Juliana heet beatrix

Dat er zekere eisen worden gesteld aan de medelanders die zo graag Nederlander willen worden, is alleszins redelijk, maar wat het ministerie van Justitie dienaangaande aan het uitbroeden is, wekt (althans bij mij) een gevoel van onbehagen.

Het is de inburgeringstoets, ontwikkeld door het Landelijk Studie- en Ontwikkelingscentrum voor Volwasseneneducatie. Zij willen het thans gebruikelijke gesprek tussen gemeenteambtenaar en kandidaat- Nederlander vervangen door een drie kwartier durend examen waarin 36 “sociale kwesties” aan de orde worden gesteld.
Die zesendertig sociale kwesties zijn geheim, zij het niet zo geheim dat er inmiddels niet een paar voorbeelden zijn uitgelekt. Bijvoorbeeld de vraag wie ons staatshoofd is. En de vraag wie de wetten maakt. En de vraag hoe het met de APK- keuring zit.
Dus hou ik ook voor die resterende 33 sociale kwesties mijn hart vast. Het probleem is namelijk dat de doorsnee burger, autochtoon of allochtoon geen verstand van sociale kwesties heeft. De Schilderswijk zal, denk ik, nog net weten dat ons staatshoofd Beatrix heet, al zal menigeen in de veronderstelling verkeren dat het nog steeds Juliaantje is die ons streng maar rechtvaardig regeert. Maar hoe zit het met de vraag naar de instantie die onze wetten maakt? Is dat de regering? Is dat de Tweede Kamer? Stel die vraag aan mijn tachtigjarige tante H. te Z., die al 45 jaar een Nederlands paspoort heeft, en zij geeft gegarandeerd het verkeerde antwoord. Trouwens, vraag haar neef M. te A., die wel honderd boeken heeft, wat een APK-keuring is, en hij grijpt radeloos in zijn dunnende haardos.
De doorsnee burger wordt namelijk op het gebied van sociale kwesties niet voorgelicht, niet door de kranten en niet door de pretfabrieken in Hilversum en Aalsmeer. Het is trouwens niet relevant of iemand al dan niet weet wat deze of gene sociale kwestie behelst, want in noodgevallen kan hij of zij het altijd vragen aan iemand die er verstand van heeft.
Kandidaat-Nederlanders moeten aan andere criteria voldoen. Zij moeten weten waarom zij hier willen wonen, zij moeten enigszins ingeburgerd zijn, zij moeten een blanco strafblad hebben, zij moeten zich redelijk in de landstaal kunnen uitdrukken en zij moeten niet voornemens zijn op ideologische gronden het Binnenhof op te blazen. Naar wat een APK-keuring is kunnen zij altijd nog bij de buurman informeren. Het heeft iets met auto’s te maken, heb ik inmiddels van de mijne geleerd, zodat ik uiteindelijk toch nog een kansje maak ongeschonden door de keuring te komen.
Zo'n “inburgeringstoets” is het verkeerde instrument. Het goede instrument is datgene wat thans wordt gehanteerd: het gesprek met de verantwoordelijke ambtenaar, liefst iemand van de meer sensibele soort. En is die ambtenaar niet sensibel genoeg (komt voor), dan hoort de kandidaat-Nederlander in beroep te kunnen gaan.
Hoe zit het trouwens met mijn vriend W. te A., die net zijn paspoort heeft gekregen zonder ook maar een ambtenaar te hebben gezien? Dat komt doordat hij geen haveloze Somalier of schlemielige Bosnier is, maar een keurige man met een keurige betrekking, een eigen huis en een Saab die keurig APK-gekeurd is.