Naar het leven en werk van een dichter een toneelvoorstelling maken, is geen buitenissig genre.

In de voorstelling But Lydia, there is no there there van ‘jongerentheatergroep’ El Niño staat Jotie T'Hooft centraal. Het stuk werd aangekondigd als een 'theaterstuk in documentairestijl over het korte maar woelige leven van de Vlaamse dichter Jotie T'Hooft, de Jim Morrison van de jaren zeventig’.
Charmant. T'Hooft heeft prachtige poëzie geschreven, én waardeloze verzen. Zijn leven: soms interessant, soms niet. Genoeg wellicht om 'iets mee te doen’.
Of het nu zijn leven was of zijn werk, voor El Niño was Jotie aanleiding voor een productie.
Logisch, voor zulke jonge acteurs dat de jonggestorven romanticus pur sang inspireerde.
In de persinformatie staat: 'Alles draaide om de poëzie en de drugs in het leven van deze vroeggestorven dichter. Na verschillende zelfmoordpogingen stierf hij op 21-jarige leeftijd aan een overdosis heroïne. De teksten, gedichten en dagboeken die hij schreef zijn voor de jongeren van El Niño de basis geweest waarop zij het stuk uitbouwden en uitvoerden.’
Nou, dat hebben ze gedaan. Onder leiding van regisseur Yvonne van Beukering. Zij meent: 'Het lezen van autobiografieën en interviews en het zien van documentaires over mensenlevens inspireren mij tot theatermaken. Ik was benieuwd of de jongeren met wie ik deze voorstelling heb gemaakt geboeid en geïn spireerd zouden raken door een leeftijdgenoot die zo intensief leefde.’
En de jongens en meisjes van El Niño gebruikten de dichter allereerst om iets over zichzelf te vertellen. De voorstelling bleek een therapeutisch verantwoorde workshop te zijn.
Ik vind burgerlijke ouders stom, zegt een meisje. Jotie had burgerlijke ouders (saaie mensen op bankstel).
Luister, ik ben best eenzaam, zegt een meisje. En trekt een grimas van eenzaamheid.
Ook valt ze steeds neer. Van eenzaamheid.
Verschrikkelijk als je wordt gepest op school. Ik word gepest op school. Jotie waarschijnlijk ook.
Eerst had Jotie een vriendin. Toen hij zelfmoord beging, schreef hij op de muur: Dag kleine meid. Veel geluk.
Uiteindelijk kwam het werk van T'Hooft nauwelijks aan bod. Twee strofes werden geciteerd, zonder enig begrip van en voor de tekst. De dichter was een excuus voor een pubertherapie. Waarom moet dat dan op de planken worden gebracht? Waar andere mensen zich plaatsvervangend schamen, en gaan twijfelen aan Jotie T'Hooft en zijn poëzie? Dat laatste mag niet. Jotie kan er ook niets aan doen. 'Lieve dood, ik weet dat gij niet lief zijt/ Ik geloof niet dat ik gered kan worden, doodjelief…’