Kakelfonie

De borstklopperij, het selectief winkelen in cijfers en tactisch positioneren hoort bij het politieke spel. Maar het wordt wel ingewikkeld om door de bomen het bos te zien.

De zwevende kiezer heeft nog een kleine twee weken de tijd om te beslissen bij welke politieke partij hij op 9 juni het stembiljet rood kleurt. Voor deze in de loop der jaren steeds groter geworden groep kiezers is de campagnetijd belangrijk, daarin kan het laatste zetje komen. Welk verkiezingsprogramma spreekt hem het meest aan, bij welke partijleider voelt hij zich het meest ‘thuis’ en - vooral bij deze verkiezingen belangrijk - kan hij met zijn stem een bepaalde regeringscoalitie bevorderen of juist blokkeren?
Toen de campagne vorige week eindelijk losbarstte met de doorberekening van de verkiezingsprogramma’s door het Centraal Planbureau ontstond meteen een kakofonie waar juist deze groep zwevende kiezers horendol van wordt.
Natuurlijk was elke partij die bij het cpb was langsgegaan zelf trots op de uitkomsten. Het zou ook raar zijn als dat niet zo was, niet alleen omdat dit campagnetechnisch niet verstandig is, maar ook omdat elke partij andere prioriteiten heeft: de sp vindt koopkracht belangrijk en is dus trots dat ze op dat punt goed scoort, de vvd vindt werkgelegenheid topprioriteit en is dus trots op de extra banen en GroenLinks wijst trots op het goede rapportcijfer voor duurzaamheid. Dat woordje trots lag bij iedereen voor in de mond en maakte zo echt furore, meer dan de partij van Rita Verdonk die het als naam voert.
Maar de verwarring voor de kiezer zit ’m niet in die eigen borstklopperij, maar in het volgende. Nog voordat directeur Coen Teulings van het Planbureau aan zijn persconferentie was begonnen, zat pvda-kandidaat-Kamerlid Ronald Plasterk al te spinnen met behulp van voorbedachte rijmelarij: 'Stem op het cda en de vvd voor een lege portemonnee’. De pvda probeert zo koopkracht als het belangrijkste verkiezingsitem te bombarderen en weg te blijven van de voor hen ongunstiger werkgelegenheidscijfers.
Maar gaat de koopkracht er bij cda en vvd echt op achteruit? Zelf beweren ze van niet. Dat klopt, althans ten opzichte van wat er anno nu in de portemonnee zit, maar niet ten opzichte van de kleine koopkrachtstijging waar het cpb in 2015 vanuit is gegaan en die het bureau als ijkpunt heeft gebruikt. Christen-democraten en liberalen kiezen echter gemakshalve een voor hen gunstiger ijkpunt.
Een dag eerder had de vvd ook al zitten spinnen, over het aantal extra banen, vierhonderdduizend, exclusief de honderdduizend banen in de zorg waar sowieso al mee wordt gerekend gezien de toenemende zorgvraag. Maar het cpb zegt dat de vvd in de zorg banen laat verdwijnen. Wat is het nu: komen er bij de vvd banen bij, of gaan er banen af?
Ook hier geldt weer: waar leg je de meetlat? Net als bij de koopkracht heeft het cpb berekend dat de werkgelegenheid in de zorg de komende jaren groeit, met 150.000 banen. Daarom heeft het Planbureau de nullijn van de meetlat bij een hoger aantal banen gelegd, niet bij het aantal huidige banen in de zorg. Voor de vvd is dat laatste aantal als ijkpunt echter positiever, vandaar.
Zo is het voor de pvda gunstiger om naar de baten van de onderwijsinvesteringen op de lange termijn - 2070 - te kijken dan naar de opbrengsten op de kortere termijn, omdat ze zich met die verre blik dé onderwijspartij kan noemen. Over zestig jaar, smaalde d66-lijsttrekker Alexander Pechtold onmiddellijk en bleef er bij dat zijn partij dat predikaat verdient. Hoe dat kan? Omdat de onderwijsinvesteringen van d66 in een nabijere toekomst meer opbrengen dan die van de pvda.
Is het voor kiezers hierdoor al ingewikkeld om door de bomen nog een bos te zien, bij de debatten tussen de lijsttrekkers op radio en televisie werd dat inhoudelijke facet er niet beter op. De lijsttrekkers, met name die van de grote partijen, tetterden veelvuldig onverstaanbaar door elkaar heen en soms werd zo op details ingezoomd dat het voor een buitenstaander niet te volgen moet zijn geweest.
Bij een televisiedebat gaat het echter ook om uitstraling en mimiek. De vuurdoop van pvda-lijsttrekker Job Cohen in het rtl4-debat verliep wat dat betreft niet vlekkeloos. Hoewel hij steeds zegt er zin in te hebben, straalde Cohen eerder uit dat hij het politieke debat met tegenstanders een vervelend bijverschijnsel van de democratie vindt. Dat is overigens begrijpelijk als die tegenstander Geert Wilders van de pvv is die weer de truc toepast van het weglopen, inclusief het wegwuivende handgebaar.
Het lage waarderingscijfer dat cda-lijsttrekker Jan Peter Balkenende kreeg van de rtl4-kijkers paste beter bij zijn optreden in wat zo maar zijn laatste Kamerdebat kan zijn geweest, vorige week op Verantwoordingsdag. Bij een slechte verkiezingsuitslag stapt Balkenende op en tot half juni is de Kamer met reces. Zo ongeïnspireerd als Balkenende in de Kamer stond, zo opgewekt is hij weer zijn zoveelste campagne in gegaan. Maar de kijkers zien kennelijk een man die ze niet meer beoordelen op zijn vechtlust in campagnetijd, maar op zijn prestaties van de afgelopen jaren. Van de premierskandidaten kon zo vvd-leider Mark Rutte, die groeit in zijn rol naarmate zijn partij het beter doet, met de eer van 'winnaar’ van het eerste tv-debat gaan strijken.
Maar Nederland kiest geen premier, maar een Tweede Kamer, op basis waarvan een coalitie wordt gevormd. Dat is dan ook de boodschap waarop de kleinere partijen hameren. Wie de vvd wil losweken van een coalitie met Wilders moet daarom d66 stemmen - zegt Pechtold. Als je op de pvda stemt, kun je er zomaar de vvd bij krijgen, zegt de sp. Wie niet wil dat een gezin alleen met twee voltijdsbanen kan rondkomen, moet ChristenUnie stemmen, zegt de cu. Wie - zo verder redenerend - de vvd een lesje duurzaamheid wil leren, moet GroenLinks stemmen.