Een groeiend aantal ouders geeft thuisonderwijs

Juf mama

Les geven? Dat kunnen we zelf beter, vinden steeds meer ouders. En de wet biedt daar ruimte voor. Maar staatssecretaris Dekker wil dit thuisonderwijs gaan verbieden.

Medium dwf15 208916

De voorleesmeneer van de Openbare Bibliotheek in Amsterdam zit in de grote rode stoel in het Annie M.G. Schmidt-theater. Tegenover hem zitten tien jonge kinderen, variërend van een paar maanden tot een jaar of acht oud. Of ze wel eens winter zonder sneeuw hebben gezien? Of een pinguïn op de Dam – wil hij weten. Hij pakt een boek van de stapel naast hem en begint het verhaal over een grote schaatswedstrijd. Zitten blijven en luisteren: dat zit er vandaag, bij deze groep, niet in. De een moet naar de wc, een ander is meer geïnteresseerd in de grote pluchen ijsbeer in de hoek, weer een ander heeft honger.

Na een half uur houdt de voorleesmeneer het voor gezien en verplaatst het gebeuren zich naar het naastgelegen atelier, waar de kinderen met stapels tijdschriften, scharen en lijm aan de slag gaan met het maken van een collage. In plaats van met elkaar te kletsen, zitten de moeders naast hun kinderen, geven instructies, stellen vragen, doen mee. Dit is dan ook geen vrijetijdsbesteding, maar een ‘schoolactiviteit’. De kinderen die deze middag samenkomen gaan namelijk niet naar reguliere basisscholen maar krijgen thuisonderwijs, vaak van hun eigen moeder en soms ook hun vader.

Een groeiende groep ouders kiest ervoor om hun kinderen zelf les te gaan geven. Het aantal thuis onderwezen kinderen groeide in elf jaar van 94 in 2000 tot 429 in 2011. Dit cijfer staat los van de kinderen die onvrijwillig thuis zitten. De gezinnen hebben een religieuze (vooral christelijke, met een handjevol islamitische en orthodox joodse) of antroposofische/holistische levensovertuiging.

Cathelijne van den Bercken (42) uit Almere valt in de laatste categorie, zij onderwijst haar dochter Laura (5) en zoon Jasper (3) zelf. Haar man werkt voltijds. Van den Bercken: ‘We hebben ons vooraf grondig verdiept in thuisonderwijs, het is niet niks waar je aan begint. Mijn inkomen is vrijwel weggevallen, we moeten alle materialen en excursies zelf betalen en er blijft weinig vrije tijd over. Dat kun je alleen doen als je honderd procent achter die keuze staat.’

‘Kinderen hebben een andere omgeving dan schoolbanken nodig om zich volledig te kunnen ontwikkelen’

Omdat er geen strikte scheiding is tussen school en thuis is er ook geen vastomlijnd moment waarop je met thuisonderwijs hoeft te beginnen. Van den Bercken: ‘Wij voegen ons naar de kinderen, kijken naar hun ontwikkeling en hoe wij daarbij kunnen helpen en begeleiden. Dat doen we nu nog vrij weinig met boeken, ik geloof meer in leren door ervaringen op te doen. Zoals de Amerikaanse onderwijsdenker Alfie Kohn zegt: een kind leert tien keer meer door iets te doen, dan door erover te horen van een juf die voor de klas staat. Dus als Laura iets vraagt over een mug gaan we naar de bibliotheek om er dingen over op te zoeken, bekijken we insecten onder een loep en kijken we filmpjes online. Ik geef ze eigenlijk onderwijs op verzoek. En doordat mijn kinderen actief worden betrokken bij hun eigen leerproces behouden ze hun natuurlijke nieuwsgierigheid.’

