Media

Kabel naar Cuba

Een week geleden zei de Venezolaanse minister van Wetenschap en Technologie tussen neus en lippen door dat de kabel ‘werkte’. Grote consternatie in het land van Fidel Castro. Hoe kon dat nu? Het ding werkte toch juist niet? Er zat toch iets fout? Het drama van het land in een notendop.

Cuba is op internetgebied een van de slechtst ontwikkelde landen ter wereld en staat in Latijns-Amerika zelfs helemaal onder aan de digitale lijst. ‘Niemand heeft internet’, vertelde een jonge blogger onlangs weer eens aan een Amerikaanse krant, ‘jonge mensen niet, oude mensen niet, niemand. Behalve dan de macht­hebbers.’ Opmerkelijk genoeg kwam de criticus met naam en toenaam in de krant – wat al aangeeft dat de situatie in Cuba toch anders is dan in bijvoorbeeld het Birma van gisteren of het Iran van vandaag. In Cuba is kritiek tot op zekere hoogte mogelijk. Vandaar ook het belang van die kabel. Het argument van de regering was immers dat zij niet anders kon, het was de schuld van de Amerikanen, Cubanen hadden geen internet omdat ze geboycot werden.

Het in 2009 ontstane en sinds begin 2011 uitgevoerde plan om een kabel van La Guaira in Venezuela naar Siboney in Cuba te trekken werd om die reden door heel de bevolking, voor- en tegenstanders van het Castro-regime, met enthousiasme ontvangen. Nog enthousiaster werd men toen bleek dat het uitrollen voorspoedig verliep. Ze zijn al hier, ze zijn al daar meldden de Cubaanse kranten steeds weer. En toen opeens, zomer vorig jaar, werd het stil. De kabel was er, zo ging het bericht, maar werkte niet. Zat er ergens een breuk? Was er wellicht een vis met heel grote tanden voorbij gezwommen? Er verschenen plaatjes met doorsneden van de kabel in de kranten. Zo ook talloze spotprenten. Had men wellicht toch niet het goede materiaal gebruikt?

Ondertussen werkten de kabel­leggers stug door, na de zestienhonderd kilometer Venezuela-Cuba volgden nog een paar honderd kilometer naar Jamaica. Daar hoorde je verder weinig van, evenmin volgden officiële mededelingen over het eerste stuk kabel, het bleef gissen. En ondertussen zaten de Cubanen nog altijd zonder internet.

De opmerking van de Venezolaanse minister dat het ding in Jamaica wel werkt, heeft het probleem opgelost, dat wil zeggen duidelijk gemaakt waar het ligt. Dat vermoedden velen al, maar toch, nu is het alom bekend. Het probleem ligt bij de Cubaanse regering die blijkbaar toch huiverig is om de bevolking toegang tot de digitale media te verschaffen. Zij heeft gezien wat in de Arabische wereld gebeurde, zij weet wat de informatiesamenleving in het voormalig Oostblok doet, zij kijkt met een scheef oog naar het geschipper in China en denkt: nog maar even niet. Dit openlijk verklaren past niet bij het Cubaans imago dat, hypocriet maar toch, nog altijd iets moois en vooruitstrevends wil hebben en om die reden door een flink deel van de bevolking ook gesteund wordt. Dit laatste geldt zelfs de tientallen jongeren die in hotels of via andere omwegen toch een beetje weten te bloggen. Dat het bij een beetje blijft, wijten ze niet aan de regering. Het is immers de schuld van, daar zijn ze weer, de Amerikanen. Dat verhaaltje heeft nu dus zijn tijd gehad.

Wat zal de Cubaanse regering doen? En wat zullen, als de lijn opengaat, de gevolgen zijn? Het is een mooie testcase voor de discussies over de rol van technologie c.q. moderne media voor politieke verandering. Ik vermoed dat het niet lang meer zal duren tot de Cubaanse kabel opeens zal blijken te werken. Maar het zal nog wel een tijdje duren voordat de Cubanen net zo eenvoudig met de familie in Miami kunnen skypen en mailen als wij met de Belgen – er zijn tenslotte heel wat digitale trucs om contact te bemoeilijken. De reden ligt voor de hand. De Cubaanse regering vermoedt dat open contact haar einde betekent. En waar moet zij dan naartoe? Naar Venezuela? Dat land is met een doodzieke Chávez onberekenbaar. Waarheen dan? Er zijn veel donkere wolken en die ziet de politieke elite niet graag tegemoet.

Aan de andere kant: zal het zo’n vaart lopen? Was het internet werkelijk zo belangrijk voor de Arabische lente? Wie goed zoekt, vindt duizenden kritische stemmen over de ­Cubaanse politiek. Verreweg de meeste daarvan zijn afkomstig van de expats, maar er zijn ook talloze binnenlandse critici, de ondertussen internationaal fameuze blogger Yoani Sánchez bijvoorbeeld. Haar blogs worden zelfs regelmatig vertaald, onder meer inThe Huffington Post. De regering laat het toe. Maar zij laat het ook toe, vermoed ik, omdat die kritiek alleen terechtkomt bij degenen die geen kwaad kunnen: de buitenwacht. De Cubanen zelf horen er weinig tot niets van. Zal dat veranderen als de kabel opengaat? En betekent dat eindelijk het einde van Castro en de zijnen? Het minste wat je kunt zeggen is dat zij daarvoor doodsbenauwd zijn.