Joop schafthuizen

RUIM TWAALF JAAR geleden verscheen in de Haagse Post een uitvoerig omslagverhaal: ‘Matroos Vos. De man achter Gerard Reve.’ Een legende was geschapen. Joop Schafthuizen, alias Matroos Vos, poserend met ontbloot bovenlijf, vertelde HP dat hij veel meer was dan enkel de levensgezel van: ‘Hij laat bijvoorbeeld mij het besluit nemen of hij op de televisie moet, en bij welk programma. Zelfs de beslissing over zo'n party ter gelegenheid van De stille vriend, waarvoor we langer in Nederland moesten blijven, wordt aan mij overgelaten.’

Joop Schafthuizen organiseerde in die dagen een verstikkende golf Reve-uitgaven, die zo ongeveer in één keer op de markt werd gekwakt: De stille vriend, Schoon schip, Album Gerard Reve en Wolf. Geen uitgaven die de tand des tijds konden doorstaan. De vroege Reve, onnavolgbaar stilist, was toen namelijk al niet meer. De Grote Geplande Uitverkoop, onder regie van de Grote Geldwolf, was begonnen. Schafthuizen, dit jaar in Elsevier: ‘Het alleraardigste van het begeleiden is een langetermijnplan maken. Ik heb steeds voor ogen wat de komende vier, vijf jaar het licht kan zien.’
Journalisten kennen Schafthuizen van op niets uitgelopen interviewaanvragen met Reve, waarbij Matroos Vos zich opwierp als tussenpersoon die bij voorbaat grote sommen geld eiste. Aardige voorbeeldjes van dit soort gekruidenier zijn te vinden in het dit jaar verschenen, nogal oersaaie, Brieven aan Matroos Vosch 1975-1992, waarin Reve eindeloos tobt over verbouwingen en andere zaken van praktische aard. Als het over geld gaat, blijken de bedragen meestal uit de brieven verwijderd door Schafthuizen. Maar soms niet. Zo leren we: Een journalist voor De Lezerskrant moest in 1978 nog vijfhonderd gulden meebrengen voor een interview met de gierige volksschrijver. Van tevoren cash te betalen en dan kreeg hij een kwitantie.
Een ander voorbeeld uit het brievenboek. Reve aan Schafthuizen: 'Die jongen uit De Tijd houdt maar aan. Eerlijk is eerlijk: hij klonk erg eerlijk en hoffelijk door de telefoon. (Hij belde daarnet op.) Het gaat alleen maar over De avonden, de reportage die hij wil maken, dus geen politiek, godsdienst, de H. Vader of de herenliefde. Ik zeide tegen een passende vergoeding wil ik het nog wel eens bekijken, maar tenslotte moet Matroos Vosch ermede instemmen, want ik doe niets buiten mijn man om. Als “passende vergoeding” noemde ik Vijfduizend Gulden. Kijk, als je voor één middag vrijblijvend praten Ef Vijfduizend kunt vangen, dan kan Matroosje wederom mooie dingen kopen.’ De deal ging niet door.
Dat Schafthuizen tegen geen enkele verkooptruc opzag, bleek wel uit het feit dat hij toneelstukken van Reve in manuscriptvorm los per blad verkocht via zijn eigen 'Antiquariaat en Kunstzaal Joop Schafthuizen’. Daar was dus geen enkel literair doel mee gediend. Een ander ideetje van Schafthuizen was de verkoop van het manuscript van De taal der liefde voor zesduizend gulden per hoofdstuk. Dat ging niet door.
VORIG JAAR BRACHT Schafthuizen het manuscript van de naar eigen zeggen door hemzelf niet gelezen debuutroman De avonden naar het Haarlemse veilinghuis Bubb Kuyper. Het moest minstens honderdzestigduizend gulden opbrengen, verkondigde hij. Er ontstond, als bedoeld, een oververhit mediasfeertje. Zou De avonden voor Nederland behouden blijven? NRC Handelsblad schreef: 'Naar verwachting zal het Letterkundig Museum een gegadigde zijn, maar Bubb Kuyper houdt rekening met belangstelling van buitenlandse universiteiten.’ Trouw vermoedde dat de opbrengst wel eens tot tweehonderdduizend gulden zou kunnen oplopen. Het eerste en enige bod, van precies de gevraagde honderdzestigduizend gulden, bleek uiteindelijk te komen van het Letterkundig Museum. Dat het allemaal doorgestoken kaart was, bleek uit het feit dat Schafthuizen in de zaal stond met een kleurenafbeelding van een schilderij van Michiel van Musscher: 'Gekocht van de opbrengst.’ Hij wist de uitslag dus van tevoren.
