Opheffer

Juist of niet juist

Waarom moet je alles in de politiek kunnen uitleggen? Als interviewer spreek ik met enige regelmaat politici. Ik vraag ze dan vaak iets uit te leggen wat ik zelf niet begrijp, of iets wat onduidelijk is, of iets wat ik in tegenspraak vind met iets anders.

Ik geloof niet dat er één politicus is die ooit tegen mij heeft gezegd: «Ik kan het u wel uitleggen, maar u begrijpt het toch niet…»

Integendeel: wat ik niet begrijp leggen ze soms uit met handen en voeten, appels en peren, de huishoudportemonnee of ze creëren metaforen met het voetbalspel.

En toch…

Ik kan Zalm tien keer vragen hoe het zit met die wisselkoers van de euro – ik snap hem niet echt. Zo ben ik ook onzeker geworden over de effecten van inflatie, of andere economische onderwerpen. Een zin als «Een hogere inflatie betekent meer export naar het buitenland» betekent voor mij abracadabra, en de reden daarvan is dat ik bijna zeker weet dat ik het omgekeerde ook wel eens heb gehoord: «Een hogere inflatie betekent minder export naar het buitenland.»

Wanneer ik iets heb geleerd als interviewer, dan is het wel dat er eigenlijk geen politieke en economische ingewikkelde wetmatigheden zijn. Indien zo… dan zo… dan volgt daaruit dit… – bestaat eigenlijk niet.

Neem die Europese grondwet waarover u gestemd hebt. Ik neem even tien punten, en beschrijf hun voor- en nadeel.

  1. Het is een grondwet – nee, het is geen grondwet, het is een verdrag.

  2. Het referendum bepaalt de toekomst van Europa – nee, de verdragen blijven bestaan.

  3. Die grondwet zorgt voor minder bureaucratie – die grondwet zorgt voor meer bureaucratie.

  4. Hij is democratisch – hij is niet democratisch.

  5. Er is een veto – feitelijk is er geen veto.

  6. Er zou een veto moeten zijn – het is maar goed dat er geen veto is.

  7. Die grondwet is socialer – we geven onze sociale verworvenheden uit handen.

  8. We houden onze eigen beslissings bevoegdheid – we geven onze eigen beslissingen uit handen.

  9. Onze rol tegenover Amerika en China wordt sterker – nee, deze wordt juist zwakker, want wij moeten doen wat de grote landen doen.

  10. We worden een federatie – we worden juist geen federatie.

Ik zou zo makkelijk nog tien punten kunnen noemen waarover domweg geen overeenstemming is bereikt, of waarover duidelijke interpretatieverschillen bestaan.

Die grondwet – hoe er ook over is gestemd – ontbeert dus alles wat je bij een rekensom wél hebt; een som is zelf-referentieel en het antwoord valt te controleren. Controle bij die grondwet kan alleen als je de maatregelen bekijkt – en juist daarover kun je dan ook objectief van mening verschillen. Maar juist die controleerbare, objectieve normen zijn in een taal gevat die je bijna niet kunt lezen. Probeer het volgende artikel eens te begrijpen: «Discussiedocumenten van de Commissie (groenboeken, witboeken en mededelingen) worden bij publicatie door de Commissie rechtstreeks aan de nationale parlementen toegezonden. De Commissie zendt de nationale parlementen ook het jaarlijkse wetgevingsprogramma en alle andere instrumenten voor wetgevingsprogrammering en beleidsstrategie, op hetzelfde tijdstip als aan het Europees Parlement en de Raad.»

Dit is een artikel waarover ik zeker tien vragen kan stellen: waarom worden «zwartboeken» niet genoemd? Wat zijn «groenboeken» eigenlijk? Wat is het verschil tussen een mededeling en een protest? et cetera, et cetera. Kortom, hier staat eigenlijk niks. En eenmaal dat geconstateerd hebbende – ik begin nu ook al zo te schrijven – moet ik er toch een oordeel over vellen, sterker, heb ik er al een oordeel over geveld.

Ik schrijf deze column op het moment dat de Fransen «nee» hebben gestemd. En ik begrijp heel goed waarom zij «nee» hebben gestemd: Fransen willen de baas zijn van Europa en ze worden, door deze grondwet, de baas niet van Europa. Wat hoor ik nu de Franse regering zeggen: «Door het nee van Frankrijk heeft Frankrijk de pas afgesneden om een beslissende invloed in en op Europa te krijgen.»

Met andere woorden: een ja had betekend dat wij, Nederlanders, mooi de slaaf van Frankrijk zouden zijn geworden – althans in de ogen van de Fransen zelf.

Of dit nu wel of niet zo is, doet eigenlijk niet ter zake.

Het gaat om de chaos die is ontstaan, de interpretatiechaos. Wanneer er een interpretatiechaos bestaat betekent dat dat men niet meer weet wat de begrippen waard zijn. De woorden worden op dat moment expres dubbel gebruikt, multi-interpretabel. Doel daarvan is dat iedereen zich in de formulering kan vinden, maar tegelijkertijd moet men dan ook constateren dat «iedereen» zich ook niet in die formulering kan vinden. Een wet dient duidelijke verbodsbepalingen te bevatten. Dit wel/dit niet! Een wet moet juist iets zijn waar over idealiter geen discussie mogelijk is, anders dan goed of niet goed, juist of niet juist.

Je hoort politici zeggen dat het zo prettig is dat iedereen nu – in ieder geval – over Europa heeft gedacht… «Dat is een voordeel.» Maar is dat een voordeel? Is het een voordeel dat we nu precies weten waaraan we ons niet willen binden, of juist wel? Is het een voordeel dat we weten dat ons eigen land wel of niet iets voorstelt? Verkleint of vergroot het de onzekerheid over je eigen bestaan?

Ik denk, wat de uitslag ook is, dat de on zekerheid over ons leven is toegenomen, juist door Europa opeens te zien als iets machtigs, wat vroeger alleen maar een naam was voor een verzameling landen. Leg dat maar eens uit.