New Yorkers, die onophoudelijk mobiel bellen.

Zuckerman zoekt de stad weer op om een lichte ingreep tegen zijn incontinentie te ondergaan. Met zijn impotentie heeft hij leren leven. Maar er is veel meer aan de hand, al laat Roth dat niet meteen weten. Doortrapte dosering wekt spanning op en houdt de lezer scherp. Zuckerman is in 1993 uit New York gevlucht omdat hij antisemitische dreigbrieven kreeg; in 2004 vlucht hij weer terug omdat hij zich andermaal bedreigd waant. Waarmee Roth willens en wetens Osama bin Laden naar de achtergrond duwt en het zogenaamde alledaags antisemitisme naar de voorgrond haalt: een typische Roth-kunstgreep om de blik op de recente geschiedenis een tik te geven. Los van alle bedreigingen heeft Zuckerman een mislukte roman geschreven, wellicht omdat zijn af en toe falende geheugen zijn narratieve coherentie heeft aangetast. Met andere woorden: is Zuckerman, de ik-verteller van Exit Ghost, nog wel betrouwbaar? En wat te denken van zijn impulsieve actie, na het lezen van een woningruiladvertentie, om meteen te bellen en zijn landelijke huis aan te bieden zodat hij een jaar in New York kan blijven? Niet alleen jongeren handelen in een opwelling.

Exit Ghost is een vervolg op The Ghost Writer (1979), de eerste Zuckerman-roman. In die achterafvertelling brengt de beginnende schrijver Zuckerman een bezoek aan zijn idool, de auteur E.I. Lonoff, die teruggetrokken in de Berkshires leeft met zijn vrouw Hollie. Daar is ook de jonge Amy Bellette, die Lonoffs literaire archief op orde brengt. Het bezoek is explosief: Hollie vertrekt en Amy blijft. Zuckerman is getuige van dit huwelijksdrama. De ghostwriter in die roman is niet kluizenaar Lonoff. Er dienen zich twee andere schrijvers aan die als spoken door de roman schieten: de Henry James van het verhaal The Middle Years (over een van een ziekte herstellende schrijver en een bewonderaar van hem) en Anne Frank. Zuckerman verbeeldt zich dat Amy Bellette lijkt op de schrijfster van Het achterhuis. ‘Wat wéét ik, afgezien van wat ik me kan verbeelden?’ Dat is de vraag die Zuckerman zich aan het slot van The Ghostwriter stelt. Waarna Lonoff zich afvraagt wat er van hen allemaal zal worden. ‘Dat kon wel eens een belangwekkend verhaal worden. Jij bent niet zo aardig en beleefd in je fictie. (…) Jij bent een ander persoon.’ Meer dan een kwarteeuw later heeft Philip Roth die belangrijke vertelling geschreven. Zuckerman is als beroemde schrijver in Lonoffs voetsporen getreden en heeft niet te klagen over lezers en bewonderaars. Maar hij, ‘een relikwie van vroeger’, weet dat hij in zijn eigen nadagen leeft. New York, de stad die vele mogelijkheden biedt, is de wereld van de ‘no-longers and the not-yets’.

Een van die nog niet artistiek en maatschappelijk gearriveerden heet Richard Kliman, die wellicht de minnaar is van Jamie Logan, de vrouw die de woningruiladvertentie heeft gezet en New York wil ontvluchten omdat ze zegt bang te zijn voor het moslimterrorisme. De ambitieuze en brutale Kliman wil een biografie schrijven over Zuckermans vroegere idool Lonoff. Hij meent op het spoor te zijn – mede dankzij de doodzieke Amy Bellette, die hij heeft uitgehoord – van een ‘groot geheim’ in diens leven. Roth beschrijft Klimans opdringerigheid – hij moet bewijzen dat Lonoffs geheim zijn schrijven heeft beïnvloed – niet alleen indringend, hij weet tegelijkertijd een subtiele discussie uit te lokken over de verhouding biografie en fictie, met een stilzwijgende knipoog naar Henry James’ The Aspern Papers. Zuckerman is dan wel een auteur die in zijn eigen werk autobiografische elementen verwerkt, tegenover Kliman verdedigt hij het domein van de fictie tegen de moraalpredikers, de anekdotejagers, de roddelaars en de pseudo-kunstjournalisten die de ware wereld achter de fictie belangrijker achten dan de kunst, die het echte leven (wat er ‘echt’ is gebeurd) verkiezen boven de verbeelding, ‘de gekte van de kunst’ (Henry James).

Exit Ghost is een fantasierijk pleidooi, ingebed in vele lagen fictie, tegen het biografische lezen. Het biografisme reduceert de fictie tot achtergrond, tot behang. Roth laat zien, vooral in die fragmenten waarin hij zijn alter ego verzonnen dialogen tussen een ‘hij’ (Zuckerman) en een ‘zij’ (Jamie Logan) laat schrijven, dat er duizend manieren zijn om verlangens te projecteren en om de werkelijkheid in de verbeelding te laten opgaan. De Zuckerman-dialogen, zijn ‘tegenleven’ op papier, zijn controleerbaar voor de lezer. Wat doet Zuckerman met de ‘werkelijkheid’ in Exit Ghost? Hoe vervormt hij? Hoe geeft hij, impotente oude man, vorm aan zijn verlangen naar een jonge vrouw? Voor hem is zijn fictie werkelijkheid én verleiding. Zijn (schrijf)lust is echt.

Als vanouds jongleert Philip Roth met waan en werkelijkheid en met lust en nuchter leven. Behalve over het sensuele verlangen – in elk boek van Roth een drijfveer – gaat Exit Ghost over het schrijven zelf, over het integere maken van teksten, over de gevaren die de fictie bedreigen, over de commercie die in woordkunst (niet toevallig heet de hoofdpersoon in Roths The Great American Novel Word Smith) niet meer ziet dan een onbeduidend masker waarachter het ware bestaan zich schuilhoudt. Weg met die biospoken. Roths personages zijn net als deuren. Maar waartussen? Tussen schaduw en licht, verwarring en helderheid, vroeger en nu, bescheidenheid en opdringerigheid, feit en fictie. De deur tussen leven en letteren zit nooit op slot, natuurlijk niet, maar wie de ingewikkelde relatie tussen die twee fenomenen niet wil zien en wie de kierende deur ertussen niet ontwaart, hoeft Philip Roth niet te lezen, want voor die blinde zal Exit Ghost een onbegrijpelijke roman blijven. Ondertussen blijft het literair spoken in Roths romanwereld (Conrad, Eliot, James, Hemingway, Faulkner) en weet hij ondanks de apolitiek geworden Zuckerman nog fel uit te halen tegen tirannieke vaders, joodse zelfhaters en het Bush-vaderland vol onnozelen.