Op pad met Rick van der Ploeg

Kabinetslid, maar met gevoelens

Telkens weer manoeuvreert cultuurstaatssecretaris Rick van der Ploeg (PvdA) zich met koppige uitspraken in het nieuws. In Den Haag geeft men geen cent meer voor zijn politieke loopbaan. Wat denkt hij er zelf van? De Groene Amsterdammer ging op pad met een staatssecretaris mét intellectueel kapitaal.

Oudezijds Voorburgwal, acht uur in de ochtend. Een zwarte dienstauto remt voor een grachtenpand. De chauffeur draait een shaggie, de voorlichtster kijkt op de klok. Na tien minuten gaat de deur open. Staatssecretaris van Cultuur Rick van der Ploeg (45) stommelt de trap af, wijdopen aktetas, een stropdas om gordend. De Volvo raast over de grachten, langs de Munt over de Vijzelstraat en door de Pijp de stad uit. Om elf uur moet hij in Maastricht zijn, om een internationale theaterconferentie te openen. Daarna in die stad plichtplegingen tot laat op de avond.

In de auto deelt hij chocoladekoekjes met sinaasappelvulling uit. «Ik moet zo echt even bekijken wat ik in Maastricht precies moet doen», zegt hij telkens. Tast dan weer naar de ochtendkranten op de hoedenplank. Groot het vertrek van PvdA-kamerlid Rob van Gijzel. «Toch wel jammer dat zo’n eigenzinnige figuur weggaat.» Verlies voor de politiek, oordeelt hij. «Je ziet in de Kamer, juist in de grote fracties, een grote neiging tot conformisme. Iedereen moet hetzelfde zijn. Als een afwijkend geluid klinkt, breekt er paniek uit.» Maarten Asscher belt, directeur op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Het gaat over het Holland Festival, waarvan onlangs het bestuur opstapte uit onvrede over het uitblijven van subsidie. «Ze hebben een plan gestuurd van twintig kantjes», zegt Van der Ploeg als hij heeft opgehangen. «Dat ben ik nu aan het bestuderen. De toon begon een beetje verkeerd, maar ik zag dat ze geleidelijk toch op veel punten ingaan.»

Anderhalve maand geleden deed Van der Ploeg een inmiddels beruchte uitspraak. Dat nog eens vier jaar in de Kamer een «uitholling» van zijn «intellectuele kapitaal» zou betekenen. Den Haag des duivels. «Niemand heeft mij goed begrepen», zegt hij. «Ik ben jarenlang hoogleraar geweest. Dat ging best goed, ook internationaal gezien. Mijn aio’s van toen zijn nu hoogleraar. De verdieping die wetenschap vereist, mis ik wel. Als ik terug zou gaan, moet ik minstens een jaar bijspijkeren voordat ik weer iets betekenen kan. Nog vier jaar in de politiek zou mij verder van de wetenschap af drijven. Dat is wat ik bedoelde te zeggen. Zo’n journalist zegt natuurlijk tegen een kamerlid: Van der Ploeg zegt dat u stom bent, wat vindt u daarvan? Ach, het heeft ook iets geestigs.»

Hij overpeinst zijn politieke loopbaan. «Ik ben kamerlid geweest en bewindsman. Ik had behoefte aan diepgang, met een bestuurlijke portefeuille was ik beter uit.» Bijna acht jaar heeft hij het gedaan. «Ik wil me nog wel inzetten voor de campagne. Bijdragen aan gedachtevorming over de volgende politieke agenda. En dan zien we wel.» Wat als er in een toekomstig kabinet behoefte is aan hem? «Dan zal ik daar naar kijken. Het is geen brandende wens. Het maakt mij niet uit als ik er niet in kom.»

Op de A2 is het langzaam rijden en stilstaan. Hij kijkt naar buiten. «Ken je dat verjaardagsspelletje waarbij geliefden elkaar op geur moeten herkennen? Misschien iets voor de PvdA-fractie.» Hij lacht. «Maar hoe herken je Melkert? Die is geurloos!»

