Kaas en worst

Vera Marynissen
Ingewikkeld kind
Q, 185 blz., € 18,95

Meteen op de eerste bladzijde: ‘“Mevrouw, u heeft gouden handen.” Handen kunnen niet van goud zijn. Zuiver goud is vloeibaar, zeggen mijn nichten. Als de handen van mijn moeder van goud waren, zouden haar klappen geen straf zijn.’ Even later: ‘Ik pluk aan mijn broekspijpen, frunnik aan de knobbel op mijn rug. Het elastiek knelt. Ik trek eraan om het losser te maken. Het helpt niet. Niets helpt. Tegen mijn moeder helpt niets.’
Het toontje van de ik-persoon, de tienjarige Carol, overheerst de hele debuutroman van Vera Marynissen (1958), Ingewikkeld kind. Carol is een kind dat het zwaar heeft, ze groeit op in een relatief non-descripte tijd – begin jaren zestig, zegt de achterflap – als nakomertje in een godsdienstig gezin waar de moeder eigenlijk geen zin meer heeft in kinderen. Ze wil met andere dingen bezig zijn, waardoor Carol een loden last is. En dat mogen we niet vergeten; in elke scène zit wel zo’n zin, ‘tegen mijn moeder helpt niets’, waardoor het nogal naar het pathetische neigt. Het gegeven dat dat jurkje door haar moeder in elkaar is genaaid en dat het knelt is al symbolisch genoeg. Vertrouw de lezer toch dat hij/zij dat wel door heeft.
Dat wil absoluut niet zeggen dat Ingewikkeld kind een mislukte roman is; Marynissen heeft een roman in elkaar willen timmeren waarin ze een essentiële periode in het opgroeien van een kind illustreert. Afgezien van dat toontje is dat aardig gelukt. In op zichzelf staande scènes geeft ze in helder proza een beeld van de zomervakantie van de jonge Carol. Familiebezoeken, begrafenissen, grote schoonmaakbeurten, logeerpartijen – in allerlei huiselijke situaties geeft Marynissen een beeld van hoe de ouders hogerop proberen te komen in de sociale hiërarchie van het dorp, terwijl Carol langzaam zelf leert denken en een gevoel voor seksualiteit ontwikkelt.
Vooral dat laatste lijkt, tussen de regels door, de woede van de moeder op te roepen. Ze wil zelf het middelpunt van de aandacht zijn en elk complimentje aan het adres van Carol is een complimentje voor haar minder. En dus wordt Carol naar de kapper gestuurd, voor een jongenscoupe zodat haar onstuimige krullen onder controle worden gebracht. De blik van de moeder is voelbaar snijdend als Carol ineens het middelpunt is van de collega’s van haar vader, terwijl moeders net met een verwassen vaatdoek in de hand kaas en leverworst voor bij de borrel snijdt.
JOOST DE VRIES