Juichen voor 1-0 en 1-1

Rudi Carrell *19 december 1934

Wat betreft de koers van Heineken zat Rudi Carrell fout. In tegenstelling tot wat hij had voorspeld kelderde het aandeel na zijn dood op 7 juli van dit jaar niet dramatisch. En dat ondanks het wegvallen van Carrells niet onaanzienlijke bierconsumptie – in de weken voor een uitzending verslond hij dagelijks, naast zestig sigaretten, naar eigen zeggen vaak tot vijftien flesjes bier. ‘Iedereen die werkt, heeft iets in z’n poten. Ik had niets. Dus nam ik een sigaret in deze hand en een glas bier in de andere’, zo verklaarde Carrell kort voor zijn dood zijn werkwijze tegenover de Volkskrant. Zijn beperkte voorspellende gaven op economisch vlak compenseerde hij ruimschoots in het entertainment. Als geen ander voelde -Carrell tientallen jaren aan wat het grote publiek wilde. Ver voor de opkomst van de moderne spektakelmaatschappij zag hij dat de toekomst niet aan de verheffing maar aan het ‘pure entertainment’ was. ‘Zonder politieke bijbedoelingen en opgeheven wijsvinger. Ik wil de massa tevreden stellen.’ In de programma’s die hij maakte bleek hij al even vooruitziend. Zijn spelshow Am -laufenden Band was voor Duitsland uniek in de jaren zeventig, met Rudis Tagesshow liep hij voorop in de politieke satire, Herzblatt inspireerde tal van latere datingshows en de Rudi Carrell Show van de jaren tachtig wordt door sommigen gezien als een vroege voorouder van castingshows à la Idols.

Maar niet alleen op het gebied van amusement vervulde de losse ‘jongen van hiernaast’ een gidsfunctie. Met zijn ‘windmolenidioom’ was hij een van de buitenlandse sterren die de Duitsers het gevoel gaf er na de oorlog weer bij te horen. De val van de Muur noemde de naar eigen zeggen overtuigde Europeaan ‘een van de mooiste dingen’ die hij in zijn leven meemaakte. Maar de comeback van Duitsland in de wereldpolitiek had voor hemzelf achteraf bezien tragische gevolgen. Sterren als Carrell die het naoorlogse Duitsland de weg uit het isolement toonden, maakten zichzelf overbodig. Met Carrell is de periode afgesloten dat Nederland gidsland was voor Duitsland. Na wat achteraf bezien slechts een onderbreking van een kleine vier decennia is geweest, richt Duitsland de blik tegenwoordig weer vrijwel uitsluitend op grote buur Frankrijk en op het uitgestrekte oosten.

De eerste aardige Duitser komt de op 19 december 1934 in Alkmaar geboren Rudolf Wijbrand Kesselaar tegen in de hongerwinter. Een Duitse machinist wijst hem waar steen-kolen verborgen liggen langs het spoor. ‘Ik ben die man nooit vergeten. Misschien ben ik later wel onbewust voor mannen zoals hij bij de Duitse televisie gaan werken’, vertelt Carrell later aan zijn biograaf Jürgen Trimborn. Het leidt er samen met een ander incident, waarbij buren dreigen het gezin Kesselaar aan te geven omdat ze op zolder een joodse vrouw verbergen, volgens Carrell toe dat hij nooit gevoelig wordt ‘voor de zwart-witschildering, die direct na de oorlog in Nederland is ontstaan’. Het anti-Duitse sentiment heeft hij nooit begrepen, zo staat opgetekend in zijn dit jaar verschenen biografie Rudi Carrell: Een leven voor de show – en dat terwijl ook bij de Kesselaartjes de fiets gestolen is. ‘Ik heb altijd gezegd: hou er toch mee op, laten we er liever alles aan doen om te voorkomen dat zoiets nog een keer gebeurt. Ik was in mijn jeugd al enorm enthousiast over het Europese idee.’ Het kan zijn latere, omstreden Duitse carrière_-move_ verklaren. Voor een hoop Nederlanders blijft het lange tijd echter een brug te ver. Volgens zijn voormalige manager Dick Harris zien velen zijn vertrek naar Duitsland in die tijd ‘als een soort landverraad’.

