Kamagurka

KAMAGURKA. Nog even en hij wordt officieel gewijd tot beschermheilige van alle sukkels en onnozelaars ter wereld. Een portret van Luc Zeebroek, beter bekend als Kamagurka. Zijn motto: ‘Verdelg de ernst!’

WE SCHRIJVEN BRUSSEL, 1981. Tijdens de tweede Nacht van de Poezie poogt de Vlaamse dichter Paul Snoek het publiek deelgenoot te maken van de vele betekenislagen in zijn poezie. Zijn literaire voordracht krijgt echter niet de gebruikelijke devote ontvangst; ergens uit de zaal stijgt hinderlijk gegrinnik en geginnegap op. Een geirriteerde Snoek onderbreekt zijn lezing, lokaliseert de stoorzender en bijt de onverlaat toe: ‘Als je het beter kunt, kom dan hier maar eens staan.’ Dat laat de 24-jarige tekenaar Luc Zeebroek, alias Kamagurka, zich geen twee keer zeggen. Hij klimt het podium op en omlijst de betekeniszwangere dichtkunst van Snoek met debiele balletgebaartjes. De macht van het woord bezwijkt onder de melige mimiek van de slungel uit West-Vlaanderen. Het publiek beantwoordt de fratsen met gulle lachsalvo’s. Waarop Paul Snoek zijn bundeltjes van het katheder graait en op hoge poten het podium verlaat.
Utrecht, een jaar later. Kamagurka hoeft niet meer te klimmen. Hij betreedt het podium via de reguliere weg: vanuit de coulissen. De organisatie van de derde Nacht van de Poezie heeft besloten Kamagurka’s capriolen tot officieel programmapunt te verheffen. Als entr'acte. Het is de klassieke wijze waarop het establishment probeert hinderlijke rebellen de giftanden uit te trekken: geef ze een stukje van de koek en het is uit met de dwarsliggerij. Kamagurka eet zijn stukje koek echter smakelijk op en zet zich met verdubbelde kracht aan het schofferen van het dichtersgilde. Paul Snoek is inmiddels overleden, maar Kamagurka lapt de conventies der fijngevoeligheid met sadistisch genoegen aan zijn laars. Emotie voorwendend: 'Paul Snoek was mijn beste vriend, maar helaas, hedentendage lijkt de lijkverbranding nergens meer op. Kijk, hier heb ik vijf vingerkootjes die niet eens vlam hebben gevat. Heeft iemand in de zaal soms een aansteker? Dan kan ik mijn vriend de laatste eer bewijzen.’
In het deftige literaire blad Nieuw Wereld Tijdschrift formuleren dichter/criticus Herman de Coninck en journalist Piet Piryns een vlammende aanklacht tegen Kamagurka, wiens optreden zij 'abnormaal’, 'grof’ en 'publieksbeschimpend’ noemen. Het artikel neemt een curieuze wending als beide heren een suggestief verband leggen tussen Snoeks afgang in Brussel en zijn aanstaande dood ('Snoek af. Drie maanden later Snoek dood.’) Een striptekenaar die dichters de dood in drijft. Voorwaar, een uniek fenomeen.
De Dichter Die Zichzelf Het Verklarend Middelpunt Van De Wereld Acht, is voor Kamagurka het symbool van nutteloze ernst die elke inspiratie vermoordt. Voor de buitenwacht mogen zijn tekeningen en optredens overkomen als puberale keetschopperij, voor Kamagurka zelf is het pure zelfverdediging in een wereld die nutteloze ernst tot norm verheft. Gelukkig heeft hij een wapen gevonden: 'De ernst heeft geen verweer tegen de lach. Ik heb altijd al de macht, de pose en de hypocrisie van de ernst verworpen. Waarom bestaat er geen godsdienst die op humor is gebaseerd?’
Als Kamagurka’s ergernissen zo structureel worden dat hij de slaap niet meer kan vatten, blijft hij nimmer tot het ochtendgloren in bed liggen woelen, draaien en zuchten. Hij gooit de lakens van zich af, rent naar zijn tekentafel en verdedigt zich op zijn manier: met het potlood. Zo is het wanstaltige hondje Bobje ontstaan na een angstdroom in de nacht dat de Golfoorlog uitbrak. Kamagurka: 'In die nacht kreeg ik een nachtmerrie waarin ik een verkoold kind zonder handen en voeten zag. Ik werd wakker en ik dacht: shit, ze zijn begonnen! Maar tegelijk zag ik dat kind voor me en tekende ik een hondje, Bobby, dat daar op leek. Later lacht half Belgie zich kreupel om dat hondje, maar voor mij is dat dat kind uit die droom.’
ZIJN BEROEMDSTE CREATIE, de full-time onnozelaar Bert Vanderslagmulders, werd geboren in Kamagurka’s eerste eenzame nachten in de grote stad. Het jonge genie liep verloren door zijn nieuwe appartement en raakte op het tekenpapier in gesprek met de grootste idioot aller tijden: 'Het was in feite een ontdekking van mezelf. Bert is dom, arrogant, pretentieus, vooringenomen en hij heeft alles wat in ieder van ons aanwezig is. Hij vertegenwoordigt iedereen, ik incluis. Ik ben ook een enorme idioot, zoals iedereen. Maar Bert merkt er zelf helemaal niets van.’
