Profiel: Ali G

Joodse blanke zwarte komiek

Een komiek zorgt met zijn televisieshows in Engeland voor schandalen. Hij zet het mes in de political correctness door raciale stereotypering tot in het belachelijke door te trekken. Zijn satire veroorzaakt in de huiskamers verwarring, die zich ontlaadt in bevrijdend lachen of woedende verontwaardiging. De emoties zetten zich voort in felle polemieken op de opiniepagina’s van de serieuze kranten en in chatrooms op internet. De grote grap is hij zelf: Ali G, een karikatuur van een grove, domme zwarte gangsta rapper, het alter ego van de 31-jarige blanke joodse historicus Sacha Baron Cohen.

In Nederland heeft Ali G nog geen sporen achtergelaten in het multiculturele debat. Zijn beruchte Britse televisieshow 11 O’Clock op Channel Four (waarvan een deel onlangs op veler verzoek op zondagavond in herhaling werd uitgezonden door de VPRO) masseerde slechts bij een beperkt publiek de lachspieren. Eerder genoot hij buiten Engeland marginale bekendheid vanwege een gastrol als taxichauffeur-dj in een videoclip van Madonna.

Binnenkort zal dat waarschijnlijk veranderen, want vanaf 2 mei draait de film Ali G Indahouse (subtitel Vote Ali G) in de Nederlandse bioscopen. Als aankondiging daarvan prijkt Ali overal op reclameborden in zijn bekende gangsta rapper look: goud glimmend trainingspak, het lichaam behangen met een overvloed aan sieraden, een keurig gekapt ringbaardje onder een grote aërodynamische bril met kanariegele glazen en een Tommy Hilfiger-sportmuts. Ondertussen grijpt hij met een uitdagende blik in de spleet van naakte vrouwenbillen. De film belooft een echte Ali G-story te worden, vol verwijzingen naar stuntelende politici, elkaar uitscheldende gettoboys en onnozel sexy vrouwvolk. Het verhaal gaat over een jonge gekleurde opbouwwerker die carrière maakt in de regeringspartij dankzij zijn originele ideeën op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs en vluchtelingenbeleid — in de realiteit dé hete hangijzers van het Britse regeringsbeleid, die inhoudelijk moeiteloos kunnen worden vertaald naar de thema’s van de Nederlandse verkiezingscampagnes.

Alhoewel de stijl van Sacha Baron Cohen een product is van typisch Britse humor opereert hij in de rol van Ali G, de rapper uit de zwarte getto’s van Amerika, eerder als een global cultfiguur die met zijn performance raakt aan universele beeldvorming over rassen en klassen. De wijze waarop hij een buitengewoon gevoelige snaar raakt, is uniek in zijn soort en omstreden. Misschien heeft hij het komische talent van de Amerikaan Eddy Murphy, maar daarin schuilt meteen het grote gevaar. Want Murphy is écht zwart, en dus mag hij harde grappen maken over zijn eigen ras, terwijl Baron Cohen als blanke (en nog wel een jood) daartoe het recht niet zou hebben.

Hierover gaan alle discussies in Engeland. Mag je een ander ras belachelijk maken? Is humor een gepaste manier om iets complex als discriminatie over het voetlicht te brengen?

Ali G zelf vindt overduidelijk van wel. Zonder enige zelfcensuur laat hij zien dat hij lak heeft aan lange tenen door er juist keihard op te gaan staan. In zijn shows bevestigt hij alle vooroordelen over de zwarte man: oliedom, extreem macho en vrouwonvriendelijk. Hij bedient zich als interviewer van special guests en als optredend komiek/rapmuzikant van een mixtaaltje van Jamaicaans-Engels slang en Amerikaans gettojargon vol grofheden en grammaticale fouten. Met werkwoorden en vervoegingen heeft hij enorme moeite. Als hij teksten schrijft, zoals in zijn boek The Gospel According to Ali G, doet hij dat op zijn eigen wijze. «Da Gospel» beschrijft het leven van een rapper in een uitzichtloze buitenwijk, die uitsluitend is geïnteresseerd in geweld, misdaad, drugs, vrouwen, fastfood en heel veel seks. Hij heeft de nodige Ali-tips om te overleven, zoals: ga niet naar school, licht de sociale dienst op, eet alleen fastfood, laat je zwangere vrouw voor je sloven en ga als ze te dik wordt voor de seks enkele keren per dag gerust naar een andere vrouw.

