Voor de zoveelste keer trokken westerse legerscharen naar het Oosten

Kaddisj voor Irak

Het is niet de eerste keer dat westerse legerscharen naar het Oosten trekken om iets te bevrijden, en het is niet de eerste keer dat hun bevrijding uitloopt op een bezetting, of toch minstens het tegendeel van waar het ze zogenaamd om was begonnen. Ze baden tot God, en ze vulden hun zakken. Ze predikten orde, ze scheten de chaos. Ze zongen van zorg en ze brachten de dood. Spreek, Geschiedenis! Spreek!

Na maanden van onzekerheid en geldgebrek lieten, in het Jaar des Heren 1202, de legers van de Vierde Kruistocht het Lido achter zich en zetten koers naar de Levant, in een armada van 480 schepen die de Venetianen hun tegen woekerprijzen hadden verhuurd. (Het zijn altijd reders die in tijden van oorlog en crisis de eerste superwinsten boeken. Aristoteles Onassis verhuurde in de Tweede Wereldoorlog zijn hele vloot aan de Geallieerden, en redde zich later van het bankroet dankzij de oliecrisis: hij vond de mammoettanker uit – één keer varen, tien keer vangen. Een techniek die hij ook met succes toepaste op beroemde vrouwen, van La Callas tot La Kennedy.)

De bedoeling van de Kruisvaarders was om Jeruzalem te veroveren door niet het Heilige Land maar Egypte binnen te vallen. Dat lijkt een paradox, en dus op de hersenkronkel van de huidige Verenigde Staten: die wilden nieuwe aanslagen van Osama bin Laden verhinderen door diens rivaal uit te schakelen… Geen wonder dat het aanslagen blijft regenen.

Dan was de démarche van de Kruisvaarders een pak logischer. Hun vorige Kruisvaart was mislukt en de Heilige Stad was in de handen gebleven van de uitgekookte Saladin en diens kromzwaarden. De christelijke militieleider Richard Leeuwenhart concludeerde – vlak voor hij de smadelijke aftocht moest blazen – dat de volgende aanval niet in Palestina diende te gebeuren, maar via Egypte, de zwakke schakel onder de Oostelijke Schurkenstaten.

(Ongeveer zoals Irak een totaal verzwakte schakel was na tien jaar wapeninspecties en economische sancties van de Verenigde Naties. Dat is net een van de grote ironieën van de Tweede Golfoorlog. In de achteruitkijkspiegel lijkt hij minutieus te zijn voorbereid door juist die internationale instantie die later, door de oorlogshitsers, met leugens en verachting zou worden opzijgezet als een bende bange wezels.)

Aan het tactische woord van Richard Leeuwen hart werd niet getwijfeld, ook al noemen zijn biografen hem boers, onverzoenlijk, heetgebakerd, onbezonnen en – onder een laagje van ridderlijkheid – in de kern zo goddeloos als modder. Hij liet in één klap drieduizend Saraceense gevangenen de keel oversnijden omdat Saladin niet snel genoeg hun losgeld betaalde. (Wat wil je? In die tijd bestonden geen videocamera’s of internet, om gevangenen fotogeniek één per één te kunnen onthoofden en zo het losgeld op te drijven, anders had Leeuwenhart dat wel gedaan. Oorlog is, van oudsher, de voortzetting van handel drijven met andere middelen. Alleen de middelen evolueren. En dan nog met mondjesmaat.)

De armada van de Vierde Kruistocht geraakte nooit tot in Egypte. De eigenaren van de vloot, de Venetianen, waren achter de schermen juist volop aan het onderhandelen met Egypte, waar de zijde- en de kruidenroutes via de woestijn en de Nijl arriveerden.

(Ongeveer zoals de VS nog tot vlak voor 9/11 met de Taliban aan het onderhandelen waren over een grote oliepijpleiding, dwars over hun grondgebied, fundamentalistische schendingen van vrouwenrechten of niet, en mét behoud van respect voor de opiumteelt. Die was overigens door de CIA zelf aangemoedigd als geldbron ten tijde van de strijd tegen de Russische bezetter… Een van de meest surrealistische films blijft de derde en laatste Rambo-prent, uitgebracht in 1988, waarin Sylvester Stallone de Taliban helpt om hun vrijheid te veroveren. De film eindigt zelfs met de opdracht «To the brave people of Afghanistan» – die de VS een dik dozijn jaar later naar het stenen tijdperk zouden bombarderen. Moed en mensenrechten zijn een kwestie van timing, net als Rambo-films.)

