TELEVISIE

Jonkies

One Night Stand

Rond Utrechts Film Festival bouwde de VPRO een tv-programmering met twintig jonge filmactrices. Portretjes vooraf aan producties waarin ze hadden gespeeld. Plus een slotgesprek, met de hele club op z’n zondags in verjaarsvisitekring – een vliegtuig dat niet van de grond kwam. Vals samengevat was de conclusie dat allen van het vrouwelijk geslacht waren en van één generatie (als achttien tot dertig al zo mag heten). En ja, de camera is voor de meesten vanzelfsprekender dan voor hun voorgangsters, al wordt er op toneelopleidingen minder aandacht aan besteed dan je zou denken. Waren er geen jongens bij omdat de levensverwachting van hun carrière beduidend hoger is (inderdaad buitengewoon oneerlijk)?
Met alle respect voor acteurs en hun stiel: ze zijn uitvoerend. Er zijn, ter vergelijking, oneindig veel meer goede violisten dan dirigenten – maar die laatsten zijn het interessantst en belangrijkst. Als je het over film wilt hebben zou je toch met regisseurs en vooral met de al helemaal onzichtbare scenaristen (zonder wie geen fictie denkbaar is) moeten praten. Daar zitten ook volop jonkies bij, mede door inspanningen van omroepen en van Media-, Film- en Cobo-fonds die investeren in beginnend talent. Kort! (NPS), One Night Stand (NPS, Vara, VPRO) en Telefilms (alle omroepen) zijn leerscholen in opvolgende lengte – tien, veertig, negentig minuten – waarin veel redelijks en soms prachtigs wordt gemaakt. In continuïteit die voorwaarde is voor het ontwikkelen van een dramacultuur.
Momenteel wordt de vierde reeks One Night Stand uitgezonden, negen single plays, waarbij genoemde omroepen en drie productiehuizen (KeyFilm; Waterland Film; IJswater Films) betrokken zijn. Dat de Utrechtse jury alle drie Kalf-nominaties voor ‘beste tv-drama’ toekende aan One Night Stand-producties zegt zowel iets over de stijgende kwaliteit van dat project als over leegte erbuiten. Er zijn er inmiddels drie uitgezonden, waaronder één genomineerde: Maite was hier van Boudewijn Koole. Als documentairemaker waagde Koole zich eerder aan de loden thematiek van het ten dode opgeschreven kind. Nu doet hij dat in dramavorm. Fictie vereist deels andere aanpak en kwaliteiten, maar Koole blijkt niet alleen de motivatie, maar ook het talent te bezitten, als regisseur én als scenarist. Een gevoelige, onsentimentele film met sterke plot en een prachtige rol van jonkie Abbey Hoes als de ’s nachts door het ziekenhuis zwervende zieke Maite, die leeft met het groeiend besef dat alles waarnaar een puber verlangt voor haar niet is weggelegd. En dat haalt niet alleen moois naar boven.
Nummer 2, Alex in Amsterdam (Michiel ten Horn; Anne Barnhoorn) is wat sfeer aangaat tegenovergesteld. Komisch/absurdistisch sprookje over de zoon van een Limburgse dorpsvlaaienbakker die in de Stad gaat studeren en niet de wetenschap maar de liefde ontdekt. Aan mij niet besteed, als verre echo van Amélie Poulain, en met een te zwakke hoofdrol, maar wel voorgedragen voor beste debuutfilm. De derde, Johnny Bingo (regie Hesdy Lonwijk; scenario Heleen Suer) is een well-made play in Surinaams-Nederlandse setting met een geweldige rol van Kenneth Herdigein als ritselende loser – tegenpool van zijn Mandela in Amandla.

De resterende zes spelen ziet u vrijdags, Nederland 2, 22.50 uur. De besproken drie vindt u op Uitzending gemist, samen met achttien eerdere Stands, waaronder de juweeltjes Snacken (David Lammers) en Den Helder (Jorien van Nes)