In zijn shows laat Ali steeds weer luid en duidelijk weten dat hij verlangt naar een lekkere punani (vrouwelijk geslachtsorgaan), onderwijl krabbend aan zijn dong (geslachts orgaan van de man) en in al zijn ijdelheid continu omringd door wulpse, kontdraaiende, zwarte dames in te kleine sexy kledingstukjes. Behalve in de sound en inhoud van zijn taal en in zijn kleding probeert Ali ook in zijn motoriek een echte Afro-Amerikaan te zijn. Schokkerig en swingend tegelijk, met de handen staccato door de lucht, roept hij dingen als: «Maximum respect! Als je je afvraagt waar je vandaan komt, onthoud dan één ding. Ben je wit, zwart, bruin of Pakistaans, iedereen komt van dezelfde plek, namelijk the punani.» En met een grote grijns: «And that is the place that me like to visit as often as me can.» De terugkerende retorische dooddoener tegen eventuele ergernis luidt: «Is it cos I is black?»

Als interviewer van gasten is Ali G extreem onbeleefd, racistisch, vulgair en seksistisch. Aan een groep deftige medisch specialisten vraagt hij of ze niet iets kunnen uitvinden om de hele wereld een zwarte huid te geven, «want dan zijn we van het hele gedonder af». Maar terwijl hij stuitend impertinent dwars tegen de conventies ingaat, weet hij zijn gasten met zijn zogenaamd domme vragen wel slim te aan het praten te krijgen. Ze zeggen precies de dingen die ze normaal liever voor zich houden. Liefhebbers van de vossenjacht verklaren in het vuur van het gesprek dat het een prachtidee is om hun jachthonden los te laten op criminelen. Aan een vooraanstaande hoogleraar ontlokt Ali de uitspraak dat vrouwen op de universiteit eigenlijk niet creatief genoeg zijn voor de academische wereld.

Als ondervrager sorteert Baron Cohen het meeste effect wanneer hij de Kazakstaanse moslimmigrant Borat speelt, die in een slechtzittend pak en met een te grote snor doet denken aan de gemiddelde Turkse gastarbeider. In stuntelig Engels bestookt hij de leden van de high society tijdens chique bijeenkomsten met vragen over man-vrouwverhoudingen. Aan een ploeg Oxfordstudenten vraagt hij bijvoorbeeld na afloop van de fameuze jaarlijkse roeiwedstrijd op de Theems of ze langzamerhand niet eens zin hebben in een lekker wijf. De bleekhuidige brokken spieren zijn not amused, maar genoeg geïntimideerd om met een verneukte blik ja te knikken.

Over zijn eigen achtergrond blijft Sacha Baron Cohen uiterst vaag. Wat hem drijft tot zijn controversiële gedrag maakt hij nergens duidelijk. Aan interviews doet Baron-Cohen niet, of het zijn vraaggesprekken waarin hij een verlengstuk blijft van zijn alter ego Ali G en die tot minstens zoveel commotie leiden als zijn shows. Tijdens een live uitgezonden radioprogramma vorig jaar voelde de interviewster zich gedwongen stamelend haar excuses de ether in te gooien toen Ali vloekend en in geuren en kleuren vertelde hoe hij cannabis smokkelde naar Jamaica door het pakketje in zijn anus te verstoppen.

