Kaddisj voor een keizer

Net voor de eerste verjaardag van zijn huwelijk, op het moment dat het joodse Wekenfeest begon, stierf Leo Fuld. De grootste jiddische zanger is niet meer, en dat terwijl hij net aan zijn tweede jeugd begon
VORIGE WEEK dinsdag stierf Leo (‘Lazarus’) Fuld, de keizer van het jiddische lied, de man die al voor de Tweede Wereldoorloog furore maakte in Europa en de Verenigde Staten en verleden jaar een weergaloze comeback beleefde. Vlak voor de deur van zijn dokter aan de Weteringschans zakte hij in elkaar. Hij kwam er voor een routine-onderzoek. Als diabeticus moest hij regelmatig zijn bloed laten checken. De kwieke 84-jarige nam eerst bus 22 en vervolgens de tram. De dokter kwam rennend uit zijn praktijk, maar het mocht niet baten. Leo Fuld kreeg geheel onverwacht de ‘kus van god’.

Die ochtend had ik hem nog gesproken. De opnames van Fulds cd In Oriental Style - met achttien van zijn grootste jiddische hits, waaronder ‘My yiddishe mama’ - waren net achter de rug. De boel moest nog gemixed en uitgebracht worden, maar keizer Leo stond alweer te popelen om opnieuw achter de microfoon te duiken. 'Kijk, vroeger moesten ze me misschien niet, omdat ik uit de mode zou zijn, maar ik heb nu het voordeel van mijn leeftijd.’ De 84-jarige zanger was allesbehalve van plan het rustig aan te gaan doen. Een paar uur voor zijn dood bespraken wij zijn plannen om volgend jaar mee te doen aan het Eurovisie Songfestival. Leo zou die Eurovisie wel even een poepje laten ruiken, want Joop Stokkermans had Leo’s tekst 'Zonder een lied’ op muziek gezet. Hij was vast van plan Nederland daarmee te gaan vertegenwoordigen. Verder had Leo zojuist de bevestigingen voor optredens in Parijs en Manchester eigenhandig getypt. Er waren plannen voor optredens in Zuid-Afrika, Israel en Ghana. In Israel wilde men tevens een film maken over Leo’s veelbewogen leven. In Nederland waren de opnames voor de muzikale thriller The Legend met Fuld in de hoofdrol reeds begonnen. Die ochtend stelde hij de gebruikelijke vraag: 'Wanneer zien we je weer?’
HAD LEO DERTIEN dagen later het aardse verlaten, dan had hij de eerste verjaardag van zijn huwelijk met Beppie van Laar kunnen vieren. Het was Bep die me belde. 'Het allerergste is gebeurd.’ Twee agenten waren naar haar huis gekomen. 'Zegt u maar niets…’ De agenten stelden haar gerust: hoe verschrikkelijk het ook was, haar man zal nauwelijks hebben geleden. Zo snel was de dood ingetreden.
Leo stierf in de namiddag van dinsdag 10 juni 1997. Oftewel op de vooravond van 16 siewan 5757, de eerste dag van Sjawoe'ot, het joodse Wekenfeest. Die avond en de twee daaropvolgende dagen werden er ontelbare pogingen ondernomen om contact te krijgen met een joodse instelling. Bep had geen vermoeden hoe lang dat 'wekenfeest’ ter herinnering aan de Wetgeving op de berg Horev zou gaan duren, en er was geen joodse instelling bereikbaar die het haar kon vertellen.
Leo lag opgebaard in het mortuarium van de Vrije Universiteit. Met Bep betrad ik de kleine ruimte. 'Zijn ogen zijn weer open gegaan’, constateerde de weduwe, terwijl zij het rimpelloze gelaat teder kuste. Leo lag er vredig bij. Geen spoor van doodsstrijd, wel een licht verbaasde uitdrukking, alsof hij wilde zeggen: 'Wat overkomt me nou?’
Of was het: 'Wat staat me nu nog allemaal te wachten?’
Bep werd even weggeroepen door de beheerder van het mortuarium. De overlijdensakte moest nog worden afgegeven. En hoe moet het nu verder met de afhandeling van de zaak? 'U kunt wel toestemming geven om uw man alvast te laten kisten.’ Ik vraag de man of dat wel kan zonder rabbijn. Hij antwoordde: 'Als je daar op moet wachten…’ Vooralsnog zag het er niet naar uit dat het de rabbijnen was toegestaan een telefoon op te nemen in het kader van de joodse feestdagen. 'En als die eenmaal het stoffelijk overschot in handen hebben, krijgt u het niet meer te zien, hoor vrouwtje’, sprak de beheerder de weduwe toe.
'Dan kan ik mijn Leo niet meer zien?’ Bep schoot de rouwkamer in, haar gelaat verbergend in een zakdoek. In ieder geval werd er een 'joodse kist’ van ruwhouten planken besteld.
Beppie zit inmiddels 24 uur aan de telefoon. Ook Leo’s 83-jarige zus wordt gek van de mensen die bellen. Iedereen vraagt wanneer de begrafenis is. Ook de volgende dag houden de joodse instellingen zich strikt aan de bijbelse wetgevingen op het gebied van telefoon en antwoordapparaten. Bep: 'Wat moet ik in godsnaam doen?’