Als het aan staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs ligt komt er echter spoedig een einde aan deze vorm van intensieve ouderbetrokkenheid. De Leerplichtwet biedt slechts een beperkte mogelijkheid voor thuisonderwijs aan ouders die in hun omgeving geen school kunnen vinden met hun levensovertuiging, en volgens de staatssecretaris maakt een toenemend aantal ouders op oneigenlijke gronden gebruik van de regeling. Ze zouden allerlei individueel beleefde religies aanwenden om zich op vrijstelling te beroepen. ‘Thuisonderwijs’, zo schreef Dekker half juli vorig jaar in een brief aan de Tweede Kamer, ‘is in strijd met het belang van de opvoeding van het kind.’ Dekker is ervan overtuigd dat de dagelijkse gang naar school ‘essentieel is voor de brede sociaal-emotionele ontwikkeling van ieder kind’: ‘Kinderen gaan niet alleen naar school om kennis te vergaren, maar ook om te leren omgaan met leeftijdgenoten en volwassenen. Kinderen leren zo al op jonge leeftijd dat zij deel uitmaken van een bredere maatschappij. Ik vind dat ieder kind deze kans zou moeten krijgen.’

Een visie waar zeker vraagtekens bij te zetten zijn, menen de Amsterdamse hoogleraar onderwijs en pedagogie Sjoerd Karsten en zijn Tilburgse collega onderwijsrecht Paul Zoontjes. Zij pleiten juist voor behoud van de mogelijkheid om kinderen thuis onderwijs te geven. Zij stuurden samen met nog drie andere hoogleraren een getuigenverklaring aan de onderwijscommissie van de Tweede Kamer, die hierover op 14 november 2013 een hoorzitting hield. ‘Uit internationaal onderzoek blijkt dat kinderen die thuis onderwijs hebben genoten niet achterblijven’, schrijven ze in de brief. Ook blijkt volgens hen nergens uit dat kinderen die niet op school zitten achterblijven in hun sociaal-emotionele ontwikkeling. ‘Thuis onderwezen kinderen hebben over het algemeen voldoende zelfvertrouwen en zelfkennis, ze zijn sociaal vaardig en maatschappelijk betrokken.’ De hoogleraren adviseren Dekker de mogelijkheid van thuisonderwijs in de Leerplichtwet op te nemen en de keuze daarvoor los te koppelen van levensbeschouwelijke bezwaren. Ouders zouden de grondwettelijke vrijheid moeten hebben om onderwijs te geven, waarbij Karsten en collega’s wel voorstander zijn van passend toezicht en handhaving. Dit is ook de strekking van het advies dat de Onderwijsraad al in 2012 aan het kabinet gaf.

Staatssecretaris Dekker vreest echter dat op deze manier de deur naar thuisonderwijs helemaal wordt opengezet en veel meer mensen hun kinderen thuis houden. In omringende landen, waar thuisonderwijs meer gangbaar is, komt het echter nooit boven een paar procent uit.

‘De door de school toegepaste didactiek bleek niet aan te sluiten bij onze levensvisie’

In Europa behoort Nederland samen met Griekenland en Duitsland tot de enkele landen waar thuisonderwijs nagenoeg verboden is. In Duitsland plaatste justitie onlangs nog vier kinderen uit een christelijk gezin in een instelling voor jeugdzorg omdat hun ouders hun thuis onderwijs geven.

Ook Eugenie van Ruitenbeek (48) en Jan Nouwen (49) hebben in het begin de nodige weerstand van instanties ondervonden omdat ze hun drie kinderen van veertien, negen en vijf thuis les geven. Ik spreek met ze af in een eetcafé in de buurt van hun huis, in de regio Arnhem. Thuis afspreken willen ze niet: te privé. Oudste zoon Jesse past op, de iPhone ligt in zicht om geen telefoontje van het thuisfront te missen. Dat ze hun kinderen isoleren van de buitenwereld doen ze af als klinkklare nonsens. Van Ruitenbeek: ‘Je kunt met duizend kinderen in een school zitten en toch eenzaam zijn. Onze kinderen hebben vrienden in de buurt, van sportclubjes en de scouting, buren en van andere thuisonderwijsgezinnen. We hebben regelmatig het huis bomvol zitten met kinderen, hebben een moestuinenproject met de buurt opgezet. Hoeveel vrienden heeft een kind nodig? Ik had vroeger maar één hartsvriendin en zat “gewoon” op school. Was ik zielig? Zeg jij het maar.’

