Judith Butler en de dialectiek van de verblinding

Berlijn – Het vergt de nodige dialectische lenigheid om het Duitse rumoer rond de Amerikaanse filosoof Judith Butler te doorgronden. De stad Frankfurt aan de Main kende haar dit jaar de Adorno-prijs toe.

Dat leek alleszins verdiend voor iemand die in de traditie van Adorno’s kritische theorie een indrukwekkend en invloedrijk filosofisch oeuvre opbouwde. Haar werk gaat vooral over de sociale constructie van identiteit. Haar speciale belangstelling geldt de identiteit van vrouwen. Maar ook de constructie van politieke subjecten heeft haar aandacht. Net als Adorno neemt ze daarbij een kritische houding aan tegenover de manipulatie van individuen door nationale staten en economische systemen.

Tot zo ver is er niets aan de hand. Maar haar kritiek strekt zich ook uit tot de Israëlische staat. Butler, die joods is opgevoed en actief is in de joodse gemeenschap van Oakland, veroordeelt de politiek van de Israëlische regering en acht het verzet van de Palestijnen gerechtvaardigd. Ze heeft zelfs enig begrip voor Hamas en Hezbollah, al verwerpt ze hun gewelddadige acties.

Die positie is voor veel joden in Duitsland onaanvaardbaar. Er stak een storm van protest op, aangevoerd door de Centrale Raad van de Joden in Duitsland. Voor de Raad is solidariteit met Israël juist in Duitsland de allerhoogste plicht. Butler werd beschuldigd van anti­semitisme en van sympathie voor organisaties die Israël van de kaart willen vegen.

Er volgden heftige polemieken en oproepen om de prijsuitreiking te boycotten. Butler verdedigde zich met moedige teksten in toonaangevende Duitse kranten. Maar haar handreikingen werden afgeslagen. Honderd demonstranten posteerden zich met vuvuzela’s voor de Paulskerk in Frankfurt waar de uitreiking plaatsvond.

Van Duitse intellectuelen en politici was niets anders dan een bedremmeld zwijgen te vernemen. Dat was bij het debat over besnijdenis wel anders, toen tal van opinieleiders zich haastig schaarden achter de joodse verontwaardiging over de kritiek op het ritueel. Maar nu wilde niemand zich aan de kwestie-Butler branden. De verdediging van Butler liet men over aan zulke onafhankelijke joodse geesten als Micha Brumlik, hoogleraar aan de Goethe Universiteit van Frankfurt. Eens te meer, schrijft Brumlik in de Frankfurter Rundschau, botst hier het joodse verlangen naar een eigen politieke identiteit met de universele joodse ethiek die iedere politieke machtsvorming kritisch bekijkt.

Butler hield in de Paulskerk een geleerde toespraak in het Duits. Ze betoonde zich de prijs meer dan waardig, oordeelden velen achteraf. Fijn dat er tussen de toeterende demonstranten ook een paar dissidenten stonden met een bordje ‘Bedankt, Judith!’