Junkfilm

Om mee te kunnen praten moet je Trainspotting en Blind Date gezien hebben. De ene hype is de andere niet en de films laten zich niet met elkaar vergelijken. De reden waarom je ze moet zien, is ook verschillend.

Van mond tot mond gaat dat Trainspotting hard, snel, sensationeel en swingend is. Een film waarover je kunt zeggen dat hij behoorlijk èrg is als je het maar glunderend vertelt. Een film die trendy is als de juiste jeans en de juiste popmuziek. De juiste film op het juiste moment. Blind Date heeft zijn eigen juistheid. Hij is niet sensationeel, maar dat heet in dit geval juist goed. De opgewonden Van Gogh zou wijs en mild zijn geworden. De oppervlakkige luidruchtigheid zou plaats hebben gemaakt voor kwaliteit en gevoel. Naar Trainspotting moet je dus omdat de film de vinger aan de polsslag van de tijd heeft en naar Blind Date omdat de film zich verzet tegen de waan van de dag.
Trainspotting is een onderhoudende film, maar hij spreekt geen nieuwe taal. Er is beweerd, ook door regisseur Danny Boyle zelf, dat de film afrekent met het sociaal-realisme van Ken Loach. Dit zou het definitieve einde zijn van het kitchensink realism. Dat is niet het geval. Het gootsteenrealisme van Loach staat veel dichter bij Boyle dan hij beseft. Loach heeft zich altijd van een realistisch idioom bediend omdat hij streeft naar een optimale herkenbaarheid en mogelijkheid tot identificatie. Een arbeider bij Loach ziet eruit als een arbeider en spreekt als een arbeider. Die authentiek lijkende arbeider wordt ingezet in een morele vertelling die niet de werkelijkheid wil weergeven, maar een gewenste variant daarop. De leugen om bestwil. In Trainspotting zit een aantal visioenachtige scènes die voortkomen uit de drugsroes van de hoofdpersoon. Die visioenen onderbreken de stijl van de film die in essentie niet minder gootsteenrealistisch is dan een Loach. De vader en de moeder van de hoofdpersoon lijken zo uit een film van Loach te zijn weggestapt, maar Boyle richt zijn aandacht op de zoon en de zoon is geen arbeider maar junk. En een junk bij Boyle ziet eruit als een junk en hij spreekt als een junk. En ook de authentieke junk is onderdeel van de aloude morele vertelling. Een oude drug in een nieuwe verpakking.
Blind Date is een heel ander verhaal. De vorm is als van voor het MTV-tijdperk. Het lijkt een beetje op een eerbiedwaardige televisieregistratie van een absurdistisch toneelstuk, maar dan zonder hol klinkende decors. Een man en een vrouw spelen een veredeld rollenspel. Na ieder spelletje spelen ze een andere variant op hetzelfde spel. Het plezier van de kijker zit in de variëteit en diversiteit van de gespeelde spelletjes. Er wordt goed gespeeld en ieder spel verschilt genoeg van het voorgaande om de aandacht vast te houden. Niet iedere variant is briljant, maar het gemiddelde niveau is behoorlijk hoog. Dat klinkt wat zuinigjes na alle superlatieven die over de film zijn uitgestort. Het is een film als een prettig gesprek. Niet meer en niet minder.
Er zijn ook films die buiten het gesprek blijven. Ze worden niet gesteund door welke hype dan ook. Persoonlijk zou ik zeggen dat je A Comédia de Deus van Joáo César Monteiro gezien moet hebben. Het is absoluut de gekste, leukste en meest eigenzinnige film die momenteel te zien is. Monteiro is verre van trendy en degelijk is hij ook al niet. De filmbesprekers in de dagbladen klonken weinig overtuigend welwillend tot ronduit zuur vermoeid. Waarom die film zo lang moet duren? Omdat een tergend tempo de bron kan zijn van een heel dwars soort humor. Waarom die vreemde Monteiro zelf de hoofdrol moet spelen? Omdat je van niemand anders kunt vragen om zich zo geraffineerd bespottelijk te maken. Monteiro speelt een ijsmaker die ten strijde trekt tegen het Magnum-denken in de ijswereld. Niet ieder ijsje moet uit zijn op dezelfde hapklare bevrediging. Elke lik mag anders proeven. Een film met een eigen smaak.