Ondanks druk vanuit de PvdA besloot Van der Ploeg niet op de kandidatenlijst te gaan staan. «Onhandig, werd er gezegd. Je speelt niet meer mee. Ik had me gewoon kunnen laten noteren. Dat is het makkelijkst. Sommigen doen dat. Ze kijken het wat aan en taaien af na twee jaar. Ik vind dat volksverlakkerij. Vaak zie je ook dat mensen uit de Kamer vertrekken om Commissaris der Koningin te worden, zo’n baantje in de provincie. Of burgemeester. Dat past mij niet.» Hij vindt dat een bewindspersoon niet voor die verleiding zou mogen bezwijken. De burgemeestersbenoeming van Job Cohen was wat hem betreft een uitzondering. Eigenlijk vindt hij dat dat ook voor kamerleden geldt. «Als je weet dat je iets anders gaat doen, ga je toch niet in de Kamer zitten?»

In de vorige periode gebeurde het volop. Bolkestein, Wolffensperger en Wallage — halverwege lichtten ze de hielen. «Ik zou me daar ongemakkelijk bij voelen.» Alleen een positie in het kabinet houdt hem nog in Den Haag. «Als ik dan toch op de lijst was gaan staan, zou ik de hele tijd denken: ik hoop maar dat ik in dat kabinet kom, want anders kom ik in die Kamer.» Hij voerde gesprekken met Kok en Melkert. «Kok zat met hetzelfde probleem», laat hij zich ontvallen. De PvdA heeft overwogen de premier als stemmentrekker op de lijst te zetten. «Het was ook Wims afweging om er niet op te gaan staan. Hij zei: dat kan toch niet als ik het stokje aan Ad moet overgeven.»

Hij bladert nog eens door de krant. Een kop op de kunstpagina: «Van der Ploeg hoeft de Nachtwacht niet». Het gaat over een voorstel van de Amsterdamse wethouder Bruines. Zij wil het wereldberoemde schilderij aan de staat verkopen om met de opbrengst de renovatie van het Rijksmuseum te bekostigen. «Via een woordvoerster zou ik hebben laten weten het ‹ongebruikelijk› en ‹zeer onwaarschijnlijk› te vinden.» «Ik heb de Volkskrant niet gesproken», zegt de voorlichtster. «Ach, het klopt ook wel. Ik vind het bizar dat je om een gebouw op te lappen een schilderij in de aanbieding doet. Je moet de Nachtwacht niet exploiteren. Het is onethisch daar rendement uit te halen. Bovendien heb ik er in verband met die renovatie al een half miljard ingestopt.» Hij vindt het maar een rare zaak. «Cohen heeft mij hier een brief over geschreven, erg ongebruikelijk.»

Het is na elven als we Maastricht binnenrijden. De theaterconferentie, georganiseerd door de Toneelacademie Maastricht, is in het stadhuis. Hij zoekt in zijn tas naar de speech. Na de conferentie, om half twee, staat een convenantenoverleg op het programma. «O God, allemaal wethouders en gedeputeerden. Ja, die willen geld. Daar komt het toch op neer.» Na dat overleg zal de staatssecretaris, aldus het programma, «in het kader van het Actieplan Cultuurbereik Limburg» op ludieke wijze worden meegenomen naar de «Kunstkickbus». Hij heeft geen idee wat dat is. ’s Avonds is er «ook nog eens» een PvdA-bijeenkomst, ook kamerlid Belinfante zal daarbij aanwezig zijn.

«Zeg, ik stap er hier vast uit.» Met grote passen steekt hij de straat over. Het is markt. Een enkele Maastrichtenaar herkent de staatssecretaris. Trap op, deur door. Een volle aula. Achter de katheder beëindigt de burgemeester juist een inleidend praatje.

De microfoon wordt omhoog geschroefd. «Ik wil de gelegenheid aangrijpen om een paar spookbeelden van mijn beleid te verjagen», gaat Van der Ploeg van start. «Mijn zogenaamde fascinatie voor bezoekersaantallen, mijn zogenaamde fascinatie voor marketing en mijn gebrekkige aandacht voor de huidige vernieuwingen in het toneel.» Halverwege verspreekt hij zich. «Het gaat niet alleen om de kwantiteit, maar ook om de kwantiteit eh… kwaliteit.» Gelach en geklap. «Gek hoe je applaus krijgt voor dingen die je niet bedoelde te zeggen.» Na afloop een minuutje handenschudden. Hij vliegt weg door een achterdeur.

