José in estevais (1)

Het vliegtuig van TAP-air Portugal zet ons stuiterend neer op het vliegveld van Porto. Even later worden wij tot aller genoegen beschenen door de mediterrane voorjaarszon.

‘Vertel eens, José’, vraag ik onze reisleider, 'hoeveel keren heb je die vlucht al gemaakt?’
'Driehonderd keer’, zegt José Rentes de Carvalho, schrijver, standplaats Bijlmermeer, en in dit geval initiator van een grootscheeps plan om Estevais, het dorp waar hij is opgegroeid, van de ondergang te redden.
Wij, het half dozijn Nederlandse journalisten die het reddingsplan publicitair zullen ondersteunen, boren ons per minibusje het gebied Tras-os-Montes in, het straatarme gedeelte van Portugal. Hobbelend begeven wij ons over de kinderhoofdjes. 'Een erfenis van Salazar’, verklaart Rentes de Carvalho. 'Die zag er een werkverschaffingsproject in. Je weet wat hij altijd zei? “Amerikanen en paarden eten staande.” Met als gevolg dat niemand een snackbar durfde te beginnen, laat staan dat er ergens Coca-Cola werd verkocht. Ja, zo gaat het in een dictatuur.’
Er is trouwens nog iets merkwaardigs met de Portugese wegen. Zij worden met een aan het criminele grenzende lichtzinnigheid bereden. 'Wij, Portugezen, zijn de meest onverantwoordelijke weggebruikers ter wereld’, zegt Rentes de Carvalho, 'met de Koeweiti, Venezolanen en Grieken op verre afstand.’
Bovendien kronkelen de wegen als een paling, een gevolg van het feit dat de aanleg ooit aan de Fransen is gegund, die per strekkende meter werden betaald en dus geen belang hadden bij de aanleg van tunnels. Discreet ledig ik de enveloppe met informatief materiaal, die wij op de luchthaven hebben gekregen opdat ik straks, niet al te aanstootgevend, de TAP-air-vlieglunch uit kan kotsen.
In die enveloppe zat onder meer een exemplaar van de Trasmontaanse Post, de huispostille van Rentes de Carvalho. In Estevais, lees ik tot mijn genoegen, heeft hij inmiddels tweeëntwintig tweepersoonskamers gevonden die aan alle vereiste voorwaarden voldoen. Niets staat dus de toeristische opmars naar zijn dorp meer in de weg.
Pièce de résistance van het blad is een voorpublikatie uit zijn nieuwste boek. Wat geschiedde met zijn oma Elisa, in 1906, vlak na haar huwelijk? Er werd na het avondeten, aangezeten door familie en logés uit Porto, geconverseerd over heden en verleden 'toen Elisa ineens opsprong, de handen voor de mond sloeg en een gil slaakte die iedereen door merg en been ging’.
Nee, lezer, verder ga ik niet. Koop straks dat boek maar, want Rentes de Carvalho kan schrijven als de beste.
Via omwegen en pleisterplaatsen naderen wij Cervicais, het stadje dat op een paar kilometer afstand van Estevais gelegen is. De lokale attractie is het Carmelietenklooster, bewoond door zeventien bij toerbeurt biddende nonnen, zonder dat dit overigens iets aan de welstand van de streek heeft bijgedragen.
Rentes de Carvalho doet even een zenuwplasje in de berm, een gewoonte die hij zich in de loop der jaren heeft aangemeten. Dan parkeren wij de minibus op het dorpsplein, waar de dorpsgek ons al staat op te wachten. Hij wenst onmiddellijk een dansje met ons te doen, althans met de dames in het gezelschap, want zó gek is hij ook weer niet.
(wordt vervolgd)