Bekend is dat Sacha Baron Cohen in 1971 werd geboren in Noord-Londen als zoon van een vader uit Wales en een moeder uit Israël. Hij studeerde geschiedenis aan de prestigieuze Cambridge University en schreef een scriptie over joodse en zwarte cultuur. Na zijn studie probeerde hij van zijn komische talent, waarmee hij als student grote successen boekte, zijn beroep te maken. Hij stuurde videobanden met korte cabareteske optredens als open sollicitatie naar de BBC, maar een stripteaseact van een chassidische jood die zwetend van de hitte lijdt onder de ouderwetse verplichte kleding van vele onderbroeken, broeken, jassen en een hoed, stuitte bij de programmamakers op angst voor discriminatie. Een andere korte sketch over een blonde Oostenrijker kreeg wél de goedkeuring van de producent van 11 O’Clock. Baron Cohen mocht een ander typetje uitwerken, waarmee hij Engeland aan zijn voeten kreeg: Ali G. Onmiddellijk leverden zijn acts de ene aanmoedigingsprijs na de andere op en hij kreeg carte blanche voor een eigen programma van een half uur: Da Ali G Show. Hij kreeg de opdracht de Europese MTV Awards te presenteren, er kwam een boek en een film.

Alles wat Ali doet, zorgt voor schandalen. Bij de MTV-presentatie kraakte hij alle prijswinnaars en optredende artiesten tot de grond toe af, zoals de zangeres Dido, die hij aankondigde met: «Big it up for Dildo — strap it on, girl». Wekenlang werd er in de media nagegiecheld en nagemopperd. Uit een speciale lezers enquête van The Guardian kwam naar voren dat 93 procent vond dat hij dit keer echt te ver was gegaan.

Vanaf zijn allereerste optreden wekt Ali G grote irritatie. Sommigen uit de zwarte gemeenschap vinden hem ronduit walgelijk. Met zijn imitatie zou hij de zwarte straatcultuur beledigen en de ergste clichés bevestigen over hoe vroeger de zwarte komiek uitsluitend als een neger met rollende ogen en een dikke rode mond de blanken met een dansje en een grolletje aan het lachen moest maken. Ali G zou zonder historisch besef van de zwarte geschiedenis en zonder duidelijke boodschap zelfs discriminatie aanwakkeren. En als blanke zou hij niet het vermogen hebben om rapper te zijn. De rap- en hiphopcultuur die ruim twintig jaar geleden ontstond in de Amerikaanse getto’s is per definitie een product van Amerikaanse black culture en staat in de lange geschiedenis van de emancipatie van vrijgevochten slaven. Elke blanke variant daarop wordt afgedaan als een meelijwekkende imitatie die het achterliggende gevoel van frustratie en overlevingsdrift ontbeert.

Ali G zou daarop zeggen: «Check dis! For Real!» Zijn rol kan net zo goed worden opgevat als een belediging van het tegenovergestelde: het in Engeland veel voorkomende type van de blanke jongen, of Pakistani (zijn naam is tenslotte Ali) die dolgraag in alles een swingende zwarte wil zijn (de zogenaamde wiggers). Vanuit die gedachte parodieert hij hippe blanke middenklassers, zoals bleek uit een onderzoek van het zwarte weekblad New Nation, dat aangaf dat Ali met dat beeld tachtig procent van de zwarte harten had gewonnen.

Iedereen kan zijn eigen agenda leggen onder Ali’s optredens, omdat hij expliciet álle grenzen van wederzijdse rassendiscriminatie overschrijdt. De moslimgemeenschap typeert hij als vrouwonderdrukkend en achterlijk, de Britse upper class zet hij neer als bekrompen en standsbewust en de Pakistani als een zeurend, krenterig volkje. En tot slot voelt ook zijn eigen volk zich negatief aangesproken: in een onlangs gepubliceerde «open brief aan Baron Cohen» wordt hij door de joodse gemeenschap beticht van foute, doorgeslagen joodse humor. Ali G zegt over alle commotie weinig méér dan de typerende oneliner: «Mi feelin good! What are we laughing at and whom are we laughing at?» Wie lacht wie uit over wat? Ali G laveert langs de ethische grenzen van etniciteit.