Half twee, convenantenoverleg op het provinciehuis. Cultuurgedeputeerden en –wethouders uit de provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg in een zaaltje met uitzicht op de Maas. Broodjes, flesjes, koffie, thee. «We zijn blij dat het concept-convenant waar we samen onze gedachten over kunnen bepalen, nu voor ons ligt», begint de Limburgse gedeputeerde Martin Eurlings. Een lang betoog vol beleefdheden eindigt met het verzoek om extra geld: «Wij zouden graag zien dat op onderdelen waar die stok voor ons net iets te lang is, dit toch ook een signaal geeft aan de rijksoverheid dat waar wij mee bezig zijn ook in het belang is van de culturele infrastructuur.»

Het convenant wordt ondertekend. Van der Ploeg maakt zich uit de voeten. «Ze voelen zich vaak benadeeld ten opzichte van de Randstad», zegt hij, afstevenend op een draaideur. «Ik ben degene die ze voor het Limburgs Symfonie Orkest drie ton méér gegeven heeft. Dat doe ik alleen als jullie ook met anderhalve ton over de brug komen, heb ik gezegd. En dat doen ze nu ook…»

Hij wordt beetgepakt door twee als Blues Brothers verklede mannen. Ze wikkelen een touw om zijn polsen. In de hal van het provinciehuis braakt een rookmachine. Buiten gromt een aftandse Chevrolet. Van der Ploeg wordt op de achterbank gesmeten. Plankgas verdwijnt de auto. Verwarring bij de voorlichtster. We springen in de dienstauto. «Lekker bijdehand», zegt de chauffeur. «Straks is hij echt ontvoerd.» De voorlichtster belt met mensen van de Kunstkickbus. «Hallo, ik ben een staatssecretaris kwijt.» In de buurt van het Derlontheater staat een wild beschilderde bus. We snellen erheen. Juist komt de Chevrolet om de hoek rijden. Onbewogen stapt Van der Ploeg uit. De handboeien zijn afgedaan. Maastrichtenaren stappen van hun fiets. In de bus wordt hij geïnterviewd door drie journalisten in opleiding. Ze zeggen deel uit te maken van de redactie van E-zine. «Wat is uw kunstkick?» vraagt een meisje. «Vooral theater, moet ik zeggen. Dat vind ik leuker dan klassieke muziek. Met name Nederlands theater.»

Bus uit, theater in. Een decor bij de voorstelling Of Mice and Men, naar een boek van John Steinbeck. Er zijn twee banken neergezet. Naast Van der Ploeg zit Jan Smeets, de organisator van het Landgraafse popfestival Pinkpop. Op de anderste bank iemand van Kunstbende Limburg en iemand die allochtonen er meer bij betrokken heeft. Een projectleider houdt een lang verhaal. Over hoe succesvol in Limburg het «actieprogramma cultuurbereik» wordt vormgegeven. «Het hele cultuurbeleid is op de helling gezet», zegt de projectleider. «Een aantal instellingen is van de begroting verdwenen.» Er wordt een blokkerig schema vertoond. «Dit is allemaal heel ambtelijk», zegt Van der Ploeg, «geef liever eens een voorbeeld van de straat.» De projectleider laat een oudere mevrouw aan het woord. Ze zit op de tribune, te midden van een handvol anderen. «Ik ben van theatergezelschap Het Vervolg», zegt ze. «Dankzij Kunstkick hebben wij in Schinnen op het kasteel een prachtige voorstelling van Les liaisons dangereuses kunnen geven. Vijf dagen lang hadden we een bezetting van 93 procent. Gewone mensen uit de hele regio kwamen erop af.»