Eminent publicist en schrijver Rudy Kousbroek maakte in NRC Handelsblad een paginagrote analyse van de figuur Bert. Hij plaatste de Bert-strips op een lijn met de absurdistische verhalen van Roland Topor en de gedichten van Christian Morgenstern. Zijn conclusie luidde dat Kamagurka een leerschool voor dichters is: 'Een kunst die uitsluitend uit blikken, gelaatsuitdrukkingen en gebaren bestaat.’
Zo bezien vormen Kamagurka’s controversiele optredens in de Nacht van de Poezie geen gevecht tussen bevlogenheid en flauwiteit (zoals de verkalkte cultuurelite het interpreteerde), maar tussen ernstige en absurdistische kunst. De verzuurde kritieken van De Coninck c.s. pompten het adrenalinegehalte in de aderen van Kamagurka zodanig op dat hij opnieuw de slaap niet kon vatten. En een nieuwe Kamagurka-creatie zag het levenslicht: De Grootste Dichter Aller Tijden Kamiel Kafka. Anders dan Bobje en Bert, die bevrucht zijn door persoonlijke preoccupaties, heeft Kamagurka Kamiel Kafka op de wereld gezet als guerrillero met een Missie: Verdelg de ernst! Om deze missie met succes te kunnen uitvoeren werd Kamiel losgeweekt van het papier en als dichterlijke desperado op het podium geparachuteerd. Met succes, vindt hijzelf: 'Ik pak die gasten op hun eigen terrein. Herman de Coninck vindt zichzelf een Groot Dichter. Ik heb de grote dichter Kamiel Kafka in het leven geroepen, en als ik daarmee op poezie-avonden optreed, is de pseudopoetische pose van De Coninck & Co zo ondermijnd door die parodie dat ze net zo goed naar huis kunnen gaan.’
KAMAGURKA WORDT op 6 mei 1956 te Nieuwpoort geboren onder de naam Luc Charles Zeebroek. De kleine Luc - enig kind in een middenstandsgezin - ziet zich onmiddellijk met de wreedheid en de willekeur van de natuur geconfronteerd: zijn benen staan zo krom dat hij in de speeltuin en op het voetbalveld tot de rol van eeuwige stuntelaar is veroordeeld. Hij staat onderaan de pikorde van de Nieuwpoortse jeugd: 'Graag had ik een tweelingbroer gehad die zwakker zou zijn en minder intelligent dan ik, zodat ik hem voor alles in het leven zou laten opdraaien. Maar ja, ik had geen broer en zwak was ikzelf. Mager en nogal gehandicapt. Kromme Poot noemden ze mij op school. En dus moest ik vechten tot iedereen wist dat ik de sterkste was.’ Hoewel zijn benen op negenjarige leeftijd operatief worden rechtgezet, blijft hij een actieve vechtjas. Zeebroek werpt zich op als beschermheer van de 'sukkelaars’, de restcategorie waaruit de voormalige Kromme Poot zijn speelkameraadjes moest putten. In de hoop zijn agressie te kanaliseren, doet vader Zeebroek hem op judo. Tevergeefs. De kleine Luc drinkt de technieken van de Japanse zelfverdedigingskunst gretig in, om ze vervolgens op straat te demonstreren tijdens nieuwe kloppartijen. Kamagurka: 'Pas op mijn vijftiende, toen ik begon te tekenen, was het gedaan met vechten.’
Waar Luc Zeebroek dagelijks voor moet knokken, komt de tekenaar Kamagurka moeiteloos aanwaaien: erkenning als de sterkste. Nog voor zijn zestiende drukt het lokale dagblad De Zeewacht zijn allereerste inzending af. Het is het begin van een triomftocht die Kamagurka uiteindelijk zal voeren naar de pagina’s van onder meer Hara-Kiri, Humo, Charlie-Hebdo, De Morgen, Haagse Post, de Volkskrant, The New Yorker, National Lampoon, Propria Cures, Nieuwe Revu en NRC Handelsblad. En naar de studio’s van VPRO en BRT. En naar een onafzienbare reeks artistieke prijzen, waaronder de Stripsgidsprijs, de Louis Paul Boon-prijs, de Geuzenprijs en de Stripschapprijs.
Ondanks zijn huidige status van begenadigd en veel gelauwerd striptekenaar, heeft Kamagurka nog steeds een week plekje in zijn hart voor sukkelaars. Thans zoekt hij zijn speelkameraadjes in de amusementswereld. Zo huurde hij voor zijn bekende tv-serie Lava de diensten in van derderangs-artiesten als Eddy Wally (uitgerangeerd volkszanger) en Wendy van Wanten (zieltogend sekssymbool). Kamagurka: 'Net als Franciscus van Assisi neem ik alleen achterlijken serieus. Mensen van wie iedereen zegt: “Wat een kalf, wat een achterlijke dorpsidioot!” Naar die mensen luister ik geboeid. Voor hen voel ik iets.’