Kabelkunstleed

Kunst op de televisie. In Nederland is het in vier woorden te vatten. Vooreerst: handel. Kunst & kitsch, een Avro-veiling vol ellende. Daarna: strafwerk. Met andere woorden Kunst, omdat het moet, een gevaarloze serie, in de late uurtjes weggeborgen bij de Tros. Vervolgens: gezellig - De Plantage, talkshow bij de VPRO. Ten slotte: verdwaald. Boeiende films en portretten die opduiken als ieder normaal mens allang op één oor ligt. In de ons omringende buitenlanden hebben ze voor de muzen kunstzenders bedacht als Arte, Channel4, en Sat3, maar daarvoor moet je weer een dure schotelantenne aanschaffen.

Sommige publieke zenders specialiseren zich in goede kunstprogramma’s, zoals in Duitsland West3. In Nederland kennen we Kunstkanaal. Nou ja, in Nederland… Deze kleine grutter in hoogwaardige kunstprogramma’s is slechts in Amsterdam en Rotterdam via de kabel te ontvangen. Ze stuurden me twee programma’s die in de komende weken te zien zijn en die interessant kunnen zijn voor mensen die de podiumkunsten een warm hart toedragen.
Allereerst Neugier und Risiko - Hebbel Theater & Partner, komende zondag op het Rotterdamse Kunstkanaal te zien. Het Hebbel Theater schurkte vóór 1989 bijna tegen de Berlijnse Muur aan en ligt nu dus pontificaal in het centrum van de ongedeelde stad. Het is een typisch lijsttoneel uit het eind van de vorige eeuw. Maar programmatisch overheerst het avontuur. Intendant Nele Hertling werkt met wisselende internationale formaties, waardoor het (voor Duitse verhoudingen bescheiden gesubsidieerde) Hebbel Theater in Berlijn de functie heeft die Mickery vroeger bij ons had. De film Neugier und Risiko geeft daarvan een fraai beeld, onder meer via uitsneden van samenwerkingsprojecten met onder andere de Wooster Group uit New York en de Needcompagnie uit Brussel. Enige irritatie wekte bij mij de onderstreping van de internationale netwerken die zijn opgebouwd met onder meer het Kaaitheater in Brussel en Felix Meritis in Amsterdam. FM-directeur Steve Austen mocht willen dat hij aan de Keizersgracht voor elkaar kreeg wat Nele Hertling aan de Berlijnse Stresemannstrasse uit de grond stampt.
De documentaire Tennessee Williams - Orpheus of the American Stage wordt op 1 maart in zowel Rotterdam als Amsterdam door het Kunstkanaal uitgezonden. Het is een liefdevol portret van de toneelschrijver die als geen ander doorbrak met stukken waarin rake klappen werden uitgedeeld en universele thema’s en taboes werden behandeld. Toen ik in de tijd van Gorbatsjov voor het eerst van mijn leven in Moskou was, bleek Tennessee Williams daar de meest gespeelde auteur. Het mag zo zijn dat we niet meer achterovervallen van onderwerpen als homoseksualiteit en alcoholisme, de manier waarop Williams over broeierige passies en met whisky doordrenkte vluchtroutes schrijft, blijft onnavolgbaar. De documentaire van Merrill Brockway is het eerste gefilmde portret na Williams’ tragische dood (1983). Het zit vol toneelfragmenten en scènes uit de talloze verfilmingen van zijn stukken. Een reeks vrienden en kennissen vertelt over hun ontmoetingen met de auteur en hun beleving van zijn werk. De film spaart Williams overigens niet: hij is veelvuldig aan het woord, met de vaak net iets te luide lach die zijn publieke optredens kenmerkte. Ook de momenten waarop zijn lijf volledig was gesloopt door alcohol en drugs worden getoond. Jammer dat Kunstkanaal zo armlastig is. Dat de ondertitels ontbreken is nog wel te overleven. Maar klaarblijkelijk ontbrak ook het geld om in te printen wie op welk moment aan het woord is. Zo weten we niet dat de man die Williams zo geestig imiteert, de schrijver Gore Vidal is. En evenmin komen we erachter dat de beschaafd formulerende meneer die zo kernachtig de betekenis van Tennessee Williams voor het theater van de twintigste eeuw samenvat, collega-schrijver Edward Albee is. Het zijn smetjes, waar een volgend bewindspersoon voor cultuur hopelijk iets aan kan doen, bijvoorbeeld door Kunstkanaal wat ruimhartiger te bedelen.