Arjen Duinker

Jou spreek ik nog wel

Wat is een goede dialoog? Is dat de weergave van een goed gesprek? De goede weergave? Van een ideaal gesprek? Van een gesprek dat goed past in de tekst? Van een verantwoord gesprek? Tussen twee of drie sprekers? Gesprek dat een goed onderwerp heeft? Dat de lezer onmiddellijk interesseert? Of is een goede dialoog helemaal geen weergave? Is een goede dialoog mogelijk, waarschijnlijk? Is een goede dialoog een gesprek dat niet eerder deel uitmaakte van de werkelijkheid?

«Ja», zei Mister Ed, «een goede dialoog is de weergave van een gesprek van alle tijden. Met andere woorden: een gesprek met een onderwerp dat de lezer misschien niet onmiddellijk interesseert maar dat tegelijkertijd niet kan worden ontweken. De lengte van de zinnen is onbelangrijk.»

«Niet mee eens», zei Zorro, «de tijdgeest leeft kort, de zin moet dus kort. Kom hier, ga weg, drink wat. Verlies je streken, vos.»

Doctor Retina, de oogarts, zei: «Persoonlijk ben ik zeer gecharmeerd van zinnen die de spreker laten zien zoals hij of zij is. Ik bedoel, de een moet anders spreken dan de ander. Lengte van zinnen heeft dus te maken met het karakter van de spreker. Ik herinner me ooit een boek te hebben gelezen waarin Majoor Fatala, terwijl hij opzij kijkt, zegt: ‹Ik had hier met een vriend afgesproken…› — kolossale zin, representatieve zin die van mijn ogen schoteltjes maakte.»

«Ja», zie Zorro, «dialoog in stripboek, niet te vergelijken.»

«Kom nou gauw», zei Mister Ed, «alle dialogen hebben hetzelfde doel: bedwelmen.»

«Ik moet een jonkvrouwe redden, maar mijn paard is kreupel», zei Floris. «Mister Ed, zou ik van jouw diensten gebruik mogen maken?»

«Ook al gebruik ik ze zelf, ik heb een hekel aan voegwoorden», zei Doctor Retina. «Ik ben niet blij als ik voegwoorden gebruik. Mister Ed zal vermoedelijk zeggen dat ook voegwoorden moeten bedwelmen.»

«Ik ben zo terug», zei Mister Ed.

«Je bent geweldig», zei Floris terwijl hij zijn viervoeter de sporen gaf. «Tot straks, vrienden!»

«Het nadeel van Flipper is dat je hem niet kunt verstaan, tenzij je al op voorhand weet wat hij bedoelt», zei Doctor Retina.

«Lassie idem dito», zei Zorro.

«Een goede dialoog», zei Doctor Retina, «moet enerzijds de karakters der sprekers weerspiegelen, moet anderzijds afleiden van het onderwerp dat de toehoorder graag behandeld zou willen zien, denk ik. Niets is stompzinniger dan een dialoog die probeert to the point te zijn, niets is onnozeler dan een dialoog die slechts wil voldoen aan de eisen van een zichtbare logica.»

«Precies», zei Zorro, «daarom heb ik tot op dit moment zinnen gezegd, die ik nimmer zeg. Kijk, voor mij is de kwestie uiterst eenvoudig: mijn aandeel in dialogen is een mengeling van slimheid en rechtschapenheid en elegantie. Maar het is natuurlijk niet goed om een constant evenwicht te bewaren.»

«Ach», zei Doctor Retina, «daar zijn onze helden weer.»

«Jou spreek ik nog wel», zei Mister Ed, een kwade blik werpend op Floris die zich juist van de doorweekte viervoeter liet glijden.