Profiel van een godsdienstfanaat

Joseph Kony

Afgelopen weekend kwamen enkele kinderen vrij die lange tijd door de religieuze fanaticus Joseph Kony als soldaat werden ingezet in Noord-Oeganda en Soedan. Sinds de ontvoering van 139 schoolmeisjes in 1996 lijkt de vergeten oorlog van het Weerstandsleger van de Heer eindelijk op de agenda te komen. Toch heeft de mysterieuze Kony zijn activiteiten nog altijd niet gestaakt.

JOSEPH KONY zou in de toekomst best eens minister kunnen worden. Van Buitenlandse Zaken wellicht, liever niet van Defensie. Dat moet volgens het onafhankelijke Oegandese dagblad The Monitor vorig jaar door Yoweri Moeseveni, president van Oeganda, ten einde raad zijn voorgesteld. Die daar even later trouwens weer op terug kwam. De vanuit Soedan opererende gevreesde rebellenleider Kony is een crimineel, realiseerde de door de internationale gemeenschap tot handelen aangespoorde president zich plotseling. Een amnestieaanbod, inmiddels door het Oegandese parlement goedgekeurd, bleef echter staan. Als de vele gekidnapte kinderen er maar vrij mee komen.


Het heeft wat jaren geduurd, maar door de overval op de katholieke eliteschool St. Mary’s in Aboke is de internationale gemeenschap zich het lot van de kinderen van Noord-Oeganda gaan aantrekken. Op 10 oktober 1996, midden in de nacht, werden 139 jonge meisjes door even jonge soldaten van het beruchte Lord’s Resistance Army (LRA, Weerstandsleger van de Heer) bij de Italiaanse zuster Rachele Fassera van school weggehaald. Fassera zette de achtervolging in en wist na gevaarlijke omzwervingen door de bossen en velden van Noord-Oeganda 109 van ‘haar kinderen’ op de rebellen terug te vorderen. Om de achtergebleven kinderen ooit terug te zien, voert ze sindsdien een fanatieke campagne die haar van de paus tot aan Kofi Annan en Nelson Mandela bracht. Een handvol meisjes is met gevaar voor eigen leven en soms na dagen lopen op eigen kracht in Oeganda teruggekeerd, de rest verblijft waarschijnlijk nog in het basiskamp van Kony.


De achtergebleven ‘meisjes van Aboke’ veranderden bij de rebellen van Joseph Kony in willoze moordmachines en seksslaven, een lot dat volgens recente cijfers meer dan tienduizend Noord-Oegandese kinderen (jongens en meisjes), de afgelopen jaren hebben moeten ondergaan. Mensenrechtenorganisaties hebben de laatste tijd regelmatig aan de bel getrokken. Ze publiceerden rapporten met de meest schrikbarende geschiedenissen, verteld door de kinderen die vluchtten en het konden navertellen. Over hoe zij om ingewijd te worden bij Kony’s Leger, tientallen stokslagen moesten ondergaan zonder emoties te tonen — anders kwamen er nog wat bij. Hoe zij psychisch gedrogeerd hun leeftijdgenootjes moesten mishandelen en hen, in het geval van een ontsnappingspoging, moesten vermoorden. Hoe zij kortom van jong mens tot een gevoelloos verlengstuk van de machinerie van het Weerstandsleger van de Heer werden.


En dat allemaal op initiatief van de mysterieuze Joseph Kony, de onbetwiste leider van een van de wreedste rebellengroepen van Afrika.



ZUSTER RACHELE heeft, getuige het deze week verschenen boek De meisjes van Aboke van de Belgische journaliste Els De Temmerman, verwoede pogingen gedaan om de rebellenleider te spreken te krijgen. Tevergeefs. Joseph Kony vertoont zich hoegenaamd nooit in het openbaar. Wat over de man bekend is, komt dan ook voornamelijk uit de tweede hand: van gevluchte kinderen, van onderhandelaars van de Oegandese regering en van overgelopen rebellen. De enkele schimmige (televisie)beelden die er van Kony zijn, tonen een verwilderde man van in de dertig, vaak met rastakapsel, cowboyhoed en donkere zonnebril. Soms, weten de Belgische wetenschappers Doom en Vlassenroot in een recent nummer van het blad African Affairs te melden, draagt Kony vrouwenkleren. En bij bepaalde inwijdingsrituelen hult hij zich in een witte kanzu, een moslimgewaad. Want bij het Weerstandsleger van de Heer buitelen de religies over elkaar heen. Dat is altijd al zo geweest. Kony is opvolger van Alice Auma Lakwena, ‘de heks van het noorden’, die, nadat in 1985 de geest van een in de Eerste Wereldoorlog gesneuvelde Italiaan bezit van haar had genomen, als een Afrikaanse Jeanne d’Arc ten strijde trok tegen een mogelijk ophanden zijnde genocide tegen haar Ancholi-volk. Als Lakwena (‘boodschapper’) van God vond ze snel duizenden medestanders die na gecompliceerde initiatieriten deel werden van de Holy Spirit Movement, door de militaire missie later omgedoopt in Holy Spirit Mobile Forces. Na enkele minder voorspoedige veldslagen tegen het regeringsleger van de nieuwe president Yoweri Moeseveni trok de vader van Alice de conclusie dat haar goddelijke kracht enigszins verslapt was. Hij meende het roer te moeten overnemen en Alice vluchtte naar Kenia, waar ze nog altijd schijnt te verblijven.


