Kadhafi verklaart de oorlog

Kolonel Kadhafi heeft laten weten dat Europa rekening moet houden met een tegenaanval als de Navo doorgaat met het bombarderen van Libische steden en de rebellen blijft steunen. ‘Dan zullen we de strijd verplaatsen. We zullen jullie huizen, kantoren, families aanvallen. Dat zullen dan onze gerechtvaardigde militaire doelen zijn. We zullen met jullie doen zoals jullie met ons hebben gedaan. Als we daartoe besluiten, zullen we bewijzen dat we in staat zijn naar Europa te komen als sprinkhanen, als wespen. We geven je de raad je nu terug te trekken, voor jullie deze ramp overkomt.’ Dat zei hij in een op video opgenomen boodschap voor een paar duizend aanhangers op het centrale plein van Tripoli.

Geloofwaardig? Waarom niet? In de loop van zijn carrière heeft hij bewezen voor niets terug te schrikken, hij is verantwoordelijk voor de terroristische aanslag waardoor op 21 december 1988 bij Lockerbie een Boeing 747 van PanAm neerstortte, wat 243 mensen het leven kostte. Veel later heeft hij zich enigszins gereclasseerd, maar kennelijk niet voldoende.

Onder invloed van de ‘Arabische lente’ is ook een groot deel van het Libische volk in opstand gekomen. Dit verzet heeft zich tot een burgeroorlog ontwikkeld. Het Westen heeft met de kolonel nog een rekening te vereffenen. De rebellen krijgen nu al een paar maanden luchtsteun van de Navo, maar misschien niet krachtig genoeg. Op 27 juni heeft het Internationaal Strafhof in Den Haag een arrestatiebevel tegen hem uitgevaardigd. Dat is voorlopig niet meer dan een gebaar. Hij heeft de oorlog nog niet verloren. Hij speelt va banque, hij dreigt met de tegenaanval.

Ik denk dat we deze recente oorlogsverklaring van de kolonel opnieuw au serieux moeten nemen. Dat komt door de ontwikkeling van de 'Arabische lente’. Als deze beweging door één eigenschap wordt gekenmerkt, dan is het de onvoorspelbaarheid. Wij, het Westen met al zijn geheime diensten, hebben ons eerst door deze volksbeweging volstrekt laten verrassen. Daarna hebben we ons laten leiden door een overdaad aan optimisme. De dictaturen in het Midden-Oosten zouden niet bestand zijn tegen de drang van de moderniteit, zoals die zich via de sociale media manifesteert.

En het is waar: de Arabische massa’s willen ook vrijheid, democratie en welvaart, en daarbij is het breekpunt bereikt. In Syrië gaan nu al een paar maanden tienduizenden mensen met doodsverachting de straat op, maar vergeefs. Dictator Assad blijft zitten. In Jemen wankelt het bewind maar valt niet om. In Saoedi-Arabië broeit het wel, maar koning Abdoellah heeft tot dusver bewezen hoe hij met het verzet moet omgaan. In Egypte leken de opstandelingen hun doel te hebben bereikt, maar de revolutie is niet in staat zich te consolideren.

Na alle aanvankelijke opgetogenheid in het Westen komen we nu tot de conclusie dat er wel reden tot een beetje tevredenheid is, maar dat we te vroeg te hard hebben gejuicht. En bovendien heeft de ervaring van het afgelopen half jaar geleerd dat we gedoemd zijn ons in dit stadium tot deze ruimschoots theoretische bijval te beperken. Er is hier geen politicus, van welke overtuiging dan ook, die erover denkt de rebellen met steun op de grond te helpen. De ervaringen in Irak en Afghanistan hebben ons definitief afgeleerd ons aan zulke experimenten te wagen. De landen waar de 'Arabische lente’ een hoopvolle wending heeft genomen, kunnen misschien aanspraak maken op economische steun. Maar bij gebrek aan maatschappelijke structuur die garandeert dat deze hulp voor het grootste deel goed wordt gebruikt, blijft het een wankele investering.

Onder deze chaotische omstandigheden en hoogst onzekere toekomst moeten we de burgeroorlog in Libië en de rol van Kadhafi zien. Hij is door de rebellie niet binnen een paar weken weggevaagd, hij kan kennelijk blijven rekenen op de steun van niet de geringste krachten in zijn land, de Navo is er nog niet in geslaagd hem weg te bombarderen en is bovendien verdeeld over de strategische aanpak. De Amerikanen houden zich op de achtergrond en landingen zijn uitgesloten. In de burgeroorlog is het hem gelukt de fronten min of meer te stabiliseren. Misschien ligt het in zijn natuur zichzelf te overschatten. Daarvan zouden zijn dreigementen dan een bewijs zijn.

Zou hij die ten uitvoer brengen, dan zou hij daarmee zijn ondergang misschien wel dichterbij brengen, maar zelfs in dat geval is het de vraag hoe het Westen het zou moeten aanpakken. Voorlopig kan hij volstaan met woorden. Daarmee bevestigt hij opnieuw dat hij nog lang niet is verslagen en alleen al op deze manier versterkt hij de positie van andere dictators in de regio. Aan de andere kant is het ondenkbaar dat de Navo tegen Kadhafi het onderspit zou delven. Zo groeit in Libië een patstelling die voorlopig in het voordeel van alle zittende Noord-Afrikaanse dictators is. Ook die mogelijkheid hebben onze strategen niet zien aankomen.