Kafka was geen romanschrijver

Franz Kafka, Het proces. Uit het Duits vertaald door Willem van Toorn. Athenaeum-Polak & Van Gennep, 232 blz., € 22,50

In bijna vijf jaar tijd zijn er vijftig titels in de prestigieuze Perpetua-reeks van uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep verschenen, de eerste helft van de ‘honderd beste boeken uit de wereldliteratuur’. De eer als vijftigste titel te mogen figureren is gegund aan Franz Kafka’s roman Het proces in een nieuwe vertaling van Willem van Toorn. Die vertaalde al eerder Kafka’s verzamelde verhalen, en in ­samenwerking met Gerda Meijerink diens twee andere romans, Het slot en Amerika.

Helaas begint Het proces met een pijnlijke misser, en wel uitgerekend in wat misschien wel de beroemdste openingszin uit de romanliteratuur van de twintigste eeuw genoemd kan worden. Die luidt in het Duits: ‘Jemand musste Josef K. verleumdet haben…’ Bij Van Toorn wordt dit: ‘Iemand moest kwaad van K. hebben gesproken…’ – waarbij niet alleen de voornaam van de hoofdpersoon wegvalt, maar ook het ritme geweld wordt aangedaan.

Voor de rest heeft Van Toorn het er goed afgebracht, net als trouwens zijn collega, wijlen Thomas Graftdijk, een kleine 25 jaar geleden. Het ligt dus niet aan de vertaling als je na zo’n dertig bladzijden van Het proces gelezen te hebben, oneerbiedig gesproken, een geeuw maar nauwelijks kunt onderdrukken. Het moet gezegd worden: Het proces begint veelbelovend, de eerste zin is ronduit geniaal, de situatie – een keurige burger wordt op zekere dag van zijn bed gelicht en gearresteerd, zonder dat hem ook maar in de verste verte duidelijk wordt waarom – wordt meesterlijk beschreven. De absurditeit van de gebeurtenissen, de beklemming spat van elke bladzijde, maar een ontwikkeling blijft achterwege.

Kafka komt geen stap verder. Hij slaagt er maar niet in de inzet uit te bouwen tot een meeslepend verhaal. K.’s tegenspelers blijven louter sjablonen (verstokte Kafka-bewonderaars zullen zeggen dat dit nu juist de bedoeling is). Het boek wil maar geen roman worden. Het blijft een veel te lang uitgesponnen vertelling, zij het dat er geregeld staaltjes van grote schrijfkunst in opduiken.

Nee, Franz Kafka is geen romanschrijver: ook zijn twee andere romans Amerika en Het slot zijn als roman mislukt, sterker, geen van de drie kan met goed fatsoen een roman worden genoemd. En de schrijver was zich daar terdege van bewust. In zijn brieven en dagboeken komt geen eind aan de klaagzangen over zijn worsteling met de _Proces-_stof. ‘Met het werken aan mijn roman bevind ik me op het schandelijkste dieptepunt van mijn schrijverschap’, noteert hij in 1912 in zijn dagboek.

En het werken, of beter: het ploeteren aan de roman wordt door Kafka tegenover de enige manier van schrijven gesteld die bij hem vruchten afwerpt die de toets van zijn kritiek kunnen doorstaan. Zo’n vrucht is bijvoorbeeld zijn verhaal Het vonnis dat hij in een avond en een nacht, ‘van tien uur ’s avonds tot zes uur ’s ochtends in één ruk’ geschreven heeft. ‘De vreselijke inspanning en vreugde, terwijl het verhaal zich voor mij ontvouwde…’ klaagt en juicht hij tegelijk.

En in een brief (d.d. 4-1-1918) aan zijn vriend en latere executeur-testamentair Max Brod is hij nog explicieter. Als deze hem vraagt werk op te sturen reageert Kafka welhaast verbitterd: ‘De romans (Het proces en het latere Amerika – hd) doe ik er niet bij. Waarom deze oude inspanningen oprakelen? Alleen omdat ik ze tot nu toe niet verbrand heb? (…) Wat is de zin van het bewaren van zulk, “zelfs” in artistiek opzicht mislukt werk? (…) Moeten ze, behalve dat ze me niet kunnen helpen, me dan ook nog schade berokkenen?’

Hoewel Kafka berucht zelfkritisch was, op het zelfvernietigende af, moeten we, nu we deze romans kunnen lezen, zijn afwijzing van deze werken wel degelijk serieus nemen. Hij had gewoonweg gelijk. Zoals bekend droeg Kafka zijn vriend Brod op alle nagelaten manuscripten, dus inclusief de drie romans, ‘zonder uitzondering het liefst ongelezen’ te verbranden. Brod trok zich daar niets van aan. Het eerste wat hij, in 1925 (Kafka was in juni 1924 over­leden), publiceerde was… juist ja, Der Prozeß! En in 1926 respectievelijk 1927 volgden Das Schloß en Amerika. Van je vrienden moet je het maar hebben.

Het is jammer dat uitgeverij Athenaeum in haar pantheon van de wereldliteratuur juist een werk uit het genre heeft opgenomen waarin Kafka geen meester was, een werk dat hij aan het vuur wilde offeren. De uitgever had er beter aan gedaan, had de schrijver Kafka een grotere dienst bewezen als hij in zijn Perpetua-reeks De gedaanteverwisseling en andere verhalen ­(verschenen in 2009, ook in een prima vertaling van Willem van Toorn) had opgenomen. Daarin staan louter onsterfelijke juwelen en juweeltjes, zoals In de strafkolonie, Een ­hongerkunstenaar, De gedaanteverwisseling, Kinderen op de straatweg, De kolenkitruiter – om er maar een paar te noemen. In dat geval had Franz Kafka in deze pronkreeks geschitterd als de ­onbetwiste ­grootmeester die hij is, ­namelijk die van het korte en middellange verhaal.