Hoogleraar regionale arbeidsmarktanalyse, Rijksuniversiteit Groningen

Jouke van Dijk

Wat is de meest dringende maatschappelijke kwestie van dit moment?

Er wordt veel te weinig geïnvesteerd in onderwijs

Uit de jaarlijkse PISA-cijfers van de OESO blijkt dat de relatieve onderwijspositie van Nederland verslechterd. Uit het PISA-onderzoek blijkt verder dat juist de zwakkere leerlingen en de middenmoot in Nederland beter scoren dan in andere landen, terwijl de uitblinkers het relatief minder goed doen. Maar excellentie in het onderwijs en onderzoek is essentieel voor een dynamische kenniseconomie die onze internationale concurrentiekracht kan versterken . In plaats van excellentie te bevorderen komt het kabinet echter met ontmoedigingsmaatregelen om bijvoorbeeld meer dan één studie te doen. Maar ook aan de onderkant is een probleem: in Nederland zijn naar schatting anderhalf miljoen mensen laaggeletterd. Deze mensen hebben grote moeite met lezen en schrijven, waardoor zij in het dagelijks leven of op het werk minder goed kunnen functioneren. Uit de recente publicatie De Nederlandse Samenleving van het CBS blijkt dat onderwijs niet alleen van belang is voor de economie. Naast het feit dat hoger opgeleiden meer participeren op de arbeidsmarkt en minder werkloos zijn, zijn ze ook gezonder en hebben ze een hogere levensverwachting. Hoger opgeleiden hebben ook meer vertrouwen in de politiek, rechters en de medemens. Deze resultaten bevestigen voor Nederland wat de Amerikaanse econoom Walter W McMahon al aangaf in zijn in 2009 verschenen boek “Higher Learning, Greater Good: The Private and Social Benefits of Higher Education”, waarin hij aantoont dat investeringen in onderwijs veel hogere rendementen hebben als niet alleen de economische baten, maar ook de sociale baten worden meegenomen. Ofwel: er is alle reden om veel meer in onderwijs te investeren in plaats van stiekum te korten zoals het huidige kabinet doet.

Wat is het meest onderschatte probleem in Nederland?

De vele miljarden die verspild worden aan ineffectief arbeidsmarktbeleid_._

In Nederland worden al tientallen jaren elk jaar miljarden uitgegeven aan arbeidsmarktbeleid, terwijl uit alle wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de effecten buitengewoon klein zijn en er exorbitante bedragen nodig zijn om iemand aan het werk te helpen. Maar de politieke moed om hier iets aan te doen ontbreekt en gaat zover dat het zelfs niet verplicht is om van het arbeidsmarktbeleid dat er gevoerd wordt goed bij te houden of het wel of niet werkt, zodat bijvoorbeeld ‘best practices’ kunnen worden geïdentificeerd. En ondertussen worden door gemeenten heel veel jongeren naar de Wajong doorverwezen omdat gemeenten daarmee geld besparen. Maar voor deze jongeren betekent dat, dat ze een stigma krijgen waardoor ze kansloos worden op de arbeidsmarkt en mogelijk levenslang op een uitkering zijn aangewezen. Een herhaling van de jaren tachtig waarin de economische crisis leidde tot bijna een miljoen mensen in de WAO wordt hiermee in gang gezet.

Wat is het meest overschatte probleem in Nederland?

De noodzaak van infrastructurele investeringen in de Randstad in het belang van de nationale economie

Het kabinet wil vooral investeren in het verbeteren van de infrastructuur in de Randstad omdat men denkt dat investeren in dit gebied het meeste oplevert voor de groei van de economie en de werkgelegenheid. Uit onderzoek blijkt echter dat de werkgelegenheid de afgelopen 25 jaar het sterkst groeit in een zone die loopt van Eindhoven via Utrecht/Amsterdam, Flevoland, Amersfoort, Apeldoorn naar Zwolle. De groei van de werkgelegenheid in de zones Groningen/Assen en Heerenveen/Drachten is aanzienlijk groter dan in bijvoorbeeld de zone Rotterdam/Den Haag. Uit onderzoek van de RUG blijkt dat de groei van de arbeidsproductiviteit groter is buiten de Randstad dan in de Randstad. Het ligt dan ook voor de hand om vooral buiten de Randstad te investeren om daarmee de al 25 jaar bestaande trend van het uitschuiven van economische groei naar het midden, zuiden en noorden van het land te faciliteren via investeringen in infrastructuur. Nederland is zo klein dat spreiding van economische activiteiten over het land de internationale concurrentie meer zal bevorderen dan een verdere concentratie van activiteiten in de Randstad. Dit geldt des te meer omdat trends als het Nieuwe Werken laten zien dat werk steeds minder direct gebonden is aan een fysieke werklocatie waardoor mooi wonen het primaat krijgt over dicht bij het werk moeten wonen. En dan blijkt te gelden “jobs-follow-people” in plaats van het “people-follow-jobs” van vroeger".


Bekijk de pagina van Jouke van Dijk bij de Rijksuniversiteit Groningen, of bezoek zijn eigen website