Hun gezin loopt prima, de kinderen ontwikkelen zich goed. Dat hun gezinsleven straks, als Dekker zijn zin krijgt, niet meer ‘mag’, noemen ze ‘staatsterreur’. Van Ruitenbeek: ‘Als ze de ontheffing afschaffen, betekent dat het einde van de vrijheid van onderwijs voor ons en alle generaties na ons. Ongelooflijk dat mensen dat niet beseffen.’

Van Ruitenbeek en Nouwen maakten hun keuze voor thuisonderwijs nadat ze zich in het werk van de spirituele denkers Eckhart Tolle en Barry Long hadden verdiept. ‘Bewustzijn’ staat daarin voor hen centraal. Ze schreven er onlangs samen een boek over, Opvoeden in een gestoorde wereld, waarin ze uiteenzetten hoe deze visie in de dagelijkse praktijk werkt. ‘Kinderen hebben een andere omgeving dan schoolbanken nodig om zich volledig te kunnen ontwikkelen’, zegt Nouwen. ‘Het gaat ons juist om die optimale omgeving, die per bewustzijnsstadium anders is. Het gaat niet alleen om cognitieve ontwikkeling, maar om de hele hersenpan en het hele lichaam. Door de kinderen te stimuleren om op zoek te gaan, in hun eigen ervaring, naar hun waarheid, leren we ze contact te behouden met hun eigen, innerlijke koers. Met wie zij zijn. Dit is voor ons de essentie van met kinderen zijn.’

‘Je weet nooit of een school in de praktijk toepast wat ze op papier belooft’

Ze zijn ervan overtuigd dat hun kinderen op een reguliere school niet tot wasdom komen. ‘Neem onze zoon Tygo van negen’, zegt Van Ruitenbeek. ‘Tot voor kort vond hij rekenen stom, wilde er niets van weten. Als ik om de zoveel tijd kwam aandraven met boekjes en schriften maakte hij zich uit de voeten. En ik glimlachte en verdween in de coulissen met mijn lesmateriaal. De tijd was duidelijk nog niet rijp. Zoals het niet effectief is om een baby te “stimuleren” te gaan lopen als hij net uit de baarmoeder is komen floepen, zo is het tijdverspilling om een brein dat nog niet rijp is voor sommen te “stimuleren” er klaar voor te zijn.’

Veel thuisonderwijsgezinnen voelen zich door de politieke ontwikkelingen en bestuurlijke bureaucratie in een hoek geduwd. Van Ruitenbeek en Nouwen hebben ondertussen goed contact met de leerplichtambtenaar in hun regio, maar ze kennen de voorbeelden van andere gezinnen. De pesterijen, de processen-verbaal, de meldingen bij het Advies- Meldpunt Kindermishandeling (amk). De ene ambtenaar ziet veel door de vingers, de andere laat een zaak zonder pardon voor de rechter komen. ‘Juist die willekeur maakt dat thuisonderwijzers zich heel onveilig voelen’, zegt Van Ruitenbeek, die meer dan eens andere gezinnen hielp die juridisch in de problemen kwamen.

Pepijn Rengers (31) zit in zo’n benarde situatie: hij verwacht elk moment een datum te krijgenvoor het hoger beroep dat hij en zijn vrouw Christel (35) voeren om hun keuze voor thuisonderwijs te verdedigen. Eerder werd hij bij de kantonrechter, tegen de eis van de officier van justitie in, veroordeeld tot een onvoorwaardelijke boete of celstraf. Hun nu vijfjarige zoon Seth ging slechts een paar maanden naar de katholieke basisschool in de buurt, een van de twee basisscholen in het Utrechtse dorp waar ze wonen. ‘Hij begon met frisse zin, maar na een paar maanden kreeg hij buikpijn en was hij steeds vaker verdrietig als hij naar school moest.’ Ze besloten hem thuis les te geven en organiseerden een afscheidsfeestje op school. Christel Rengers: ‘We liepen met z’n drietjes, hand in hand, de schoolpoort uit. “Mama”, fluisterde Seth me toe, “ik hoef toch nooit meer terug hè?” Alsof er een loden last van zijn schouders viel.’ Gewone kleuternukkigheid? Rengers denkt van niet: ‘We kennen ons kind. De kloof tussen school en thuis was gewoon te groot. Zo behandelen we elkaar thuis vanuit onvoorwaardelijkheid, terwijl ze op school zo kleinerend met kinderen omgaan. Ook bleek de door de school toegepaste didactiek niet te aan te sluiten bij onze levensvisie.’Een paar maanden voordat Seth vijf jaar werd, stuurden ze een brief naar de gemeente, waarin ze vrijstelling vroegen. Een paar weken later ontvingen ze een brief retour dat vrijstelling niet mogelijk was, omdat Seth eerder op school ingeschreven had gestaan. Pepijn Rengers: ‘Ze redeneren zo: als je al naar school gegaan bent, paste die school blijkbaar bij je overtuiging. Maar ten eerste weet je nooit of een school in de praktijk toepast wat ze op papier belooft, en ten tweede is het ook absurd dat de wet toegepast wordt op onze zoon terwijl hij toen nog helemaal niet leerplichtig was.’ Het echtpaar Rengers blijft naar eigen zeggen ‘hoe dan ook’ thuisonderwijs geven. Ze hopen op een rechterlijk pardon, maar sluiten een gang naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens niet uit. En als staatssecretaris Dekker zijn plannen doorzet, zullen ze óók niet toegeven. ‘Er zijn trucjes’, zegt Pepijn Rengers. Welke dat zijn, houdt hij vooralsnog voor zichzelf.

