Jos derks wint van de staat der nederlanden

Dit zijn de jaren negentig, niet de jaren zestig of zeventig. De actie tegen de Wet op de Identificatieplicht wordt niet gevoerd met grote demonstraties en massale manifestaties. Het gaat om individuen, over het hele land en over vele bedrijven en instellingen verspreid, die het niet met hun geweten in overeenstemming kunnen brengen om op hun werk een kopie van hun identiteitsbewijs in te leveren, omdat ze menen dat ze daardoor zouden meewerken aan het uitsluiten van illegaal hier verblijvende buitenlanders.

Een van die individuen is Jos Derks uit Rotterdam. Hij werkt bij de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie te Leidschendam en hij vindt dat de Wet op de Identificatieplicht onrechtvaardig, ondoelmatig, contraproductief, discriminerend, fraudegevoelig en totalitair is, dat ze leidt tot een inbreuk op zijn privacy en tot misbruik, en dat ze in strijd is met zijn plicht tot naastenliefde. Jos Derks is net zo principieel tegen de wet als alle andere weigeraars. Toch is hij een zogenaamde ‘halfweigeraar’: hij heeft z'n paspoort wel aan zijn werkgever getoond, maar hem niet in staat gesteld een kopie daarvan te maken. Jos Derks had namelijk een lacune in de wet ontdekt. Die schrijft wel voor dat de werknemer zijn identiteitsbewijs ter inzage moet verstrekken en dat de werkgever een afschrift daarvan in zijn administratie moet bewaren, maar er is geen artikel dat de werknemer verplicht een kopie van zijn paspoort te laten maken.
Toch wordt al sinds augustus 1995 per maand 2500 gulden extra belasting van het salaris van Derks inge houden. Daartegen is hij in beroep gegaan. In een kort geding eind verleden jaar werd Derks in het ongelijk gesteld. De arrondissementsrechtbankin Den Haag vond dat 'ter inzage verstrekken’ tevens inhoudt dat je moet dulden dat er een afschrift van wordt gemaakt.
Hiermee nu is de Derde Meervoudige Belastingkamer van het Gerechtshof te ’s Gravenhage waarvoor de bodemprocedure diende, het blijkens haar vonnis van 22 maart 1996 niet eens. Jos Derks werd in alle opzichten in het gelijk gesteld. Aangezien hij zijn paspoort ter inzage heeft verstrekt en zijn werkgever diens identiteit heeft vastgesteld 'is daarmee volledig voldaan aan de verplichting van artikel 26b van de wet’. Hij hoeft derhalve geen kopie te laten maken en er mag geen extra belasting worden ingehouden. Alle kosten van het geding zijn voor de belastingdienst.
Dit is een grote overwinning voor een koppig individu. Het is van grote betekenis voor allen die hebben geweigerd een kopie in te leveren en voor alle werkgevers die tot nu toe geen dra conische maatregelen tegen weigeraars hebben genomen. Als het paspoort op de een of andere manier wordt 'getoond’ is aan de wet voldaan. Of ook dat tonen eigenlijk wel nodig is, dan wel dat de wet ingaat tegen de Europese Conventie voor de Rechten van de Mens, moet nog blijken uit een aantal andere zaken die elders aanhangig zijn gemaakt. Voorlopig adviseert het Autonoom Centrum iedereen die met grote tegenzin zijn kopietje toch maar heeft ingeleverd, dit nu terug te vragen.