Hoe het spel precies in elkaar gestoken heeft, zullen we nooit te weten komen. Mogelijk speelde ene Nop Maas er een rol in. Maas maakte deel uit van het bestuur van het Letterkundig Museum. Ook annoteerde hij de door Schafthuizen gecensureerde onvermijdelijke brievenboeken waarmee Schafthuizen de markt overspoelt. Nop Maas is bovendien schrijver van de feestbundel bij het tienjarig jubileum van het veilinghuis Bubb Kuyper. Een man op vele stoelen dus. Op 3 december vindt bij hetzelfde veilinghuis de totale uitverkoop van het Reve-bezit door Schafthuizen plaats. De Reve-liefhebbers worden al van tevoren lekker gemaakt door… Nop Maas. Die doet zich in Het Parool voor als onafhankelijk journalist in een lekker makend stukkie: 'Interessant is…’, 'Zeer begerenswaard is…’, 'De fanatieke verzamelaars zullen slapeloze nachten krijgen van…’, enzovoort. Wie meer wil weten, moet maar 25 gulden overmaken voor een catalogus. Het gironummer staat er ook alvast bij. In deze verkapte advertentie wordt gelijk de serieus klinkende 'verzamelaar’ Schafthuizen aangehaald die wat mijmert over zijn o zo integere redenen voor de verkoop. Over de grote Reve-veiling die al op 24 oktober bij het Groningse veilinghuis Postma wordt gehouden, zwijgt 'Parool-journalist’ Maas uiteraard in alle talen.
Wat Schafthuizen allemaal in de totale opheffingsuitverkoop gooit op 3 december? Herdrukken, vertalingen, dummy’s, drukproeven van bestaande boeken. Een 'speciaal ingebonden’ exemplaar van Bezorgde ouders. Gedrukte velletjes met redevoeringen. Gedrukte uitnodigingen voor feestjes. Een gedicht van Yves Klein dat Reve vertaalde. Kortom: allemaal waardeloze troep. Wat zal Schafthuizen lachen als die zielepoterige revianen er hun goede geld aan gaan uitgeven. Schafthuizen: 'Het is toch veel mooier om die handschriften te verkopen aan iemand die voor een snipper zelfs al alles over heeft? Dat is juist het spel, de spiritualiteit.’
De veiling in Groningen, van de aan suikerziekte lijdende verzamelaar Hans Evers, bevat overigens ook een hoop ongein. Wie wil er een originele foto van een konijntje, zittend voor een eerste druk van De avonden? Welke gek heeft er geld over voor een herdruk van een zwartwitfoto waarop baby Gerard Reve de fles krijgt van opa Reve? Wie is er zo gestoord om te dokken voor de in Reves handschrift opgestelde, maar met koffie bevlekte tekst voor de rouwadvertentie voor Rob Touber? Ook het door Reve vertaalde gedicht van Yves Klein treffen we weer aan.
OVERIGENS WORDEN in Groningen ook vierhonderd brieven van Gerard Reve aangeboden, sommige reeds gepubliceerd, andere niet. Daar zou je wel literair belang aan kunnen hechten. In deze brieven zien we ook Schafthuizen optreden. Uit Reves brieven aan 'Kunstbroeder Aldert Koop’: 'Ik heb nu een geheel nieuwe jongen, Joop Schafthuizen (Matroos Vos), 30 jaar, zo ongeveer de eerste liefdesvriend waar geen geld bij hoeft. Hij is een zeer eenvoudige volksjongen zonder enige eruditie, maar zeer intelligent. Hij heeft zich van (zeef-)drukker tot kunstschilder ontwikkeld, en verdient heel aardig.’ Aan ex-minnaar Vincent Steinmetz schreef Reve over het 'redderen’ in de huishouding van Schafthuizen 'dat hij nog fijn vindt ook, terwijl hij mij geregeld met zijn mond dient terwijl ik op een foto van jou tuur’.
Dat Schafthuizen uitgroeide van Liefdesslaaf tot Lekkere Jongen mocht uitgever Johan Polak ervaren, die tot zijn grote woede moest toezien hoe Schafthuizen de brieven van hemzelf aan Reve ook al op de veiling gooide. HP/De Tijd organiseerde een gesprek tussen de twee. Maar een verzoening zat er niet in. Schafthuizen tegen Polak: 'Ik heb je toch altijd de uitgekookte paardekop van de Keizersgracht genoemd. Weet je hoe ik je nu noem: de uitgekookte psychopaat van de Keizersgracht.’ Vier dagen nadat zijn brieven waren geveild, overleed Polak aan een hartaanval. Ook de Oostduitse schrijver Andreas Sinakowski mocht kennismaken met de meer agressieve kanten van Matroos Vos. Vorig jaar nog werd hij tijdens een gezellige borrel na een boekpresentatie in het Amsterdamse café De Zwart tegen de grond geslagen door Schafthuizen, die vervolgens nog eens stevig een voet plaatste in het gezicht van de verblufte schrijver.