Hoogleraar Toegepast Economisch Onderzoek, Universiteit van Amsterdam

Jules Theeuwes

Wat is de meest dringende maatschappelijke kwestie van dit moment?

Het niet bestaan van een goed functionerende arbeidsmarkt voor 55 plussers

De 55-64 jarigen worden een steeds belangrijker deel de bevolking. Door de vergrijzing gaan oudere de bevolking domineren. De babyboomers die, nog voor de komst van de pil, in de periode 1950-1960 zijn geboren gaan tussen 2015 en 2025 met pensioen. In de periode daarvoor vormen zijn in belangrijke mate de oudere beroepsbevolking. Ze zijn dus qua aantallen een belangrijk deel van de arbeidsmarkt. Maar de arbeidsmarkt voor deze leeftijdsgroep bestaat niet. Minder dan de helft van mensen in de leeftijdsgroep 55-64 heeft een baan. Hun werkloosheid is hoger dan de gemiddelde. Als ze werken wordt nauwelijks in hun geïnvesteerd. Ze zitten meestal al enige jaren aan het eind van hun hoogst mogelijke loonschaal. Ze hebben geen enkele prikkel om de huidige baan te verruilen voor een ander en werknemers met goede banen in die leeftijdsgroep zitten als het ware vast in gouden kooien. Als ze niet werken komen ze niet of nauwelijks aan de bak. Hun werkloosheid is vaak van lange duur en in sollicitatieprocedures worden ze gediscrimineerd. In wervingsprocedures hebben jonge sollicitanten meestal de voorkeur boven ouderen

Wat is het meest onderschatte probleem in Nederland?

De woningmarkt waar huren en koopwoningprijzen niet de schaarste reflecteren maar kunstmatig door de overheid gecreëerde tekorten.

De allocatie op woningmarkt is verwrongen en verstard. Dat betreft zowel de huurmarkt als de koopmarkt. Op de huurmarkt weerspiegelen de huren absoluut niet de economische schaarste waardoor de verkeerde mensen in de verkeerde woningen zitten en vrijkomende huurwoningen niet terecht komen bij de mensen die ze het meest nodig hebben. Op de koopmarkt zijn de huizenprijzen onnodig hoog omdat de overheid de bouw van nieuwe woningen frustreert. De hypotheekrenteaftrek zit verwerkt in de hoge prijzen van koopwoningen en verstoort de werking van de koopwoningmarkt. Door overheidfalen wordt onnodig schaarste en woningtekort gecreëerd. Ter ondersteuning het volgende citaat uit een recent rapport van het Centraal Planbureau over de woningmarkt[1]: “Afschaffen of verminderen van fiscale subsidies voor koopwoningen, het vrijlaten van huren en een gelijke behandeling van kopen en huren zorgen voor een betere werking van de woningmarkt. Hierdoor krijgen huishoudens een grotere keuzevrijheid ten aanzien van hun woonsituatie en gaat het aanbod van woningen beter aansluiten bij hun voorkeuren. Afhankelijk van de mate waarin het beleid in de genoemde richting wordt hervormd, kunnen de maatschappelijke welvaartsbaten van hervorming van het woonbeleid oplopen tot 7½ miljard euro per jaar”.

Wat is het meest overschatte probleem in Nederland?

De jeugdwerkloosheid

De jeugdwerkloosheid (15-24 jarigen) is beduidend hoger dan de gemiddelde werkloosheid. Maar jonge werklozen vinden meestal relatief snel weer een baan, in elk geval sneller dan oudere werkzoekenden en zijn daardoor vaak slechts kort werkloos. De werkloosheid van jongeren is veel meer conjunctuurgevoelig dan van oudere leeftijdsgroepen. Dat komt omdat jongeren altijd diegenen zijn die in een last-in first-out ontslagsysteem als eerste worden ontslagen. Wanneer jongeren worden ontslagen gaat dat gepaard met minder vernietiging van menselijk kapitaal dan bij oudere werknemers. Bij een opleving van de economie worden jongeren ook weer als eerste aangenomen. Niet alleen omdat het aanvangssalaris dat ze vragen lager is dan voor ouderen, maar ook omdat werkgevers een duidelijke voorkeur hebben voor jonge sollicitanten. Bij het begin van een recessie stijgt als eerste gelijk de werkloosheid onder jongeren. Onmiddellijk wordt er dan gesproken en geschreven over ‘verloren generaties’. Terwijl deze jongeren tijdens de meeste conjuncturele inzinkingen vaak maar even werkloos zijn. De mogelijk negatieve gevolgen van jeugdwerkloosheid (minder snelle start carrière, lagere aanvangslonen) worden later meestal ingehaald.


Bekijk ook de pagina van Jules Theeuwes bij de UvA of zijn profiel bij SEO Economisch Onderzoek, waar hij wetenschappelijk directeur is