Joris abeling (1971-1998)

Naast Joris voelde je je vaak oud. Vergeleken bij hem was je overal te laat aan begonnen, had je overal te lang over gedaan. Hij had al zo'n groot palmares, terwijl hij nog niet eens zevenentwintig was. Vorige week kwam hij om, minstens een halve eeuw te vroeg. Auto-ongeluk in Hongarije.

Op zijn zeventiende vertrok Joris naar Engeland, waar hij een half jaar in Oxford studeerde. Vervolgens nieuwe geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. In 1994 studeerde hij af op de Nederlandse monarchie in de tweede helft van de negentiende eeuw. Zijn scriptie bewerkte hij later tot een boek, Teloorgang en Wederopstanding van de Nederlandse Monarchie.
Daar kon je Joris goed mee plagen, met dat saaie meesterwerk van hem. Terwijl wij zwoegden op die grote debuutroman, die definitieve po‰ziebundel, schreef Joris onverstoorbaar tientallen artikelen voor kranten en tijdschriften, over van alles. Hij hoefde geen schrijver te worden.
Ik leerde Joris Abeling kennen in de tijd dat hij met Serge van Duijnhoven, zijn boezemste boezemvriend, MillenniuM had opgericht, ‘detonatief tijdboek van de Kunstgroep Lage Landen’, en ik het literaire tijdschrift Zoetermeer. In een artikel van Jaap Goedegebuure in HP/De Tijd lazen we dat wij de messen moesten slijpen en de literaire strijd aangaan. Want wij waren zo verschillend, dat kon alleen maar oorlog worden.
Het werd geen oorlog. Er was geen strijd. We bleken veel waardering te hebben voor elkaar. Dat de toon verschilde, dat deed er niet toe.
Het ging altijd over deze, onze tijd. MillenniuM schreef in een van haar eerste nummers: ’(“Nieuwe chaos” is een omschrijving die wel eens wordt gebruikt voor het tijdperk na de val van de Muur. De wereld wordt er alleen maar onoverzichtelijker op nu vaste scheidslijnen als ideologie en afkomst, levensovertuiging en leeftijd vervagen. Als nomaden reizen wij door de tijd. MillenniuM beschouwt de nieuwe chaos als een verademing.’
Hier beschreef Joris Abeling zichzelf en zijn houding tegenover de wereld. Die nieuwe chaos, waarin hij zich buitengewoon thuis voelde. Dat blijkt uit de diversiteit van zijn bezigheden. Tijdens zijn studie schreef hij voor De Groene en maakte hij interviews voor de lokale radio. Hij was redacteur van het historische tijdschrift Skript. Hij liep stage bij NRC Handelsblad, waarvoor hij zou blijven schrijven. En sinds augustus 1995 was Joris als researcher in dienst van VPRO’s Dummer en Lopende zaken. Hij hield nog tijd over om de bundel Interviews uit Nederland samen te stellen en een minibiografie van koning Willem III te schrijven.
Veelzijdigheid als levenshouding. Bij Joris was het op een of andere manier vanzelfsprekend dat hij een doortimmerd politiek NRC-stuk schreef na een nacht dansen op een ondergronds festival dat hij zelf organiseerde. Het fameuze New Rage-feest van MillenniuM was dat, in de sm-kelders van de Posthoornkerk. Detonerend. Veelzijdig. Mompelende dichters uit Macedoni‰, hysterische kunstenaars uit Groningen, verlegen performers uit Londen, en, naarmate de nacht vorderde, steeds meer wijdgepupilde, blootgebuikte dansmeisjes met de beat in hun benen.
En Joris was alles. En hij paste overal bij. Bij de dichters, bij de dansers. Ik denk dat hij dat kon omdat hij het zelf allemaal was. Joris was dichter en danser. En denker. Tegelijk.
Een open gezicht. Een innemend, mooi jongensgezicht. Overal op zijn plaats. Omdat hij overal paste. Joris was ervoor toegerust om, als volbloed postmodern mens, verscheidene levens tegelijk te leven. Dus leeft hij, na zijn tragisch ongeluk in Hongarije, voort. Dat kan niet anders.