Groen

Kaalgepikte ara

Onlangs heb ik mijn Artis-jaarkaart verlengd. Dat doe je door naar het loket te lopen en te zeggen: ‘Ik wil graag mijn jaarkaart verlengen.’ Dat wordt voor je in orde gemaakt en je krijgt er vier vrijkaartjes bij cadeau. Op twee daarvan nam ik een Engelse vriend mee, zo één die in de kinderboerderij al vraagt: ‘What are those? They can’t be chickens!?’ terwijl daar gewoon grote kippen lopen. ‘This is going to be a very nice Zoo-visit’, zei ik handenwrijvend, omdat ik vaak in Artis kom en dus de hele middag kon wijzen en verklaren. Soms is dat erg fijn om te doen. Vooral als je zelfbeeld niet erg positief is, en dat was het geval die dag, en alle dagen eromheen, for that matter. Dat je je volledig kunt identificeren met de kaalgepikte blauwe ara, zeg maar, en dat een 31-jarige pinguïn die omvalt omdat hij achter de verzorger met een emmer stinkende vis aanrent, je hart steelt. Nou, zo’n zelfbeeld dus.

Op een gegeven moment was mijn vriend niet weg te slaan bij een of ander Californisch zandhagedisje en dat verveelde mij, dus ik verwisselde het reptielenhuis voor het apenverblijf. Nadat jaren geleden de gehele mandrilpopulatie werd afgemaakt omdat ze aids hadden, zijn er nu weer nieuwe mandrils, zonder aids. In het buitenverblijf liep een jong mannetje. Ik maakte contact met hem door neer te hurken en een hand tegen het glas te leggen. Hij deed hetzelfde. Het was een mooi mannetje, met een heel fraai blauw snuitje. En toen gebeurde het: hij draaide zich om en duwde zijn afzichtelijke achterwerk tegen het glas. Daarbij keek hij af en toe verlangend om, en hij zwaaide er ook nog ongeduldig bij met een handje.

Daar zit je dan, met dat zelfbeeld als van een kaalgepikte blauwe ara of 31-jarige pinguïn. Ik rolde bijna om van ellende. Gelukkig was mijn Engelse vriend net klaar met dat hagedisje. Hij kwam aanlopen, overzag wijs de ontstane situatie, trok me omhoog en gaf me zonder een woord te zeggen een dikke zoen. Daarna verlieten we rap de dierentuin.