Venetië verhandelde over het hele Europese Continent eeuwenlang zijde, Oosterse kleurstoffen en kruiden, en verwierf aldus de status van Fabelachtig Tussenrijk. Het vormde de scharnier tussen twee christendommen: Rome hier en ginds Byzantium, het latere Constanti nopel. Venetië hoorde bij geen van beide en teerde op de twee. Zo gaat dat. Toon mij een schisma en ik wijs u een winnaar: hij hangt tussen de twee randen van het ravijn te balanceren in een winstgevende spagaat.

(Vandaag de dag wordt ons Venetië gevormd door Groot-Brittannië, wijdbeens wiegend tussen VS en Europese Unie, profiterend nu eens van de een, dan weer van de ander, en toch met slechts één teenpunt steunend op elk van de twee… ’n Soutpiel noemen ze zo iemand in Zuid-Afrika, «een zoutlul» – omdat hij zozeer in spreidstand hangt vlak boven een oceaan dat zijn lul in het zeewater hangt. Zo wordt pijpen pekelzonde.)

De Venetianen wisten, in de naam van God, de Kruisvaart af te wenden van hun wingewest Egypte. Ze chanteerden de armlastige Kruisvaarders zelfs tot het omgekeerde, teneinde het huurgeld van hun schepen te verzekeren. Niet ver van Venetië, op de kusten van Dalmatië, lag namelijk een opkomende concurrent, de stad Zara. Nog geen week na het afreizen, geleid door het schip van de Venetiaanse doge zelve, («in vermiljoen geschilderd, bespannen met een zijden vermiljoenen dektent, met klinkende cimbalen en vier bazuinblazers op de boeg»), landde de armada van 480 christelijke schepen bij het christelijke Zara. De Kruisvaarders roofden het stadje leeg en brandden het plat. Er braken gevechten uit om de buit tussen Franken en Venetianen. De kerkvader, paus Innocentius (je zult in zulke tijden maar «Onschuldig» heten), vernam het nieuws in zijn paleis te Rome, hij stampvoette van woede en sloeg alle Kruisvaarders in een kerkelijke ban. Om praktische redenen – het Heilige Land moest nog altijd worden bevrijd – kwam hij daar snel op terug, tenzij wat betreft de aanstokers, de Venetianen.

Niet dat die zoiets aan hun hart lieten komen. Zij hadden een volgende lucratieve hersenkronkel uitgebroed. De Duitse koning schoof een bevriende pretendent naar voren die de kroon van Constantinopel min of meer rechtsgeldig kon opeisen. De Kruisvaarders waren nu toch op weg naar het Oosten – waarom geen tussenstop gemaakt? Er wachtte hun een beloning, en politiek-religieus gesproken zouden ze de hereniging van het christendom hoog in hun vaandel kunnen schrijven. Daar konden geen duizend aflaten en schuldkwijtscheldingen tegenop.

En zo trokken de Kruisvaarders ten strijde, niet tegen Egypte, niet tegen Palestina, niet tegen de Saracenen, maar voor de tweede keer op rij tegen een christelijke stad. De historicus J.J. Norwich schrijft, in A History of Venice: «De meeste van de Kruisvaarders zagen geen onverzoenbaarheid in het Kruis volgen enerzijds, en zich en passant verrijken anderzijds.» (Je zou vandaag hetzelfde kunnen zeggen van de queeste naar democratie.) De paus sloeg alvast niemand in de ban. Je heet Innocentius of je heet zo niet.

Het totaal onvoorbereide Constantinopel – kroonjuweel van het Oosten, centrum van kunst en intellect, de rijkste metropool van zijn tijdvak – werd na enige moeite alsnog ingenomen door toedoen van de grootste doge die Venetië ooit heeft gekend, Enrico Dandolo. De historici zijn het er niet over eens hoe oud Dandolo was bij de val van Constantinopel, 85 of 95, maar over één zaak bestaat eensgezindheid: hij was stekeblind. «Enrico Dandolo stond in volle harnas op de voorsteven van zijn landingssloep, de banier van San Marco voor hem, en hij schreeuwde zijn roeiers toe het vaartuig het strand op te drijven, indien hun hachje hun lief was. En dat deden zij, (…) en hij en zij sprongen overboord en plantten hun banier in het zand.» Toen de Kruisvaarders zagen dat de bejaarde blinde doge als enige was durven landen, volgden ze hem, «beschaamd en aangemoedigd door zijn voorbeeld».