Er zijn ouders die overwegen te emigreren, zegt Tonnie Nijenhuis, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs (NVvTO). ‘En dat terwijl de meeste gezinnen echt wel openstaan voor bepaalde vormen van toezicht. Over betaalbaar en uitvoerbaar toezicht waren we al in gesprek met de vorige onderwijsminister, Marja van Bijsterveldt. Het lijkt erop dat Dekkers plannen uitsluitend berusten op de wens van inperking van de vrijheid van levensovertuiging. De staatssecretaris gaat voorbij aan de kwaliteit en realiteit van thuisonderwijs in Nederland.’

Binnenkort praat de vaste onderwijscommissie van de Tweede Kamer verder met Dekker. De lobbymachine draait op volle toeren, een petitie met 3500 handtekeningen werd onlangs overhandigd op het Binnenhof, geflankeerd door blije kinderen die dansten, viool speelden en live proefjes demonstreerden onder de slogan ‘dit is thuisonderwijs!’.

Het is nog onzeker hoe een mogelijke stemming in de Kamer zal uitpakken. De christelijke partijen, inclusief het cda, hechten sterk aan vrijheid van onderwijs en zijn loyale medestanders. Het moet blijken hoe sterk hun gedooginvloed is, nu de vvd wankelt in haar tot nu toe liberale houding nu ze een coalitie vormt met thuisonderwijs-tegenstander pvda. Samen met de SP beroept de pvda zich vooral op het gelijkheidsbeginsel om haar weerstand tegen thuisonderwijs kracht bij te zetten. GroenLinks lijkt van de linkse partijen de enige die openstaat voor thuisonderwijs als volwaardige onderwijsvorm. Het huidige standpunt van d66 is vooralsnog onduidelijk. De onderwijspartij is nooit voorstander van structureel thuisonderwijs geweest en pleitte in het verleden voor toezicht door de onderwijsinspectie.

Cathelijne van den Bercken maakt zich vooralsnog geen zorgen over de gevolgen van een mogelijk verbod. Ze stapt over een paar weken met dochter en zoon op het vliegtuig voor een reis naar Thailand. Haar man voegt zich later bij hen. ‘Wat ik jaren geleden zelf op reis heb ontdekt, gaan we nu met de kinderen meemaken, zien, voelen, ruiken. We gaan mijn Thaise penvriendinnen ontmoeten, aapjes zien die kokosnoten oogsten, boeddhistische tempels bezoeken, over lokale markten struinen, Thaise gerechten koken. Daar kan geen school tegenop. Als de kinderen over een aantal jaar zouden zeggen dat ze naar een gewone school willen, gaan we dat zeker bekijken. Van jaar tot jaar kijken we naar hun behoeften, tot die tijd profiteren we van de voordelen die thuisonderwijs biedt. De mogelijkheid om naar school te gaan is er altijd nog, andersom niet.’


Beeld: Moeder geeft thuisonderwijs aan haar negenjarige dochter (Corbis/HH).