De projectleider geeft nog een voorbeeld. «Senegalese trommelaars» zouden zich in groten getale bij de «Limburgse Bond van Tamboerkorpsen» hebben aangesloten. Van der Ploeg krijgt een bokshandschoen aangereikt. Of hij tegen een boksbal wil slaan. Minutenlang nog zwiept die op en neer. Een rode wijn in een naastgelegen etablissement: «Natuurlijk kunnen we hier grapjes over maken. Net als over die wethouders en gedeputeerden. Maar voor deze mensen is het iets waar ze naar uitkijken. Je moet het toch een beetje serieus maken.» Het is ook prettig te constateren dat zijn beleid tot in het diepst van de provincie nageleefd wordt. «Vroeger kwam het allemaal terecht bij gemeente en provincie en zag je er nooit meer iets van terug. Nu houdt de sector de regie zelf in handen.» Twee Maastrichtse PvdA-raadsleden schuiven aan. «Bent u mevrouw Belinfante?» vraagt een van hen aan de voorlichtster. Een journalist van De Limburger wil meer weten over de ontvoering.

De chauffeur wacht. Snel wordt een Thaise tomatensoep naar binnen gelepeld. Naar de studio van Omroep Limburg gaat het. De presentator kijkt hem aan in de schminkspiegel. De staatssecretaris zal ondervraagd worden over het budget voor regionale omroepen. De openingstune. «Als er geen extra geld komt voor de regionale omroep zal het op korte termijn voor een aantal afgelopen zijn», leest de presentator van de autocue. «De omroepen vragen tientallen miljoenen extra overheidssubsidie. De man die de omroepen moet redden is hier: Rick van der Ploeg.» Van der Ploeg zet uiteen dat de provincies vroeger nog een omroeptientje hieven, maar dat ze nu helemaal niks bijdragen aan regionale televisie. Er komt veel geld van zijn departement, de provincies moeten ook maar eens in de buidel tasten. De presentator houdt er een aanvallende interviewstijl op na. «Ik begrijp uw felheid wel», zegt Van der Ploeg. «U bent natuurlijk ook helemaal geen belanghebbende als werknemer van een provinciale omroep.» Weer buiten. «Ik heb dat niet vaak zo boud meegemaakt. Wat een schaamteloosheid.»

Het is negen uur als een PvdA-activiteit op de bovenverdieping van Theater aan het Vrijthof aanvangt. Door de vloer dreunt een optreden van de Surinaamse komediant Jörgen Raymann, in het voorbijgaan schudde Van der Ploeg hem uitbundig de hand. Vijftien man in de zaal, waarvan een aantal later nog achter de debat tafel zal plaatsnemen. Het debat gaat over «cultuureducatie en kunstvakonderwijs». De geluidsman en het barmeisje geeuwen ombeurten. Ineens verheft de voorzitter van Limburgse amateurverenigingen zijn stem. «Ik zou nou weleens van Van der Ploeg willen weten wat hij verwacht van de wisselwerking tussen amateurs en profs.» Van der Ploeg zegt dat het hem opvalt dat die combinatie soms een «publieksvoltreffer» is. «Je moet het contact met cultuur voorzichtig opbouwen. Mensen niet direct in contact brengen met Schönberg. Daar ligt een taak voor de amateurs.» De amateurverenigingenvoorzitter neemt er geen genoegen mee. «Ik zal u het voorbeeld noemen van een amateurtubaïst. Als je dan de verwachting hebt dat die man na dat succesvolle concert dichter betrokken is bij de professionele circuits, kom je bedrogen uit. Die man heeft nooit meer een voorstelling gegeven.»

In de auto terug. Ter sprake komt het verwijt dat onder zijn bewind de kunsten onderbedeeld zijn gebleven. «Totale onzin. Ik heb gesproken met de voorzitter van Kunsten ’92. Hij heeft die kritiek ingeslikt. Driehonderd miljoen extra heb ik er in totaal voor uitgetrokken. Kunsten ’92 had het over 217 miljoen, alsof dat trouwens niets is. Driehonderd miljoen, het is nog nooit zo veel geweest. In de voorgaande periode kwam slechts dertig miljoen los. Laat de feiten maar spreken.»

