Commentaar: binnenland

Joodse kunstgelden

Na de excuses van Wim Kok en de teruggave van joodse oorlogs tegoeden, bespeuren politici en journalisten nieuw onrecht. Dit keer in de wereld van de beeldende kunst. Al enkele jaren lang duiken bij voortduring kleinkinderen en soms verre nazaten op die menen rechten te kunnen laten gelden op schilderijen die in musea hangen. In de toekomst zullen er nog meer opduiken, want afgelopen week bepleitte de Commissie Herkomst Gezocht een ruimhartiger opstelling van musea bij kunstwerken waar een oorlogsluchtje aanzit.

Een paar dagen na publicatie van het advies van de commissie bood de Amerikaanse regering plotseling de helpende hand aan de New Yorkse bankier Walter Eberstadt, die probeert twee werken van Jan Toorop terug te krijgen. Ook het Joods Wereldcongres noemt de opstelling van de stichting Boijmans van Beuningen, die beide werken niet wenst af te staan, «ronduit verderfelijk». Voor Eberstadt zelf volstaat een schikking, maar de Amerikaanse regering gaat een stap verder: de schilderijen moeten terug naar Eberstadt. Ook dagbladen zien een schandaal en zelfs staatssecretaris Rick van der Ploeg gaat zich er nu mee bemoeien.

Maar bij beeldende kunst ligt het allemaal veel ingewikkelder dan bij de roof van banktegoeden en goudvoorraden. Dat komt door de complexe kwestie van het waarderen van kunst. Zeker na meer dan zestig jaar. Kunst is namelijk niet, zoals vaak wordt beweerd, waardevast. In de laatste zestig jaar zijn de prijzen van topstukken exorbitant toegenomen. De soms abominabele prijzen die er op veilingen en beurzen worden betaald, hangen samen met de grote vraag van vermogende liefhebbers, maar ook met het gekrompen aanbod van topstukken, door de vele schenkingen die sinds de Tweede Wereldoorlog aan musea zijn gedaan. Zelfs bij de allerrijkste kunstliefhebbers en verzamelaars (mensen als Thyssen en Getty) groeide het besef — natuurlijk gesteund door veranderende gedachten en wetten over successierechten — dat de gemeenschap erbij gebaat is als kunst voor iedereen toegankelijk is en niet in luxe paleizen of in dure kantoren hangt. Zelfs bij deze miljardairs echode het aloude ideaal van spreiding van kennis, macht en inkomen.

En daar hoor je in de huidige discussie niemand meer over. Nog nooit is eigendomsrecht zo onomstreden geweest en erven staat bijkans niet meer ter discussie. Daarom is het wachten nu op de eerste nazaat die uit zichzelf en bij het volle verstand na teruggave van een onrechtmatig in het museum beland schilderij zegt: «Het recht heeft gezegevierd. Nu geef ik, op mijn beurt, dit schilderij aan het publiek.»