Carrells carrière is in 1953 begonnen op een feestavond voor ambtenaren in Arnhem, waar de jonge Rudi zijn vader, de cabaretier André Carrell, vervangt. Van zijn ouweheer neemt hij ook de artiestennaam over – en die had zich op zijn beurt vrij willekeurig laten inspireren door de grondlegger van de vaatchirurgie en Nobelprijswinnaar dr. Alexis Carrel. Zijn internationale doorbraak beleeft Carrell jr. ruim tien jaar later. Voor Robinson Crusoe ontvangt hij de Roos van Montreux. Die voorstelling met Carrell op een eiland is bij de meeste mensen bekend vanwege de tot in den treuren herhaalde ‘Zeemeermin-scène’: ‘Mooie naam, voor een mooi meisje… tot op zekere hoogte.’



Het wordt zijn ticket naar Duitsland. Op 25 oktober 1965 beleeft de Duitse Rudi Carrell Show zijn primeur. Zo het al mogelijk is, gaat het vanaf dat moment nog harder met de carrière van der Rudi. Behalve door razend populaire televisieprogramma’s met een kijkersaandeel tot zeventig of zelfs tachtig procent verwerft Carrell ook faam in de hitlijsten met krakers als Wat een geluk en Wann wird’s mal wieder richtig Sommer? – bekender in de Nederlandse versie van Gerard Cox over de zomer die voorbij is. Ook boert hij een tijdlang goed op filmgebied, al zijn die producties met titels als Tante Trude aus Buxtehude zo tenenkrommend dat zelfs Rudi van ‘rotzooi’ spreekt. Voor al dat succes moet Carrell hard ploeteren, want de ingevingen komen niet vanzelf. Zijn motto: grapjes kun je alleen uit je mouw schudden wanneer je ze er van tevoren instopt.


Rudi Carrell is in die tijd niet de enige kaaskop in Duitsland. Hij staat symbool voor een heel bataljon Nederlandse sterren dat door de oosterburen omarmd wordt: Heintje, Vader Abraham en zijn smurfen, en later Linda de Mol en André Rieu. De economische verstrengeling is nog veel ouder dan de culturele. Al in de negentiende eeuw is Nederland, in het proces van Duitse vereniging, economisch nauw ver-weven geraakt met de nieuwe staat. Na de Tweede Wereldoorlog komt daar nog eens een gedeelde visie op de internationale betrekkingen bij, in de vorm van een onvoorwaardelijk atlanticisme. Tegen die achtergrond strooit Carrell zijn grappen rond op de televisie. Met zijn losse, informele presentatie zet hij een nieuwe trend, waarmee hij zelfs de omwenteling van 1968 weet te overleven. In zekere zin is hij meer bij de tijd dan die generatie. Carrell ziet waar de blijvende democratisering zal plaatsvinden – in de massacultuur.

Ook op een ander punt is hij de generatie ’68 voor: de losse moraal. Zijn dochter Annemieke vertelt in Carrells biografie over zijn schaarse, weinig orthodoxe opvoedmethoden. Zoals die keer dat hij haar een tippelzone laat zien, inclusief de hoeren. ‘En toen die Rudi Carrell ontdekten, lieten ze natuurlijk onmiddellijk hun vrijer staan, kwamen naar ons toe gerend en ging Rudi handtekeningen uitdelen.’ Van de vrouwen lust Carrell wel pap. Zo herinnert een van zijn dochters zich een vakantie in Amerika: ‘Toen we later de filmpjes terugzagen die Rudi in Amerika had gemaakt, merkten wij dat hij eigenlijk de hele tijd alleen maar andere vrouwen had gefilmd.’ Zijn talrijke affaires kosten hem zijn eerste huwelijk met zijn vrouw Truus. Zij kan daarnaast ook niet aarden in Duitsland, het huisadres Nederland 66 en de windmolen om de hoek in het Bremense stadsdeel ten spijt.

