De teloorgang van de beroepsmoraal

Journalistiek opportunisme

Wie werkelijkheid en waarachtigheid van de morele verontwaardiging en ethische agitatie tegen het rechts-conservatieve regime in Oostenrijk normatief wil peilen, kan een paar dingen doen. Wanneer hij in Wenen over representatieve en betrouwbare informanten beschikt, kan hij in daluren naar de telefoon grijpen. Maar hij kan ook de Austria Express nemen.


Aanzienlijk goedkoper, maar niet altijd bonafide zijn de binnen- en buitenlandse kranten. Wie vooral in de opstelling van protagonisten uit de Oostenrijkse kunst- en cultuurbranche is geïnteresseerd, zal met de fragmentarische berichtgeving daaromtrent in de meeste Nederlandse kranten geen genoegen nemen. Een bescheiden vergelijkend onderzoek naar de bronnen van de berichtgeving en de kwaliteit ervan leidt soms tot verwondering en hilariteit.


Elsbeth Etty, om maar eens een opinion leader aan te halen, nam in de NRC van 5 februari de mening van enkele met naam genoemde Nederlandse bladen op de korrel. Zij deed dat met veel gevoel voor ironie en understatement zonder het respect voor de historische context te banaliseren. En toch heeft haar column een onmiskenbaar mankement, dat de eerste alinea’s van het betoog devalueert. Ik beperk me tot hetgeen er over de regisseur Luc Bondy wordt beweerd. In de eerste plaats is Bondy een Zwitser — en niet van Franse origine zoals Etty meedeelt. Dat de kersverse intendant van de Wiener Festwochen van joodse komaf is, blijft onvermeld.


Wat Bondy zou hebben beweerd over een mogelijk vertrek uit Oostenrijk, de druk van buitenaf op die optie en zijn voorlopige conclusie dat de toestand vooralsnog niet als ‘reichskristallnächtlich’ kan worden bestempeld, heeft Elsbeth Etty niet uit de mond van de regisseur zelf opgetekend, maar uit de Frankfurter Allgemeine Zeitung geciteerd. Zonder bronvermelding. In een exclusief voor die krant geschreven blauwdruk, waarin Bondy zijn innerlijke verscheurdheid in aforismen belijdt, komt ook de dramatische duiding van het beladen adjectief ‘reichskristallnächtlich’ — waarmee Elsbeth Etty zo veel moeite heeft — helder uit de verf. Een krant die nuances zoekt, mag met flarden uit een cri de coeur geen genoegen nemen.


Alles wat de Frankfurter Allgemeine Zeitung tot dusver in haar katern Feuilleton publiceerde aan journalistiek precieuze informatie en documentatie alsmede aan redactionele commentaren en zeer divergerende opinies van Oostenrijkse kunstenaars en cultuurwetenschappelijk representatief te noemen experts, is ronduit indrukwekkend. Geen wonder dat Nederlandse journalisten en columnisten graag in dat katern snuffelen wanneer zij op zoek zijn naar additionele informatie. Voor- en tegenstanders, weifelaars en twijfelaars inzake Haiders deels gelukte greep naar de macht, kregen in de krant vrij baan: Handke, Heller, Hrdelicka, Menasse en Jelinek uit het eerste gelid; Bachler, Holender, Lohner en Nitsch uit de tweede categorie. Last but not least kwamen ook de ‘allochtonen’ aan het woord met Bondy als protagonist. Het deels voorbarige, deels onbezonnen optreden van de Vlaming Gerard Mortier, die aan zijn functie als directeur van de Salzburger Festspiele een vetorecht tegen de FPÖ meende te kunnen ontlenen, werd in zowel Wenen als Frankfurt eerder met meewarigheid bejegend, ook in de media.


Het puberaal aandoende gebaar van een incorrecte want reeds eerder aangekondigde aftocht van Mortier uit Salzburg, heeft met name de Volkskrant een probleem bezorgd. Juridisch is dat besluit aanvechtbaar, al beweert Mortier in de Volkskrant van 12 februari een jurist te zijn. Dat is hij namelijk niet. Hij heeft aan de Gentse universiteit bij Jan Briers, de uitvinder van het Festival van Vlaanderen, perswetenschappen gestudeerd. Binnen de kunstredactie geldt de flamboyante Vlaming als symbool bij uitstek voor afbraak van theatrale tradities en commerciële conventies. Voor Mortiers tomeloze motoriek valt veel te zeggen omdat die door een uitgesproken filosofie wordt gemotiveerd. De continuïteit in de berichtgeving en opiniëring over Mortiers Salzburg in de Volkskrant is uit journalistiek-documentair oogpunt exemplarisch te noemen. Persistentie en consistentie van deze monocultuur gingen op den duur vermoeien. In de upgrading van de Volkskrant evolueerde Mortier van symbool tot idool. Omwille van de image building joeg de krant jaar in jaar uit andere kunstredacteuren naar Salzburg. Mislukkingen bleven Mortier niet bespaard. Maar die werden door de Volkskrant journalistiek-behendig ontweken door middel van geserreerde berichtgeving of een weloverwogen greep uit kritieken van andere kranten. In hoeverre de journalistieke moraal hier in het geding is, dient nader onderzocht te worden. Zo’n onderzoek dringt zich te meer op nu Mortier, blijkens de Volkskrant, inmiddels naar Gent is teruggekeerd, waar zijn vader banketbakker was. De in samenhang daarmee gebruikte term ‘sabbatical year’ lijkt een epitheton ornans.


Wanneer de Volkskrant de handen vrij gehad zou hebben, was Mortier al lang en breed tot directeur bij uitstek van het Holland Festival gepromoveerd. Daar valt wat voor te zeggen. De eigenwijze, inventieve en innovatieve Vlaming, die zich in het libertijnse klimaat hier te lande als een vis in het water voelt, zou er in een handomdraai weer een spraakmakend, veelzijdig en kwalitatief hoogwaardig festijn van maken. Het piccolo teatro-formaat van Ivo van Hove is in een vorm van vrijetijdsbesteding ontaard, die elke professionele en inhoudelijke allure ontbeert. Maar de kunstredactie van de Volkskrant, wendbaar als water, en met name haar chef Arie-Jan Korteweg, heeft zich plotseling resoluut en loyaal achter Ivo van Hove geschaard. En andermaal dreigt journalistiek opportunisme het van de beroepsmoraal te gaan winnen. Tenzij staatssecretaris Van der Ploeg het bestuur van het Holland Festival onder druk zet, daarbij het favoritisme van de Volkskrant aan zijn laars lappend.