Juliana en de wonderrebbe

Sinds de RVD eerder dit jaar bekend liet maken dat prinses Juliana zich geheel uit het openbare leven heeft teruggetrokken, is het er niet stiller op geworden rond de populairste Nederlandse vorstin aller tijden.

Zo onthulde het Nieuw Israëlietisch Weekblad in haar editie van 24 september jl. dat niemand minder dan de vermaarde joodse rabbijn Tvzi Hirsch Spira, beter bekend als de Munkaczer rebbe, aan de wieg heeft gestaan van de geboorte van Juliana. Dat ging zo: toen de door miskramen geplaagde koningin Wilhelmina in 1908 op vakantie ging naar Marienbad, zag ze op het station van het kuuroord een menigte mensen zich verdringen rondom de legendarische rebbe. Wilhelmina zag hoe honderden mensen smeekten om een zegening van de geleerde, en bedacht dat de man wellicht ook uitkomst kon bieden in de gigantische crisis die inmiddels in Nederland was ontstaan als gevolg van het uitblijven van een opvolger voor de troon. Via via regelde Wilhelmina in Marienbad een privé-audiëntie met de Munkaczer rebbe, die ze openhartig inlichtte over haar problemen. De rebbe verzekerde de vorstin dat ze zich geen zorgen hoefde te maken en gebruikte de magische term ‘ka'et chaja’ ('op dit tijdstip bij leven en welzijn’), waarmee ooit echtgenote Sara van de bijbelse aartsvader Abraham te horen kreeg dat ze een kind zou krijgen. Toen Wilhelmina op het punt stond het vertrek te verlaten, sprak de rebbe ook nog de formulering 'Malchoeta lo jinatek 'ad ki jawo Sjilo’ uit, hetgeen zoveel betekent als: 'Haar koningschap zal niet worden verbroken totdat Sjilo, de Messias, komt.’
Een jaar later zou Juliana worden geboren. Voor de Munkaczer rebbe, die in 1914 stierf, stond het als een paal boven water dat deze gezegende geboorte was afgedwongen via een hoger spiritueel contact. Dat vond ook de rabbijn Ja'akov Zvi Katz, die als achttienjarige jongen als secondant aanwezig was bij de ontmoeting tussen de Nederlandse vorstin en de chassidische rebbe. De uit Hongarije afkomstige Katz vroeg in 1945, nadat hij de nazi-kampen had overleefd, asiel aan in Nederland, en deed dat in een persoonlijk schrijven aan Wilhelmina: 'Ik was die achttienjarige jongen die met de grote geleerde meekwam, en ik was degene die de koningin het prachtige nieuws van de heilige rabbijn doorgaf dat zij binnen een jaar een kind zou baren. Ik verzoek Uwe Majesteit dan ook dringend om zo vriendelijk te zijn mij, als blijk van waardering voor mijn bescheiden diensten aan U in het verleden, toestemming te verlenen naar Uw prachtige land te emigreren. Ik zal voor uw hulp eeuwig dank verschuldigd zijn.’
Hetgeen geschiedde. Katz ontving op persoonlijke voorspraak van Wilhelmina de benodigde immigratiepapieren. Zijn verblijf in Amsterdam duurde echter maar kort, omdat hij snel daarna een functie kreeg aangeboden in Israel. Of Juliana dit alles geweten heeft is natuurlijk maar de vraag. Wellicht speelde deze geschiedenis mee in Juliana’s opvallende steun door dik en dun aan die andere chassidische 'wonderrebbe’ Friedrich Weinreb, die zij in de jaren vijftig via haar vertrouweling Greet Hofmans uitnodigde voor deelname aan de legendarische pan-religieuze conferenties op ’t Oude Loo, die zij samen met haar moeder organiseerde.
Ook nieuws over Juliana’s levensloop bevat het boek Geheel ontdaan van zelfzuchtigheid dat de historica Corrie K. Berghuis onlangs publiceerde. In dat boek, een onderzoek naar het Nederlandse asielbeleid van 1945 tot 1956, staat hoe Juliana in 1951, nog maar drie jaar koningin, in felle woorden fulmineerde tegen het in haar ogen onmenselijke vreemdelingenbeleid. Zo liet Nederland onder Drees maar mondjesmaat uit de kampen teruggekeerde joodse vluchtelingen toe. Juliana stoorde zich daar zeer aan. 'Te vaak worden de vluchtelingen slechts benaderd uit een oogpunt van hun waarde als arbeidsfactor’, schreef ze in 1951 in een brief aan de Amerikaanse president Truman. Via deze brief zette de vorstin het kabinet onder extra druk. Juliana stoorde zich er met name aan dat van de honderdduizenden vluchtelingen en ontheemden in de Duitse vluchtelingenkampen alleen de jonge ongehuwde mannen werden uitverkoren voor emigratie naar Nederland. De rest - bejaarden, vrouwen, kinderen en gehandicapten - bleef als 'moeilijke gevallen’ achter. Als gevolg van haar inspanningen zag het kabinet zich in 1952 gedwongen extra geld te reserveren voor opvang van vluchtelingen. In 1953 sloeg Juliana weer toe, aldus Berghuis. Toen dreigde ze een brief te schrijven aan president Eisenhower over het stroeve toelatingsbeleid aan de Nederlandse grenzen. Het kabinet ging toen ook schoorvoetend tot actie over. Minister van Buitenlandse Zaken Beyen voelde zich zo in het nauw gedreven door de vorstin dat hij het initiatief nam voor een Europees fonds voor de moeilijke gevallen.
Dinsdag 2 november is het weer raak op het Juliana-front. Dan komt regisseur Hans Hylkema namelijk met de eerste vertoning van zijn film Soekarno blues. Volgens het persbericht gaat deze film over een tot dusver geheim gebleven ontmoeting tussen koningin Juliana en Soekarno in het voorjaar van 1949 in het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam. Als dat hardgemaakt kan worden, is dat niet minder dan een historische doorbraak. De film wordt maandag 27 december uitgezonden door de NPS op Nederland 3, en belooft het toch al aan erosie onderhevige beeld van Juliana als passief op het wereldgebeuren toekijkende, slechts in esoterische psychedelica geïnteresseerde vorstin verder te reduceren. In vergelijking met de daadkracht van Juliana steken de bemoeienissen van haar dochter met staatszaken maar bleekjes af.