Leo zelf had geen duidelijk testament achtergelaten. De ene keer liet hij weten gecremeerd te willen worden en dat zijn as boven Auschwitz moest worden uitgestrooid, de plek waar zoveel van zijn familie werd vermoord. De andere keer leek een graf voor de Gouden Poort van Jeruzalem hem wel wat. Een paar weken voor zijn dood ontdekte Leo dat er vlak bij de studio 'ook een mooie plek’ was, Vredehof aan de Haarlemmerweg. Daar lagen accordeonist Johnny Meijer en zanger Johnny Jordaan begraven. Leo hield er niet van, al dat gespeculeer over de dood. Bovendien: 'Irving Berlin werd 101.’
De Telegraaf lanceerde het bericht dat Leo 'waarschijnlijk op vrijdag op de joodse begraafplaats in Wassenaar’ ter aarde zou worden besteld. Een logische conclusie, want daar had zijn 'jiddische mama’ een graf. Wel onbereikbaar met moderne communicatiemiddelen. Leo’s zus Leentje snikte. 'Het maakt me niet uit waar hij wordt begraven, als hij zijn rust maar krijgt.’ Maar niemand wist precies wanneer dat mocht.
'Moet ik nu nog langer wachten?’ Niemand kon Bep vertellen wanneer de joodse gemeenschap het 'wekenfeest’ zou beëindigen. De naam van het feest deed het ergste vermoeden, temeer daar Leo stierf op het moment dat het feest begon.
'Mevrouw Fuld, wat iedereen ook zegt, u bent de enige die beslist wat er met uw echtgenoot gebeurt’, wist de heer van het mortuarium.
DUIZENDEN ZULLEN tevergeefs naar de begraafplaats in Wassenaar hebben gebeld voor het juiste tijdstip van de aangekondigde teraardebestelling. Op de in de kranten aangekondigde vrijdag wachtte Bep, de instorting nabij, tevergeefs op enig bericht. Continu ging de telefoon, keer op keer moest Bep uitleggen dat ze niet het flauwste idee had wanneer haar echtgenoot zou worden begraven. Op de ochtend van vrijdag hakte de weduwe Fuld de knoop door. Een zonnige plek voor Leo op de algemene begraafplaats Vredehof aan de Haarlemmerweg. Niet ver van het graf van zijn vriend de legendarische Johnny Meijer. Nadat Bep dit had besloten gaf ze de enige algemene kennisgeving aan de Telegraaf door. Inclusief het gedichtje dat ze voor deze gelegenheid reeds voor Leo had geschreven. Kort voor zijn dood voltooide Beppie haar twaalfregelig vers, bestaande uit drie kwatrijnen, waarin zij vooruitblikte op het moment dat Leo er niet meer zou zijn. Rozen zouden nooit meer geuren en wolken grijzer kleuren en de glimlach van de maan zou Beppie troosten in haar slapeloze nachten. Later zouden Bep en Leo elkaar misschien weer zien 'aan de oever van ’t meer, ver over ’t water’. Bep: 'Ik heb het hem nooit durven voorlezen, want je weet hoe hij tekeerging als ik de dood ter sprake bracht.’
De enige algemene kennisgeving verscheen in de Telegraaf. Na de mededeling dat 'Ridder in de Orde van Oranje-Nassau’ en 'Keizer van ’t Jiddische lied’ niet meer is, liet Beppie Fuld-Van Laar 'uit aller naam’ weten: 'Tot ons onuitsprekelijke verdriet heeft onze Leo ons zeer onverwachts verlaten. Nooit meer zullen wij zijn warme, ontroerende stem kunnen beluisteren. Voor ons een groot gemis voor altijd.’
De samenkomst voorafgaande aan de begrafenis was op maandagmiddag 16 juni om 14 uur gepland. Volkszanger Dries Roelvink meldde zich spontaan om samen met accordeonist Eddy Hoorneman 'My yiddishe mama’ te vertolken, het lied dat tijdens de begrafenis ook door het klokkenspel van de Westertoren ten gehore zou worden gebracht. Allemaal prachtig, alleen: de keizer van het jiddische lied onder de grond stoppen zonder kaddisj, het joodse dodengebed, dat zou toch niet gebeuren?
Paul Damen van de Amsterdamse tv-zender AT5 vertelde dat hoofdredactrice Tamara Benima van het Nieuw Israelietisch Weekblad prachtig het kaddisj kon zeggen. Tamara moest lachen, maar ja, het joodse dodengebed is niet geldig als het door vrouwen wordt uitgesproken. En ja, als Leo op een joodse begraafplaats…
Ook rabbijn Lilienthal, naar wie ze mij voor dit uitzonderlijke geval verwees, erkende de problematiek. Het was hem gegeven de bizarre omstandigheid dat de keizer van het jiddische lied zijn laatste rustplaats op een algemene begraafplaats zou vinden echter onmogelijk het te zeggen. Wie dan wel? Normaal zou dat de oudste zoon doen. Leo was echter kinderloos gestorven. Voor alle zekerheid zou Leo’s opname van het lied 'Kaddish’ in de aula worden gedraaid. Tijdens de drukbezochte begrafenis kwam het toch nog goed. Een verre neef van Leo - uit Antwerpen - sprak tijdens de plechtigheid het kaddisj, en later, bij het graf, deed een andere aanwezige het nog een keer. Bovendien werd Leo - ook zoals de joodse traditie dat vereist - door enkele van zijn vele vrienden naar het graf gedragen.