Met zijn nieuwe droomvrouw Anke heeft hij het beter voor elkaar. Al voordat het gemeengoed wordt onder jongeren in de jaren zestig en zeventig heeft het stel een open relatie, waar ze beiden dan ook gretig gebruik van maken. Zoals hij het later een keer zou zeggen: ‘We bedriegen elkaar. Ik vind dat heerlijk.’ Slechts één keer komt hun relatie hierdoor werkelijk in gevaar, als Anke halsoverkop verliefd wordt op de Oostenrijkse dichter André Heller. Carrell moet alles in het werk stellen om zijn vrouw niet kwijt te raken: ‘Liefje, die jongen is een dichter, een poëet, dus een sukkel, die liegt van hier tot Warschau. Je gaat met hem wandelen in het park, hij trekt een brandnetel uit de grond, zegt dat het een orchidee is en doet dit zo overtuigend dat je het nog gelooft ook.’ Als hij hoort van het huwelijksaanzoek dat de poëet haar heeft gedaan, handelt Carrell snel: ‘Weet je wat, je hebt me op een idee gebracht, laten we gaan trouwen.’ Op 1 februari 1974 is het zo ver.

Afgezien van een vrije moraal is Carrell politiek niet uitgesproken, zijn afkeer voor de naar zijn mening veel te hoge belastingen in Nederland en Duitsland en de islam uitgezonderd. Al lang voordat Bolkestein, Fortuyn en Wilders er goede sier mee maken, beleeft hij zijn eigen cartoonrel avant la lettre. In 1987 vertoont hij in Rudis Tagesshow een item waarin een menigte vrouwen slipjes en bh’s gooit naar de Iraanse ayatollah Khomeini. Het gevolg is een rel van internationaal formaat, met doods-bedreigingen en betogingen in Teheran – een hooggeplaatste Iraniër beschouwt de uitzending vanzelfsprekend als een zionistisch -complot. Rudi is even wereldnieuws. Tot aan zijn dood blijft Carrell overigens huiverig voor de islam. Tegenover de Volkskrant zegt hij in een laatste interview: ‘Het wordt nog veel erger. Er komen steeds meer mensen hier naartoe die in de islam geloven en alles. Dat wordt nog een punt.’

Toch deelde hij met de verfoeide moslims een conservatieve kijk op de tweede sekse, wier problemen hij ‘vaak belachelijk’ vindt. Over zijn tientallen jaren jongere, nieuwe vrouw Simone zegt hij in hetzelfde interview: ‘Wat zij in de afgelopen vijf jaar van haar leven heeft meegemaakt, aan party’s, aan golftoernooien, dat is een sprookje. Dan moet ze niet komen zeiken dat de dienstbode een uur te lang of te kort of niet goed genoeg heeft gewerkt. Dat interesseert me geen ene sodemieter.’ In de jaren zeventig vertrouwt hij een journalist toe graag met secretaresses naar bed te gaan: mocht hem plotseling een grap te binnen schieten, dan kunnen ze die meteen opschrijven. En natuurlijk, onvermoeibaar haalt hij bij vrouwen, of eigenlijk hun borsten, de ‘toet toet’-grap uit. Zelfs zijn dochter moet eraan geloven als zij hem bezoekt. (‘Hoe ben je hier gekomen?’ ‘Met de auto.’ ‘Toet toet.’) Zittend in een show naast feministe Alice Schwarzer haalt hij – ‘toen ze weer tegen me begon te zeuren dat ik vrouwonvriendelijk was’ – een bh uit zijn tas om zich het zweet van het voorhoofd te vegen. Het heeft volgens hem allemaal niets met seksisme te maken, maar alles met vrouwelijkheid en mannelijkheid: ‘Mannelijkheid heeft voor mij met cowboys te maken. En ik ben er van binnen eigenlijk ook zo eentje. Mannelijkheid betekent dat je geen watje bent, verdammt noch mal! Een man vecht en werkt zodat hij zijn gezin kan verzorgen.’

Op het moment dat zulke opmerkingen niet meer tot gelach maar tot kritiek leidden, had Carrell kunnen weten dat zijn tijd er op zat. De nieuwe platheid heeft een ander gezicht. Zoals in de televisieprogramma’s van Joop van den Ende en John de Mol. Met die laatste en diens zus Linda botert het trouwens niet – van hun nieuwe massalijn in de entertainmentindustrie moet de vertegenwoordiger van het oude volksvermaak niets hebben. Sowieso kan Carrell aan het einde van zijn carrière, bij de commerciële omroep, moeilijk zijn draai vinden.