Een opperbevelhebber in de voorste gelederen, waar de klappen vallen? Het is eens wat anders dan een voorhoede van kansarme negers, white trash en hispanics – geen samen leving zo multicultureel als het huidige kanonnenvlees. Of nee: een opperbevelhebber in de vuurlinie, het is eens wat anders dan een commander in chief die als belangrijkste wapenfeit kan voorleggen dat hij, op één nacht, twaalf keer de dans heeft moeten openen ter ere van zijn eigen inauguratie.

Uiteindelijk viel Constantinopel een tweede keer, toen de Kruisvaarders – aangespoord door de immer goed calculerende Venetianen – zich ook tegen de Duitse kroonpretendent keerden. De stad werd vernield als was het ketternest. «De Fransen en de Vlamingen verloren zichzelf in een razernij van vernieling en brandstichting maar de Venetianen hielden het hoofd koel», schrijft Norwich. Zij herkenden schoonheid wanneer ze die zagen en ze verscheepten die naar hun moederstad, te beginnen met de vier bronzen paarden die tot de dag van vandaag de San Marco-kathedraal versieren. Goud, kostbaar hout, baar geld, relikwieën van diverse heiligen – ze volgden alle de bronzen paarden.

Om zijn machtsgreep te verhullen benoemde de lepe doge Dandolo niet zichzelf tot nieuwe keizer, hij raadde de Kruisvaarders aan iemand te kiezen uit hun midden. Maar hij wist wel wie. Graaf Boudewijn van Vlaanderen en Henegouwen. Norwich omschrijft hem als «easygoing and tractable». Meegaand, plooibaar, gewillig, dociel. Je zou op den duur gaan geloven in de onontkoombare kracht van genetisch materiaal.

Graaf Boudewijn werd op 16 mei 1204 tot keizer gekroond in de kathedraal van Sint Sofia, de huidige moskee Aya Sofia. Er zijn niet veel Turken die dat kunnen zeggen van zichzelf en de basiliek van Koekelberg. (Is dit overigens geen sluitend argument om Turkije toch op te nemen in de Europese Unie? Daar is al eens een Vlaming tot keizer gekroond! Veel verder kun je niet gaan, om tot Europa te behoren. En wij hebben daar duidelijk een erfenis te erkennen en te verdedigen.)

De Vierde Kruistocht bereikte nooit Egypte of Palestina, laat staan de Heilige Stad. Zij overtrof de vorige Kruistochten «in goddeloze dubbelhartigheid, in wreedheid en in hebzucht». Maar vooral politiek, schrijft Norwich, liet haar schade zich niet berekenen. De Vierde Kruistocht bereikte het omgekeerde van wat ze zich, in al haar retoriek, ten doel had gesteld: het stuiten van de Saraceen. Constantinopel, eertijds een ferm bastion tegen oprukkende heidenen, bleef economisch verminkt achter, territoriaal beknot, en niet bij machte zich nog langer te verdedigen tegen de Ottomaanse vloedgolf, die kort daarop grote delen van West-Europa onder moslimbestuur zou brengen.

Zijn de VS een vergelijkbare pyrrusoverwinning aan het ensceneren in Irak en omstreken? Iran staat alvast in hun balboekje aangekruist als volgende doel.

Wie even in de helikopter van de geschiedenis plaatsneemt, herkent van bovenaf de contouren van een geopolitieke gok, de rechtlijnigheid van Richard Leeuwenhart waard. Behoudt de westerse wereld de komende veertig jaar de controle over de Arabische olievoorraden, die zelf de sleutel blijven tot de wereldmacht – zeker nu de Chinese economie ieder jaar sneller groeit dan een pokkenkweekje in een zonnig laboratorium? En kunnen de VS wel in deze operatie slagen zonder zichzelf in de lemen voeten te schieten? De dollar blijft zwak, het buitenlandse kapitaal sijpelt weg uit Manhattan, de economie sputtert van coast to coast, het begrotingstekort bereikt verbijsterende hoogten… En wat doe je met een peperduur rakettenschild tegen de kwikzilveren ongrijpbaarheid van de moderne terrorist?

Het is niet het eerste wereldrijk dat zich op het toppunt van zijn kunnen waant, vlak voor de doodssmak. Ik schrijf dit stuk op Gedichtendag en moet aldoor denken aan Richard Minne, en het slot van zijn gedicht Nihil: «Wij bliezen gevieren de aromen/ van onze cigarillo’s naar de maan./ Sodoma viel, Byzantium en Rome./ De werelden gaan, de werelden komen.»

Ik ben benieuwd wat er komen gaat. Volgens filosoof Karl Popper hebben we alvast de plicht om optimistisch te zijn. Zo iemand noem je een vooruitziend denker.