Pro Zeitoun

Kafka in New Orleans

Dave Eggers’ jongste roman Zeitoun gaat over een Syrische Amerikaan die de slachtoffers van orkaan Katrina bijstaat, maar dan plotseling wordt gearresteerd. Een belangrijk boek over het feilen van een democratie, vindt Graa Boomsma. Een eenzijdige mindfuck, volgens Gustaaf Peek.

Medium bij marja

Iemand moest Abdul Zeitoun belasterd hebben, want zonder dat hij iets kwaads had gedaan werd hij op dinsdag 6 september 2005 in zijn eigen huis in New Orleans gearresteerd. Kwamen ‘ze’ hem halen omdat hij moslim was, of omdat hij illegaal in de stad was gebleven nadat orkaan Katrina had huisgehouden en de dijken waren doorgebroken? Hoe dan ook, Zeitoun verdween en zijn vrouw Kathy, die bij familie buiten de stad en staat onderdak kreeg, wist dagenlang niet waar hij verbleef.

Zo begint Dave Eggers’ Zeitoun, een nauwgezet non-fictieverslag over de rampzalige gevolgen van orkaan Katrina, geconcentreerd rond het doorsneegezin Zeitoun, helemaal niet. Integendeel. Eggers - die zelf lijfelijk afwezig is in de bloedstollende roman, maar wel zeer aanwezig blijft in de opbouw en de toon van het uitgekiende paranoiaverhaal - kiest voor een schijnbaar idyllische ouverture: Abdulrahman Zeitoun in de jaren zeventig in een Syrische vissershaven en als dertienjarige sardientjesvanger; als zorgzame vader en echtgenoot; als zeer hardwerkende schilder/aannemer in New Orleans; als gelovige en vreedzame moslim; als sociale werkgever ('betaal de werker zijn loon voordat zijn zweet opdroogt’). Deze Syrische Amerikaan doet geen vlieg kwaad als voorbeeldig hoofd van een modelgezin. Zijn kinderen gaan naar school (daar let hij scherp op) en zijn vrouw - een Amerikaanse die moslima met hijab is geworden - helpt mee in de florerende zaak. New Orleans wordt beter van de Zeitouns.
Een naïeve lezer zou bijna gaan denken dat Dave Eggers een politiek correct en braaf verslag geeft van de gevolgen van orkaan Katrina en krampachtig zijn best doet de Zeitouns in een gunstig daglicht te stellen. Hij legt zelfs uit dat bijbel, koran en thora drie boeken zijn die je als het ware in elkaar kunt schuiven: de islam is gewoon een van de religies, God en Allah verschillen niet.
Zeitoun groeit zelfs uit tot een held als hij met zijn tweedehands kano na de verwoestende uitwerking van Katrina en de dijkdoorbraak reddingsacties op touw zet voor mens en dier, inclusief een hoer die onverstoorbaar haar werk verricht. Maar de idylle is schijn. Eggers lardeert zijn Zeitoun-familievertelling heel subtiel met verontrustende details: New Orleans-inwoners die alleen al Zeitouns naam wantrouwen, Kathy’s familie die wil dat ze haar hijab niet draagt, een vreemde neemt de telefoon op als Kathy naar een van hun huizen in New Orleans belt.
Zeitoun komt in heel ander vaarwater terecht als Zeitoun de schade in zijn bedrijfskantoor wil controleren en ooggetuige wordt van plunderactiviteiten in het nabijgelegen Shell-benzinestation. Zeitoun ziet lijken in het water drijven. Langzaam wordt alles lelijker. Al die negatieve ervaringen verzwijgt hij in de dagelijkse telefoongesprekjes met zijn vrouw.
En dan wordt hij op 6 september gearresteerd en raken Kathy én de lezer bladzijden- en dagenlang het contact met hem kwijt: een perspectivische kunstgreep van Eggers. Als Zeitoun weer opduikt is er niets meer over van de idylle aan het begin: thuis gearresteerd als al-Qaeda-verdachte, opgesloten - met een FBI-verklikker - in een Greyhound-busstation dat al is omgebouwd tot een open gevangeniskooi vóórdat de reddingsoperaties op gang komen. 'De stad is gek geworden’, de staat paranoïde en Bush’ regering misdadig. Zeitoun wordt beroofd van al zijn burgerrechten. De staatsmachinerie werkt anders dan verwacht. 'Maar nu werkte er niets. Of liever, elk onderdeel van de machinerie - de politie, het leger, de gevangenissen - die mensen zoals hij moest beschermen slokte iedereen op die te dichtbij kwam.’ De keurige Zeitoun is het slachtoffer van staatsargwaan die verwordt tot achtervolgingswaan anno 2005. Kafka in New Orleans. Kamp Greyhound telt op een gegeven ogenblik twaalfhonderd gevangenen, terwijl er nog honderden lijken in de straten drijven.
Zeitoun is een zeer belangrijk boek omdat het het functioneren van de Amerikaanse democratie op effectieve wijze ter discussie stelt. De manipulatieve filmer Michael Moore kan er nog wat van leren. Over leren gesproken. Dave Eggers is in Zeitoun een modelleerling van William T. Vollmann, de schrijver die hij niet toevallig al noemt in zijn nu al klassieke romandebuut A Heartbreaking Work of Staggering Genius (2000). En Eggers’ idealistisch-zakelijke uitgeverij McSweeney’s gaf niet zomaar William T. Vollmanns monumentale, zevendelige Rising Up and Rising Down uit, een uitputtend relaas over goed en kwaad in de hele wereld.
Zeitoun is een vertelling die ver uitstijgt boven de bekende verhalen over New Orleans, orkanen en dijkdoorbraken. Het is een diepgravende literair-journalistieke onderneming die het feilen van een democratie systematisch ontrafelt en de vooroordelen van burgers en ambtenaren ontmaskert. De lezer is gewaarschuwd, want hij weet nu weer dat Kafka’s Het proces niet voor niets is geschreven.