Het is in dezelfde tijd dat de verhoudingen tussen Nederland en Duitsland verslechteren. De wortels voor die breuk liggen bij de Duitse hereniging. Het zwaartepunt van de nieuwe staat verschuift naar het oosten, een ontwikkeling die geïllustreerd wordt door de verhuizing van de macht van Bonn naar Berlijn. Sindsdien lopen het Nederlandse en het Duitse beleid niet meer parallel, voeren de landen een ander economisch bewind en dicteren verschillende belangen hun buitenlandpolitiek. Het gevolg is een reeks onenigheden. Begin jaren negentig zorgt premier Lubbers al voor irritatie bij zijn collega Kohl door zich hardop af te vragen of die hele hereniging wel zo’n goed idee is geweest. Een tijdje daarvoor heeft Carrell zich al diens toorn op de hals gehaald met een door Kohl als beledigend ervaren grap. Of ‘de heer Carrell gek is geworden’, vraagt hij aan de voorzitter van de omroep ard.

Het Lubbers-Kohl-incident blijkt slechts het voorspel voor een reeks van conflicten aan het begin van het nieuwe millennium. Minister Zalm laat geen gelegenheid aan zich voorbij gaan om schande te spreken van zijn Duitse collega, die wat minder krampachtig vasthoudt aan het Stabiliteitspact. De Duitsers hekelen op hun beurt het Nederlandse coffeeshop-beleid. En dan is er ook nog de oorlog in Irak. De tragiek is dat waar Duitsland voor Nederland op economisch vlak onverminderd van belang blijft het omgekeerde steeds minder opgaat, zoals Nederlandse journalisten na de verhuizing uit Bonn keer op keer merken als ze proberen een Duitse hoogwaardigheidsbekleder te spreken te krijgen.

In 2005 wordt bij Carrell longkanker vastgesteld, een aandoening die hem uiteindelijk fataal zal worden. Bang voor de dood is hij naar eigen zeggen niet. Hij geniet nog iedere dag van het leven dat achter hem ligt. En van zijn Mercedes met stuurverwarming. ‘Daarop heb ik vijftig jaar moeten wachten.’

Enkele jaren daarvoor heeft hij nog wel zijn felbegeerde blijk van waardering in Nederland gekregen. In 2001 wordt hij onderscheiden als Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Voor de camera’s herhaalt hij nog maar eens zijn befaamde grap dat de Duitsers ‘liever één Hollander op de televisie zien, dan honderdduizend op de Autobahn’.

Zelf voelt hij zich in zijn nieuwe land inmiddels meer Duitser dan Hollander. Carrell leest al tientallen jaren trouw Bild, heeft reeds in 1985 het Bundesverdienstkreuz gekregen en steunt het Duitse voetbalteam. Op zijn sterfbed kan hij Duitsland nog aanmoedigen tijdens het WK. Die loyaliteit lag slechts één maal moeilijk: tijdens het WK in 1974. Toen juichte hij zowel voor zijn geboorteland als voor zijn nieuwe natie, een internationalistische opstelling waarvoor de rest van de kroeg nog niet rijp bleek. ‘Eerst maakte Nederland een doelpunt en toen begon ik te juichen. Toen werd het 1-1 – en ik begon weer te jubelen. Dat konden ze niet begrijpen en toen hebben ze me eruit gezet. En die 2-1 heb ik toen niet meer kunnen zien.’

7 juli 2006

links:
www.rudicarrell.com

De ‘inofficiële fansite’ van Rudi Carrell met daarop onder meer informatie over zijn shows, films én heel veel songteksten. Ook niet te versmaden: de titelsong van Carrell’s hitshow Am laufenden Band:
http://www.rudicarrell.com/downloads/RudiCarrell-AmlaufendenBand-Intro-Song.mp3


NOS portet

Kort portret van de overleden Rudi Carrell door het NOS-Journaal. Met veel historisch beeldmateriaal.