29 mei 1958 - 4 april 2011

Juliano Mer Khamis

Acteur, theatermaker en filmer Juliano Mer Khamis was honderd procent Israëliër en honderd procent Palestijn. Van beide kanten werd hij gehaat. Met vijf kogels werd hij doodgeschoten op de drempel van zijn Freedom Theatre.

‘SOMS DENK IK dat we allemaal eindigen met een kogel in ons hoofd. Maar wat dan nog? Moet je daarom ophouden met creëren, denken, fantaseren over de toekomst?’ Dat zei Juliano Mer Khamis vier jaar geleden tegen me. Hij is doorgegaan. Doorgegaan vanwege de kinderen uit het vluchtelingenkamp in Jenin. Om ze met het door zijn moeder, de Israëlische Arna Mer, begonnen Freedom Theatre een ruimte te bieden waar ze vrij kunnen zijn: 'Vrij van hun ouders, van de soldaten, van de leraren, van alle gewoontes, van de religie, zodat ze zelf kunnen kiezen wat ze willen gaan doen.’

Dat werd hem niet in dank afgenomen. De situatie was moeilijk, hoewel de Israëliërs volgens hem ook graag mooi weer met hem speelden om aan het buitenland te laten zien hoe liberaal ze zijn. Alleen al fysiek was het moeilijk om van Jenin, een stad in het noorden van de bezette Westelijke Jordaanoever, naar Haifa te rijden, waar zijn twee dochters wonen, een ritje dat normaal nog geen twintig minuten hoeft te duren, maar waar hij door alle wegversperringen vier of vijf uur over deed.

Erger was de tegenstand aan Palestijnse kant. Hij werd door moslimfundamentalisten gezien als een Israëlische binnendringer die de kinderen westerse waarden bijbracht en meisjes en jongens met elkaar theater liet maken. Talrijk waren de bedreigingen en het is dan ook waarschijnlijk dat het gemaskerde commando dat hem doodde bestond uit extremistische Palestijnen. Het schijnt dat er een jongen is gearresteerd die van het - linkse - Palestijns Volksfront naar de - islamitische - Hamas is overgestapt. Maar Hamas ontkent iedere bemoeienis met de moord.

Juliano Mer Khamis (hij droeg de achternamen van zijn Israëlische moeder en zijn Arabische vader) had gemakkelijk door kunnen gaan met zijn carrière in het Israëlische theater en de internationale filmwereld. Hij was een prachtige, charismatische man met een groot acteertalent, zoals alle regisseurs die met hem hebben gewerkt vertellen. Hij noemde zich honderd procent Israëliër en honderd procent Palestijn, en zijn keuze voor de Palestijnse kant ging niet gemakkelijk, hij deed dat nadat zijn moeder aan kanker was gestorven en hij de film Arna’s Children had afgemaakt. Hij voelde de verantwoordelijkheid door te gaan met haar werk in het vluchtelingenkamp van Jenin. In Israël zag men hem als een verrader, voorstellingen waarin hij speelde werden steeds vaker verstoord, hij werd uitgescholden en ervan beschuldigd dat hij het opnam voor zelfmoordterroristen. Hij stopte toen met acteren in Israël, want hij zag toneelspelen als het aangaan van een dialoog met de maatschappij en daar had hij even geen zin meer in. Hij zette zich vanaf dat moment geheel in voor het Freedom Theatre.

Toen Juliano in 1958 werd geboren, kon de progressieve en zeer zionistische familie van zijn moeder het in het geheel niet accepteren dat zij verliefd was geworden op een Arabisch-Israëlische communist, Saliva Khamis. Toch trouwde zij met hem en ze kregen drie zoons, die op school werden gepest als kinderen van 'een Palestijn en een joodse hoer’. Juliano wilde des te meer bewijzen dat hij een goede Israëliër kon zijn en nam in 1977 dienst bij de Israëlische commando’s, wat zijn Palestijnse vader hem weer kwalijk nam - die heeft een jaar niet tegen hem gesproken. Maar toen Juliano na een jaar werd overgeplaatst naar de bezette gebieden, zag hij hoe zijn commandant bij een controlepost een oude Palestijnse man sloeg. Er brak iets in hem, hij sprong op zijn officier af, sloeg diens kaak kapot en gooide zijn eigen geweer weg. Hij kreeg een jaar en vijf maanden gevangenisstraf en dat was het einde van zijn militaire carrière.
Hij vond een andere manier om zijn identiteitscrisis te lijf te gaan: acteren. Volgens hem werkte dat als de beste psychotherapie: je verliezen in een ander om die heel diep te kunnen begrijpen. Hij had als acteur in Israël veel succes en speelde in een groot aantal films, zoals The Little Drummer Girl van George Roy Hill en in meerdere films van Amos Gitai, zoals Esther en Kippur. Zijn laatste filmrol is een Koeweitse sjeik in Miral, de succesvolle film over een Palestijns meisje van beeldend kunstenaar en filmer Julian Schnabel, een film die deze maand in Nederland zal worden uitgebracht.

Maar voor Juliano werd het werk in de Palestijnse stad Jenin steeds belangrijker. Eerst was hij alleen maar een van de dramadocenten in het Freedom Theatre dat zijn moeder daar tijdens de eerste intifada was begonnen, als onderdeel van een veel groter cultureel centrum. Toen zijn moeder kanker bleek te hebben, ging hij haar filmen totdat zij in 1995 stierf. Het duurde nog een hele tijd voordat die film, Arna’s Children, met hulp van de Nederlands-Israëlische filmer Danniel Danniel, in 2003 uitkwam. De film maakte in de hele wereld grote indruk, vanwege het idealistische werk van Arna in Jenin, door de moedige manier waarop zij met haar ziekte omging, om de worsteling van haar zoon met haar erfenis, maar misschien nog het meest door het lot van de jongetjes die bij haar in het theater hadden gespeeld: die waren intussen opgegroeid en voor het grootste deel al dood: gestorven bij het Israëlische beleg in 2002 van Jenin of als zelfmoordterroristen.

Het succes van de film maakte het voor Juliano mogelijk het Freedom Theatre, dat bij het beleg van Jenin geheel was verwoest, weer op te bouwen en te heropenen. Kinderen kunnen daar rust krijgen, hoop en een glimp van vrijheid. Alice in Wonderland was de laatste productie die hij met de kinderen van Jenin regisseerde. Zijn Freedom Theatre bleek inderdaad alleen maar een zweem van een wonderland. De kinderen stonden er als toeschouwers bij, net als zijn zwangere vrouw en baby, toen hij vlak voor zijn theater in een auto stapte en werd vermoord. Dat is nu eenmaal de verschrikkelijke werkelijkheid waarin Juliano Mer Khamis moest leven en sneuvelen.