Ach Europa (5)

Kafka in Brussel

Aan een buitenmuur van een Belgische overheidsdienst in Brussel hing tot voor kort een grote thermometer. Dit was geen gewone thermometer, maar een zogenoemde Kafka-index van de Belgische overheid waarin werd bijgehouden hoeveel van de voorgenomen bureaucratievermindering was gerealiseerd. Ook in Nederland is er een heuse Kafka-brigade werkzaam. Alsof ze op zoek is naar de dader van een misdrijf, zo naarstig speurt deze dienst naar manieren om zogenaamd overbodige regels te elimineren, want die zouden de efficiëntie en vrije marktwerking slechts in de weg staan. Ach, arme Franz Kafka. Hoe ijdel wordt zijn naam gebruikt.
Ook de Europese Commissie maakt veel gewag van het terugdringen van de bureaucratie. De Commissie wil van haar slechte imago af. Bureaucratie is namelijk een van de meest gehoorde verwijten aan de Europese Unie. ‘Brussel’ is een scheldwoord geworden, een synoniem voor bemoeizucht van harteloze ambtenaren van een vermeende superstaat. Zeker in verkiezingstijd is het politieke zelfmoord om de bureaucratie te verdedigen. Het is de intussen overbekende volkse heksenjacht: het volk dat bang is voor de klerk in zichzelf veroordeelt de bureaucratie tot de brandstapel.
Maar hoe erg is dat eigenlijk, bureaucratie? Franz Kafka, zelf deels klerk, was ambivalent over bureaucratie. Een fraaie illustratie hiervan vormt zijn beroemde parabel Voor de Wet (1914), die handelt over een man die heel zijn leven wacht voor de poorten van de Wet. Hij is vol onbegrip, maar kijkt hoopvol uit naar het moment dat hij de Wet mag betreden. Zo wacht hij tot aan zijn dood. Zijn leven is een permanent nog-niet.
Aan het einde van zijn leven vraagt hij nog één keer aan de poortwachter die voor de Wet staat waarom in al die jaren niemand anders naar binnen wilde. ‘Omdat deze poort alleen voor jou was’, antwoordt de poortwachter, waarna hij de poort sluit. De man wordt niet de toegang geweigerd, hij belet zichzelf door te wachten. Doordat hij de poort niet betreedt, internaliseert en legitimeert hij de Wet. De Wet zelf is leeg. Achter de poorten van de Wet bevindt zich geen centrale machthebber die zetelt op een troon in een kasteel in Den Haag, Brussel of Washington.
Kafka’s parabel maakt subtiel duidelijk dat in een democratie de wet van niemand persoonlijk is. De wet is een buffer tussen persoonlijke autonomie en de macht. Dat is de essentie en de kracht van de bureaucratie.
Maar dat is voor veel mensen tegelijk ook het frustrerende. Vooral voor degenen die als zelfbenoemde vrije jongens de zaken snel en zelf willen regelen zonder hinderlijke overheidsregulering, dus zonder de hindermacht van de neutrale, ambtelijke poortwachters. En zonder lang te moeten wachten op een antwoord. Voor die mensen zou de overheid minimaal aanwezig moeten zijn, als een calculerende manager die de samenleving als een bedrijf ‘runt’, waarbij zo veel mogelijk moet worden uitbesteed om de bureaukosten te drukken. Daarbij betekent vooruitgang vooral een hogere positie op een ingebeelde ranglijst, waarop intern wordt afgerekend door targets. Als om wille van die vooruitgang de eigen economische belangen politiek en militair hardhandig verdedigd moeten worden, zelfs als daarvoor de eigen wetten en democratie tijdelijk moeten worden opgeschort – so be it. Nu echter duidelijk is geworden dat deze cowboycratie een wereldwijde olievlek kan veroorzaken, roepen ook de meest extreme vrijemarktideologen om meer regelgeving en politiek-maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het volk is bang geworden voor de hebzucht in zichzelf. Gewogen en te licht bevonden – dus op de brandstapel die heks.
Anderen ten slotte frustreert vooral de leegte van de bureaucratie. Voor hen is die synoniem voor een kille muur van onbuigzaamheid en onbegrip. Wat zij zouden willen is een plooibare overheid met warmte en begrip voor de persoonlijke, altijd uitzonderlijke en urgente situatie. Maar deze amigocratie, met een overheid als een vriendennetwerk, en haar neiging naar politiek achter de schermen, is voor velen juist een schrikbeeld. Ze zou passen bij zuidelijk Europa, wat voor sommigen al begint beneden de grote rivieren, of bij de Belgische grens, maar niet bij Nederland. Nee, de ‘hardwerkende Nederlander’ wil transparantie, daadkracht, recht door zee en meer van al dat moois. Geen vriendjespolitiek of achterkamertjespolitiek. Want het volk is bang voor de ritselaar in zichzelf. Dus op de brandstapel ermee.
Wat willen we nu in Brussel: bureaucratie, cowboycratie of amigocratie? Wat wordt het geluid dat Brussel moet laten horen? Om het met Kafka te zeggen: zegt u het maar, want u bent de wet.

Henk van Houtum is verbonden aan het Nijmegen Centre for Border Research van de Radboud Universiteit Nijmegen