Journalistieke wildpoeper

Drie namen, verbonden met even zovele journalistieke incidenten, illustreren hoe diep de journalistiek tegenwoordig doordringt in de privé-sfeer. Degene die het meest van de drie werd aangetast in zijn privacy was Jack de Vries. Maar de berichtgeving over zijn liefdesperikelen was, hoewel soms een tikje ranzig, duidelijk in het algemeen belang.

De Vries overtrad een verbod op verhoudingen op de werkvloer dat voor het hele ministerie van Defensie geldt en dus ook voor hem en zijn maîtresse. Daarbij is De Vries campagnestrateeg en mannetjesmaker van een partij die christelijke gezinswaarden wil verdedigen. Sommigen in zijn omgeving nemen die waarden kennelijk serieus.
Het onnozele interview dat De Telegraaf maakte met Ruben, de jongen die de Libische vliegramp overleefde, was van een andere orde. Het is goed dat het plaatsvond, niet dat het werd afgedrukt. Wanneer kolonel Kadafi, minister Verhagen en de anwb eensgezind verklaren dat de afwikkeling van een ramp onberispelijk is, moet een krant wantrouwig worden en alle middelen inzetten om aanvullende informatie te vergaren. Het publiceren daarvan is een volgende stap. Die stap was in dit geval verkeerd, want er was geen ander belang mee gediend dan de losse verkoop van de eigen krant. Een krant moet de macht controleren, niet op het leed van burgers parasiteren. De excuses die De Telegraaf inmiddels heeft aangeboden, bewijzen dat men daar de boodschap heeft begrepen.
Van weer een andere orde is het feit dat de vuilnisbak van Alexander Pechtold en andere politici werd geleegd in het blad Binnenhof. Het gaat hier om de openbaarmaking van privé-gegevens van publieke figuren waarmee geen enkel maatschappelijk belang is gediend. Voor zulke informatie zou eenzelfde beperking moeten gelden als voor het maken van foto’s en filmbeelden van personen. Als met de publicatie geen groot maatschappelijk belang is gediend, vereist het portretrecht de voorafgaande toestemming van betrokkenen. Een uitzondering geldt voor ‘personen die zich gelet op hun openbare functie meer publiciteit zullen moeten laten welgevallen dan een gemiddeld burger’, zoals de rechter het in 2003 formuleerde in een zaak van de gemeente Alkmaar tegen het tv-programma Breekijzer, dat opnamen van een raadsvergadering had gemaakt.
De omslagfoto van Binnenhof van Femke Halsema met dampende filtersigaret op de onderlip is volgens die norm aanvaardbaar. Het afdrukken van Pechtolds boodschappenbriefje is dat niet, tenzij het melding maakt van de aankoop van cocaïne, springstoffen of kinderporno. Binnenhof is een medium van een soort dat ons land tot nog toe bespaard was gebleven, een journalistieke wildpoeper die zo snel mogelijk moet worden ingerekend. Niet door Alexander Pechtold of door de Nationale Coördinator Terreurbestrijding, maar door de lezers. Hopelijk hebben die de moed en het gezonde verstand om het blad te negeren. Anders moet de wet er weer aan te pas komen en hebben we straks een ‘Vuilnisbakarrest’ nodig.