Toen Van der Ploeg in september 1998 aantrad, was er deining in de kunstwereld. Van der Ploeg kondigde aan het vastgeroeste kunstsubsidiestelsel op de helling te zetten. «Ik heb veel mensen tegen mij in het harnas gejaagd. Je moet dingen ter discussie durven stellen. Anders krijg je dat genoegzame. Ik heb de deur opengezet. Zo’n twintig ensembles zijn er bijgekomen. Ik heb ruimte geboden aan nieuw talent, nieuwe gezelschappen en nieuwe kunstvormen. Maar ook gevestigde instellingen kregen extra geld.» Zijn missie is nog niet volbracht. De hervorming van de Raad voor Cultuur wil hij er nog doorkrijgen. En extra geld regelen voor Monumentenzorg. De archeologiewet, niet te vergeten. Waarin opgenomen het principe dat de verstoorder betaalt. «Een ontzettende klus, verschillende departementen zijn er bij betrokken.»

Vanwege zijn preoccupatie met het multiculturele werd in de kunstensector vaak smalend over hem gesproken. «Ik vind het gevaarlijk wanneer men mij bestempelt als de staatssecretaris van de allochtonen. Ik heb veel geld vrijgemaakt voor multiculturele diversiteit, en terecht. Maar men moet oppassen het debat erover ongenuanceerd te voeren. Dan heb je een keer een goede acteur die school maakt. Dan wordt er gezegd: dat komt omdat jij Surinamer bent.» Het was louter zijn bedoeling ook eens kunstuitingen uit andere hoeken aan bod te laten komen. «Dat is wat anders dan dat in de opera alleen zwarte mensen zouden mogen zingen en spelen.» Zijn critici zouden liever eens zijn nota’s lezen. «Het gaat mij erom dat musea in de gelegenheid zijn een intercultureel verzamelproject te doen. Of dat een aankoopbudget voorhanden is om, bijvoorbeeld, islamitische kunst te kopen. Dat is niet hetzelfde als een zaal vol met allochtonen willen. Dat heb ik nooit gezegd. Je kunt niet eens meten hoeveel allochtonen er in een zaal zitten.»

We naderen de hoofdstad. 18 Oktober was Van der Ploeg te gast bij Barend & Van Dorp. «Dat is iets heel anders dan een regime omverwerpen», zei hij toen hem naar de moeizame opsporing van Osama bin Laden gevraagd werd. De consternatie was weer groot. Namens het kabinet distantieerde vice-premier Jorritsma zich. «Ik sta nog steeds volledig achter die uitspraak», zegt hij nu. «Het enige wat ik gezegd heb, is dat het opsporen van Bin Laden iets anders is dan het omverwerpen van een regime. En dat is iets anders dan het platbombarderen van een land. Ik heb gewoon gezegd wat ik vind. Misschien door mijn woorden anders te kiezen dan mevrouw Jorritsma ze gekozen zou hebben, heb ik voeding gegeven aan de gedachte van: nou, we moeten toch niet dat hele land platbombarderen. Maar de meeste mensen vinden dat ook! En ik vind dat ook! Dan moet je dat ook zeggen. Het moet op een gegeven moment wel resultaat opleveren. Als je tot en met de laatste Afghaan hebt vermoord en je hebt nog steeds Bin Laden niet, is dat dan de prijs die je bereid bent te betalen? Natuurlijk niet.»

Behoort het kabinet niet met één mond te spreken? «Ik heb mijn verantwoordelijkheid als kabinetslid, Jan Pronk heeft dat ook. Maar je moet ook gewoon je gevoelens tonen, zeker in dit soort zaken. Ik vind dat ik het recht heb om over dingen te spreken, zonder het kabinet daarbij te willen afvallen. Als je dat afvalt, moet je er uitstappen. Ik vind dat ik op deze wijze het kabinet niet afval. Ik heb ook tegen Pronk gezegd dat ik precies hetzelfde had kunnen zeggen.»

Premier Kok had die ministerraad internationale verplichtingen. Later in de week werd Van der Ploeg op het torentje ontboden. «Kok heeft toen gezegd dat er geen kwaad in school. Ik heb hem de transcriptie laten zien en ik zei: ‹Wim, dat had jij ook kunnen zeggen.› En hij zegt: ‹Ja, correct ja.› We keken elkaar lang aan. Hij zei: ‹Waar gaat het dan over?› Ik zeg: ‹Ik weet het niet, kan jij het me vertellen Wim?›»

Het is één uur ’s nachts als de zwarte dienst auto de Oudezijds Voorburgwal op stuurt. De staatssecretaris stapt uit en gaat zijn huis binnen. Wat later dooft het licht.