De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Kaapverdië exporteert gemengde cultuur

Praia – Hier woonde niemand toen de Portugezen in 1462 voet aan wal zetten. Ze noemden het eiland Santiago en stichtten een nederzetting, De Oude Stad (A Cidade Velha). Het fort en het kanon, hoog boven de azuurblauwe Atlantische Oceaan, staan er nog.

Bijna vier eeuwen lang vervulden de eilanden een centrale rol in de slavenhandel. Regie in Europa, zakenpartners van Angola tot Mauritanië, bestemmingen in Brazilië, Cuba, Noord-Amerika. En deze eilanden als stapelplaats. Reizigers uit die tijd beschreven Kaapverdië als een oord vol treurigheid, ziekte, vuil, armoede en dood.

Hoe maak je van zo’n verleden een inspiratiebron? Dat is het wonder van dit land. De geschiedenis heeft een unieke bevolking achtergelaten, een mengsel van Zuidelijk Europa en West-Afrika. Een ware regenboognatie, onafhankelijk sinds 1975, met een cultuur die nergens anders bestaat. Het woord dat ze daar zelf voor gebruiken is kriolidade. Een onvertaalbare term die de toestand van gemengd zijn aanduidt. Het staat op de gezichten, het zit in de taal en in de muziek.

‘Ons plan is’, legde José da Silva vorig jaar uit, ‘om hier een creatieve economie te bouwen op basis van onze cultuur en onze muziek.’ Weinig mensen kunnen dat beter dan Da Silva zelf, oprichter van het label Lusafrica, speciaal opgetuigd voor de carrière van de legendarische zangeres Césaria Évora die in 2011 stierf. Haar succes lag aan de basis van het idee artiesten uit Europa, Afrika en de Amerika’s samen te brengen op de plek die hen verbindt: Kaapverdië.

En zo bestaat er sinds zes jaar een festival, Kriol Jazz, en sinds twee jaar een handelsbeurs, de Atlantic Music Expo, waar gesproken wordt over auteursrechten, oud en jong talent aangeprezen en – het gebeurt nog – contracten met platenlabels afgesloten.

Tijdens de slotreceptie in de hoftuin van de burgemeesterswoning in Praia maakt Da Silva de balans op. ‘Ons idee is geland. We trekken een wereldwijd publiek van liefhebbers en professionals en er zijn zaken gedaan.’ Volgende stap: deze ontluikende economie koppelen aan het toerisme, de grootste industrie in het land.

Die toeristen komen voor het merendeel uit Europa, een continent dat in de greep lijkt te komen van een benauwd soort populisme: liever ‘minder, minder, minder’ mensen met een andere achtergrond dan wijzelf. Kaapverdië wijst de weg naar voren. Het hele mensenras wordt een mengras. De toekomst heeft een naam. Kriolidade.