Vader Severino krijgt ondertussen veel minder makkelijk medestanders en moet met geweld soldaten rekruteren. Neef Joseph Kony van ‘de Heilige drie-eenheid’ (de vader: Severino, de zoon: Kony en de Heilige Geest: Alice) staat dan al in de startblokken om de boel over te nemen. In 1987 meent hij dat de Heilige Geest van Alice op hem is overgegaan. Aanvankelijk met de bijbel in de hand trekt de ongeletterde Kony met zijn Weerstandsleger van de Heer ten strijde tegen de regering, die de Ancholi van Kony verantwoordelijk houden voor alles wat er in het land onder de dictators Amin en Obote is misgegaan. Kony verklaart een op Mozes’ Tien Geboden gebaseerde regering aan de macht te willen krijgen.


Kony’s Leger nu nog beschrijven als een gewelddadige groep christenfundamentalisten die het land naar de Tien Geboden wil inrichten, is echter een ‘misleidende oversimplificatie’, waarschuwde mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch in The Scars of Death (1997). Sinds Kony immers vanaf het begin van de jaren negentig zijn eigen Ancholi-volk, met steeds meer steun van Soedan, nog slechts berooft, verkracht en vermoordt, lijkt geweld een doel op zich geworden. Nichtje Alice was in de ogen van de Oegandese regering nog ‘a lunatic prostitute turned witch’, Kony is volgens president Moeseveni slechts ‘an ordinary law breaker’. Minister voor het Noorden Betty Bigome, die weinig succesvolle vredesbesprekingen met Kony voerde, noemde hem na een ontmoeting in de bush, waarbij zij eerst met heilig water gedoopt en vervolgens met oliën gebalsemd werd, ‘geobsedeerd, maar niet dom’.


De Oegandese hoofdstad Kampala is voor Kony onhaalbaar gebleken en met financiële en militaire steun van Oeganda’s aartsrivaal Soedan zaait hij nu nog slechts onrust en verderf in het noordelijke deel van het land. Zijn kinderen vechten, behangen met levensgrote AK47-machinegeweren, tegen het Oegandese regeringsleger en tegen het door Oeganda gesteunde Soedanese rebellenleger SPLA, ze beroven de Dinka in Soedan en de Ancholi in Oeganda. Sinds de Soedanezen Kony steunen, bidt de universele godsdienstwaanzinnige Kony niet meer alleen dagelijks met de rozenkrans tot Maria, maar draait hij nu ook iedere vrijdag zijn neus in de richting van Mekka. Varkensvlees en alcohol zijn in de ban en eenieder die op vrijdag arbeid verricht, wordt standrechtelijk geëxecuteerd — een eigenzinnige particuliere interpretatie van Kony van de uitgangspunten van de islam. Meer dan één vrouw mag: koning Salomon, zegt Kony vervolgens weer met een beroep op de bijbel, had er immers ook enkele honderden. Volgens verschillende berichten zou Kony’s eigen harem nu uit zo’n zestig meisjes bestaan. Hoe jonger, hoe beter. Dat verkleint de kans op hiv-besmetting, heeft hij zelfbewust verklaard.



DE KINDSOLDATEN van Kony moeten voeten afhakken van fietsers die ze op hun pad tegenkomen. Ze moeten oren afhakken van mensen die iets verkeerds gehoord hebben, ogen uitsteken van hen die iets verkeerds hebben gezien. Nu zijn rebellen van nature geneigd geweld te gebruiken, stellen de wetenschappers Doom en Vlassenroot in het artikel in African Affairs, maar meestal hebben ze ook een doel. Joseph Kony, sinds hij zich door het geweld van zijn eigen Ancholi-volk vervreemd heeft, niet meer, lijkt het. Zijn acties zijn ‘willekeurige terreur’ zonder groot politiek doel. Wat wil die man eigenlijk? Die gerechtvaardigde vraag stelde ook de Oegandese parlementaire commissie die de taak had gekregen te rapporteren over de stand van zaken in het noorden. Het antwoord in de rapportage van januari 1997 nam weinig ruimte in beslag: ‘De commissie slaagde er niet in het motief of de motieven waar de LRA voor vecht te achterhalen.’ Rebels without a cause — letterlijk.


Onderhandelen met Kony is ‘als het geven van eerste hulp aan een slang’, zei president Moeseveni eens. Onder druk van de internationale gemeenschap zijn niettemin de vredesbesprekingen, vooral ook met de regering van Soedan, opgevoerd. In december vorig jaar kwam het in Nairobi zelfs tot een akkoord tussen de eens gezworen vijanden. De ophef rond de ontvoering van ‘de meisjes van Aboke’ — zoals nu vakkundig beschreven in de nauwgezette reconstructie van Els De Temmerman, waar op iedere pagina de gruweldaden van Kony van de pagina’s stralen — heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld. Op de persconferentie bij de presentatie van het boek van De Temmerman, afgelopen vrijdag in Amsterdam, vroeg de uit Oeganda overgekomen Italiaanse zuster Rachele Fassera vergiffenis omdat ze zich het lot van de slachtoffers van het Weerstandsleger van de Heer pas is gaan aantrekken toen ‘haar meisjes’ ontvoerd werden. Beetje wrang dat de heldin uit het boek van De Temmerman daarvoor dezelfde god moest gebruiken als Joseph Kony gewoon is te aanbidden.



Els De Temmerman, De meisjes van Aboke: Kindsoldaten in Noord-Oeganda. Uitg. De Kern, 168 blz., ƒ29,95